Jaarverslag 2016

Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening

Algemene informatie

N.V. Luchthaven Schiphol is een naamloze (structuur) vennootschap, statutair gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer. De vennootschap is ingeschreven op het adres Evert van de Beekstraat 202, 1118 CP te Schiphol, Nederland. N.V. Luchthaven Schiphol voert haar activiteiten uit onder de naam Schiphol Group.

Schiphol Group is een luchthavenonderneming met Amsterdam Airport Schiphol als belangrijkste luchthaven. De luchthavens van de groep, en met name Amsterdam Airport Schiphol, creëren waarde voor de samenleving en de economie. In haar handelen staan de volgende kernwaarden centraal: betrouwbaar, efficiënt, gastvrij, inspirerend en duurzaam.

De missie van Schiphol Group is Connecting the Netherlands; Nederland optimaal verbinden met de rest van de wereld en zo een bijdrage leveren aan de welvaart en het welzijn in Nederland en daarbuiten. De ambitie van Schiphol Group is om de luchthaven Schiphol te ontwikkelen tot Europe's Preferred Airport, de voorkeursluchthaven voor reizigers, airlines en logistieke dienstverleners. Wij willen hen optimaal bedienen met een goed gepositioneerde luchthaven en moderne faciliteiten.

De Raad van Commissarissen heeft op 16 februari 2017 ingestemd met de jaarrekening zoals opgemaakt door de directie. De directie legt de jaarrekening ter vaststelling voor aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, die plaatsvindt op 18 april 2017.

Grondslagen voor consolidatie, waardering en resultaatbepaling

Hierna volgt een uiteenzetting van de grondslagen voor consolidatie, waardering van activa en passiva en bepaling van het resultaat van Schiphol Group. Deze grondslagen zijn in overeenstemming met IFRS, voor zover aanvaard door de EU en worden consistent toegepast op alle informatie die wordt gepresenteerd. Voorts wordt, voor zover van toepassing, voldaan aan de wettelijke bepalingen betreffende de jaarrekening zoals opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW. Als waarderingsgrondslag hanteert Schiphol Group het historische kostprijsstelsel, uitgezonderd vastgoedbeleggingen en derivaten. Deze posten worden gewaardeerd tegen reële waarde.

Nieuwe standaarden en wijzigingen in standaarden die verplicht zijn met ingang van 2016

De volgende gewijzigde en/of nieuwe standaarden en interpretaties die van invloed zijn op de toelichtingen en financiële gegevens in deze jaarrekening worden met ingang van 1 januari 2016 door Schiphol Group toegepast:

  • IAS 16 en IAS 38, Materiële- en immateriële vaste activa aanpassingen (verplicht met ingang van 1 januari 2016);
  • IAS 1, Toelichtingsinitiatief (verplicht met ingang van 1 januari 2016);
  • Wijzigingen in het kader van het Annual improvements project 2012-2014 (verplicht met ingang van 1 januari 2016).

Er zijn geen gewijzigde en/of nieuwe standaarden en interpretaties die toegepast worden door Schiphol Group die een significante invloed hebben op de toelichtingen en de financiële gegevens in deze jaarrekening.

Nieuwe standaarden en wijzigingen in standaarden die verplicht zijn met ingang van 2017 of later

Schiphol Group heeft geen nieuwe standaarden, wijzigingen van bestaande standaarden of interpretaties vrijwillig vervroegd toegepast die pas met ingang van het boekjaar 2017 of later verplicht zijn. Schiphol Group onderzoekt momenteel de consequenties van de volgende nieuwe standaarden, interpretaties en wijzigingen van bestaande standaarden, waarvan toepassing verplicht is met ingang van de jaarrekening over 2017 of later indien vermeld. De onderstaande wijzigingen zijn goedgekeurd door de Europese Unie:

