Jaarverslag 2016

Prestatie-indicatoren

Toelichting bij extern beoordeelde prestatie-indicatoren 

Rapportagefrequentie

De prestatie-indicatoren van Amsterdam Airport Schiphol, Rotterdam The Hague Airport en Eindhoven Airport worden als onderdeel van de bestaande periodieke managementinformatie gerapporteerd en de directie bespreekt deze met de betrokken senior managers.

Periode

De informatie heeft betrekking op het kalenderjaar 2016. Voor de indicator CO2-uitstoot eigen activiteiten is het om praktische redenen het operationele jaar van toepassing.

1. CO2-uitstoot eigen activiteiten

Amsterdam Airport Schiphol berekent en rapporteert CO2 gebaseerd op de richtlijnen van het GreenHouseGas-protocol. Scope 1 voor de uitstoot door eigen activiteiten en scope 2 voor indirecte uitstoot door ingekochte energie veroorzaken samen 95% van de uitstoot. Energie-efficiëntie en het aantal graaddagen gelden daarbij als kritische succesfactoren; zij verklaren mogelijke afwijkingen.

De emissiefactoren zijn gebaseerd op die van de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen (SKAO). Alhoewel de absolute CO2-uitstoot bekend is, stuurt Schiphol op de reductie van CO2 per passagier ten opzichte van 1990. De langetermijndoelstelling is 1,35 kg CO2 per passagier in 2020. Sinds het verslagjaar 2015 is alleen deze waarde opgenomen als prestatie-indicator. In het onderdeel CO2-emissies is meer informatie opgenomen wat Schiphol Group doet om deze te verlagen.

2. Gescheiden operationeel afval 

Op Schiphol wordt door een afvalverwerker het afval bij verschillende locaties ingezameld. Met deze afvalverwerker zijn afspraken gemaakt over de verdere verwerking en recycling van het afval.

Het doel van de groep is om het hergebruikpercentage van het eigen operationeel afval steeds te laten toenemen. Op de locaties Amsterdam Airport Schiphol, Rotterdam The Hague Airport en Eindhoven Airport wordt afval daarom gescheiden aangeleverd aan de afvalverwerker.

De scope van deze prestatie-indicator is niet precies gelijk aan de omgevingsvergunning milieu. Dat komt omdat sommige huurders zelf een contract met een afvalinzamelaar kunnen afsluiten, waardoor onze afvalinzamelaar niet op alle locaties die onder de omgevingsvergunning milieu vallen, het afval ophaalt.

Lees meer over onze activiteiten om een zero waste airport te worden in Grondstoffen & reststromen.

3. Ziekteverzuim 

Schiphol Nederland B.V., Rotterdam The Hague Airport en Lelystad Airport berekenen het ziekteverzuim door het ziekteverzuim in aantal kalenderdagen af te zetten tegen het aantal beschikbare kalenderdagen. Eindhoven Airport gebruikt het nettoverzuimpercentage. Dit wordt berekend door het verzuimpercentage te corrigeren voor gedeeltelijke reïntegratie, fte-factor en de vangnetgevallen. Het personeelsgemiddelde is gecorrigeerd voor de fte-factor. Informatie over ons medewerkersbeleid is opgenomen in werkgeverschap.

4. Bedrijfsongevallen met verzuim

Schiphol Nederland B.V. (SNBV), Rotterdam The Hague Airport en Eindhoven Airport hanteren de Lost Time Injury Frequency (LTIF) om bedrijfsongevallen met verzuim te registreren per miljoen gewerkte uren. Bij SNBV wordt een onderscheid gemaakt tussen medewerkers van de brandweer en alle andere medewerkers van Schiphol Nederland B.V. Onze ambitie is erop gericht het LTIF-cijfer van Schiphol Nederland B.V., Rotterdam The Hague Airport en Eindhoven Airport tot nul te reduceren en bij de brandweer een dalende trend te bewerkstelligen. Informatie over veilig werken is opgenomen in veiligheid.

5. Corporate Responsibility consultatie tijdens aanbestedingen

In 2015 is een prestatie-indicator ingericht die bijhoudt in hoeverre Corporate Responsibility is meegenomen in het proces van Europese aanbestedingen. In 2015 is gekozen voor een aanpak waarbij intern informatie is ingewonnen die nodig is om een goede afweging te maken in de selectie- en gunningsfase. In 2016 is daarnaast inzichtelijk gemaakt in welke mate de ingewonnen adviezen ook zijn meegenomen in de daadwerkelijke aanbesteding. Hoe we omgaan met leveranciers is opgenomen in ketenverantwoordelijkheid.

