Jaarverslag 2016

Onze rol in Nederland

Schiphol in 1916 en Schiphol in 2016: het zijn andere werelden. In de jaren twintig van de vorige eeuw was vliegen nog slechts weggelegd voor de ‘happy few’ en was het voornamelijk een luxueus en duur alternatief voor het reizen per schip naar verre oorden. Pas in de jaren zeventig en tachtig werd reizen per vliegtuig bereikbaar voor grotere delen van de bevolking. In die tijd werd Schiphol erkend als ‘mainport’, een belangrijke toegangspoort voor Nederland en een belangrijke motor voor de Nederlandse economie – net als de haven van Rotterdam.

De luchtvaart is nu niet meer weg te denken uit de maatschappij. Het is een vanzelfsprekendheid dat Nederland toegankelijk is via de lucht. Het grootste deel van dit luchtverkeer van en naar Nederland, verzorgd door meer dan honderd verschillende luchtvaartmaatschappijen, wordt gefaciliteerd door Amsterdam Airport Schiphol, de belangrijkste luchthaven van de groep. Ook de regionale luchthavens versterken de connectiviteit van Nederland. Schiphol Group is eigenaar van Rotterdam The Hague Airport en Lelystad Airport en heeft een meerderheidsbelang in Eindhoven Airport.

De luchthavens zijn belangrijke elementen geworden in de Nederlandse samenleving. Ze dragen bij aan de welvaart en het welzijn. Dit brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. En die groeit al naar gelang het belang van de luchtvaart toeneemt. Bovendien is het noodzakelijk onze positie te bezien in samenhang met de ontwikkeling van andere mainports, de Rotterdamse haven en de regio Eindhoven. Ook moeten we terdege rekening houden met andere vestigingsplaatsfactoren zoals de digitale infrastructuur. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur heeft dit onderstreept (zie kader).

Mainports voorbij?

'Vraagt de toekomstige positie van de Nederlandse mainports, mede bezien vanuit mondiale ontwikkelingen, om ander beleid?' Deze vraag stelde het kabinet aan de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI). De raad gaf op 1 juli 2016 zijn antwoord in het rapport 'Mainports voorbij'. De RLI constateert dat de Nederlandse economie weliswaar heeft geprofiteerd van de groei van de mainports Schiphol en Rotterdam, maar dat in de huidige context apart mainportbeleid niet meer wenselijk is. Hoewel Royal Schiphol Group het zeer valide acht om het mainportbeleid met het oog op de nationale en internationale dynamiek op zijn tijd nader te bekijken, kunnen we ons slechts ten dele vinden in dit advies.

We zijn het eens met de RLI dat een brede rijksvisie- en aanpak nodig zijn. We zijn voorstander van een integraal overheidsbeleid. En daarmee een integraal denkende overheid. Het is en-en, niet of-of. Digitalisering, energietransitie en het behoud van een aantrekkelijk vestigingsklimaat vereisen een integrale visie. De mainports werken daar zelf ook hard aan. Schiphol Group kan dan ook de conclusie dat er geen apart mainportbeleid nodig is niet onderschrijven. Juist de genoemde uitdagingen, gecombineerd met internationalisering en de daaruit voortvloeiende behoefte aan connectiviteit, tonen het belang van de Mainport Schiphol en een daarbij passend integraal beleid.

De Mainport Schiphol is, samen met de regionale luchthavens, niet alleen een belangrijke factor voor vestiging en levert veel werkgelegenheid op, maar is in toenemende mate een kritische randvoorwaarde voor groei van welvaart en welzijn in Nederland. Een kenniseconomie kan niet zonder een goede bereikbaarheid van Nederland via de lucht. We pleiten ervoor dat de kijk op de Mainport Schiphol wordt verbreed, op basis van de bijdrage die ze levert aan de maatschappij en de impact die ze heeft – zowel positief als negatief.

Lees verder: Onze missie: Connecting the Netherlands