6. Voortransport OD reiziger per OV

Amsterdam Airport Schiphol streeft ernaar om het percentage reizigers dat de luchthaven voor vertrek bereikt per openbaar vervoer op minimaal 40 procent te houden. Tevens is het beleid gericht op een stijging van het aantal passagiers dat de auto op locatie Schiphol parkeert (resulterend in twee vervoersbewegingen per vlucht) ten opzichte van passagiers die gebracht en gehaald worden (resulterend in vier vervoersbewegingen per vlucht). Het gehele jaar wordt door een extern markonderzoeksbureau middels enquêtes aan reizigers gevraagd welk voortransport zij voorafgaand aan hun vlucht gebruikt hebben. Meer over het belang van een bereikbare luchthaven en hoe reizigers van en naar onze luchthavens reizen, is opgenomen in bereikbaarheid.

7. Vogelaanvaringen

Een vogelaanvaring is een incident waarbij sporen van een vogel op een vliegtuig of (delen van) dode vogels op een start- of landingsbaan zijn aangetroffen en het aannemelijk is dat de vogelaanvaring heeft plaatsgevonden binnen de grenzen van het luchthaventerrein. De incidenten die meetellen zijn vermoedelijke vogelaanvaringen die door de LVNL of de piloot gemeld zijn, een gebeurtenis waarbij na melding door piloot of grondwerktuigkundige (GWK) sporen van een vogel op het vliegtuig worden aangetroffen of een gebeurtenis waarbij na melding door piloot of GWK het aannemelijk is dat er fysiek contact met het vliegtuig is geweest. Het aantal vogelaanvaringen wordt uitgedrukt per 10.000 vliegtuigbewegingen. Elke luchthaven heeft eigen toevoegingen aan bovenstaande definitie.

Voor Amsterdam Airport Schiphol gelden de volgende hoogterestricties: voor landende vliegtuigen is de bovengrens 200 voet; voor opstijgende vliegtuigen 500 voet. Amsterdam Airport Schiphol stemt maandelijks de vogelaanvaringen af met KLM. De rapportages worden elk kwartaal in het Schiphol Birdstrike Committee besproken waarbij behalve de registraties ook het beleid en de waaier aan verjaagmiddelen en hun effectiviteit worden besproken. Het gemiddelde van vogelaanvaringen is berekend door de vogelaanvaringen gerapporteerd door KLM en die van Amsterdam Airport Schiphol, die betrekking hebben op KLM-toestellen binnen de hiervoor aangegeven grenzen in het luchtruim, te delen door de KLM-vliegtuigbewegingen. Het gerapporteerde gemiddelde wordt zodoende ontleend aan de rapportages naar aanleiding van circa 50 procent van het totaal aantal vliegtuigbewegingen. Voor deze aanpak is gekozen omdat de rapportages door piloten van homecarrier KLM betrouwbaarder zijn dan die van de overige luchtvaartmaatschappijen. Schiphol is voor de registratie van vogelaanvaringen voor een groot deel afhankelijk van KLM en KLM op haar beurt weer van de piloten.

Voor Rotterdam The Hague Airport geldt dat de incidenten meetellen die alleen door Rotterdam The Hague Airport zijn gerapporteerd, ongeacht welke luchtvaartmaatschappij het betreft. Het aantal vogelaanvaringen op Eindhoven Airport geldt voor de vliegtuigbewegingen van het militaire en civiele verkeer.

Onze ambitie is om een dalende trend te realiseren op de lange termijn. Meer informatie over veiligheid op airside en de daling in 2016 van het aantal vogelaanvaringen is opgenomen in veiligheid.

8. Runway incursions

Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en de luchthavens Amsterdam Airport Schiphol en Rotterdam The Hague Airport registreren elk de runway incursions. LVNL heeft hierbij een leidende rol: Schiphol rapporteert over deze prestatie-indicator maar is voor de volledigheid van meldingen en incidentrapporten afhankelijk van LVNL.

De luchtverkeersleiding op Eindhoven Airport valt onder de verantwoordelijkheid van Defensie en valt daarmee buiten de jurisdictie van LVNL. Het aantal runway incursions op Eindhoven Airport geldt voor het civiel en militair verkeer samen.

In verband met het verschil in systematiek wordt alleen de combinatie Amsterdam Airport Schiphol en Rotterdam The Hague Airport gerapporteerd. Het is onze ambitie om een dalende trend te realiseren. Meer informatie over veiligheid op airside is opgenomen in veiligheid.

Lees verder: GRI-tabel