  • IAS 7, Toelichtingsinitiatief (verplicht met ingang van 1 januari 2017);
  • IAS 12, Verantwoording van latente belastingvorderingen voor verrekenbare verliezen (verplicht met ingang van 1 januari 2017);
  • IFRS 9, Financiële instrumenten vervangt per 1 januari 2018 grote delen van IAS 39 en bevat nieuwe richtlijnen met betrekking tot de opname en waardering, impairment en hedge accounting van financiële instrumenten. De nieuwe standaard bevat aangepaste voorschriften voor de opname en waardering van financiële activa, waarbij de classificatie wordt gerelateerd aan het business model van Schiphol. Verder bevat IFRS 9 een nieuw impairment model waarbij wordt uitgegaan van verwachte verliezen in plaats van opgetreden verliezen. Dit zal leiden tot het eerder verantwoorden van kredietverliezen bij financiële activa. De wijzigingen bij financiële verplichtingen hebben geen effect op Schiphol, evenals de nieuwe voorwaarden voor hedge accounting. Als gevolg van de relatief eenvoudige portefeuille van financiële instrumenten verwacht Schiphol een beperkte impact van IFRS 9. Schiphol is een implementatieprogramma gestart dat in 2017 zal worden afgerond. Schiphol verwacht de standaard met ingang van 1 januari 2018 volledig retrospectief toe te passen.
  • IFRS 15, Omzetverantwoording klantcontracten vervangt per 1 januari 2018 de huidige standaarden IAS 11 ‘Construction Contracts’, IAS 18 ‘Revenue Recognition’ en gerelateerde interpretaties. Het basisprincipe van IFRS 15 is dat een onderneming opbrengsten moet verantwoorden voor geleverde goederen of diensten ter hoogte van het bedrag waarop de onderneming verwacht recht te hebben in ruil voor die goederen of diensten. De toelichtingsvereisten onder IFRS 15 zijn omvangrijker dan de huidige standaarden. De verwachting is dat de impact van de nieuwe standaard voor Schiphol beperkt zal zijn voor de belangrijkste omzet stromen en derhalve met name gevolgen heeft voor toelichtingen. In 2016 is een implementatieprogramma gestart, waarbij contracten worden beoordeeld conform de nieuwe standaard. Dit programma zal in 2017 worden afgerond. Schiphol verwacht de standaard met ingang van 1 januari 2018 volledig retrospectief toe te passen.
  • IFRS 2, Classificatie en waardering van 'op aandelen gebasseerde betalingen' wijzigingen (verplicht met ingang van 1 januari 2018);
  • IFRS 16, Leases (verplicht met ingang van 1 januari 2019 en nog niet goedgekeurd door de Europese Unie).

Immateriële activa

Onder immateriële activa worden begrepen goodwill, contractgerelateerde activa en software. Goodwill ontstaan bij de acquisitie van dochterondernemingen wordt opgenomen onder de immateriële activa. Goodwill ontstaan bij de acquisitie van geassocieerde deelnemingen is begrepen in de boekwaarde van geassocieerde deelnemingen en joint ventures volgens de equity methode. Vervolgens wordt goodwill gewaardeerd tegen initieel bepaalde boekwaarde verminderd met cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. Op de post goodwill wordt niet afgeschreven. Goodwill wordt toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheid (dochteronderneming, joint venture of geassocieerde deelneming) waaraan deze is gerelateerd. Deze toerekening is verder beschreven bij de toelichting op de post immateriële activa in de balans.

De post contractgerelateerde activa betreft het belang in JFKIAT dat is ontstaan bij overname van activiteiten van derden. Deze contracten worden gewaardeerd tegen reële waarde op overnamedatum en vervolgens tegen de aldus bepaalde kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeveranderingen. De contracten worden afgeschreven over de resterende contractduur.

Software omvat de posten softwarelicenties en ontwikkelde ICT-toepassingen. Ontwikkelde software wordt geactiveerd tegen de kosten van de op basis van tijdregistratie vastgelegde interne en externe uren in de uitvoerings- en afsluitingsfase van ICT-projecten. Interne en externe uren in de initiatief- en definitiefase worden niet geactiveerd. Software wordt lineair afgeschreven over de gebruiksduur.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 8. Immateriële activa.

Activa ten behoeve van operationele activiteiten

Tot de activa ten behoeve van operationele activiteiten behoren conform IAS 16 Materiële vaste activa de start- en landingsbanen, rijbanen, platformen, parkeerterreinen, wegen, gebouwen, installaties en andere vaste bedrijfsmiddelen. Activa ten behoeve van operationele activiteiten worden gewaardeerd tegen historische kostprijs onder aftrek van ontvangen bijdragen, lineaire afschrijvingen en bijzondere waardeveranderingen. Latere uitgaven worden aan de boekwaarde van deze activa toegevoegd indien het waarschijnlijk is dat er toekomstige economische voordelen naar de onderneming zullen vloeien en het bedrag van de economische voordelen betrouwbaar kan worden bepaald.

De activa ten behoeve van operationele activiteiten worden, met uitzondering van de grond, volgens de lineaire methode afgeschreven. Afschrijving vindt plaats over de gebruiksduur. Deze termijn is onder andere afhankelijk van de aard van het actief en de componenten waaruit het actief bestaat. De gebruiksduur en de restwaarden worden elk jaareinde geëvalueerd.

Het nettoresultaat uit hoofde van de verkoop van activa ten behoeve van operationele activiteiten wordt in de winst- en verliesrekening verantwoord onder de overige opbrengsten.

Dagelijkse onderhoudskosten worden verantwoord in de winst- en verliesrekening en planmatig groot onderhoud met een meerjaren karakter wordt geactiveerd.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 9. Activa ten behoeve van operationele activiteiten.

Activa in aanbouw of ontwikkeling

Investeringsuitgaven worden initieel verantwoord onder activa in aanbouw of ontwikkeling, indien het waarschijnlijk is dat er toekomstige economische voordelen naar de onderneming zullen vloeien en het bedrag hiervan betrouwbaar kan worden bepaald. Onderscheid wordt gemaakt tussen drie categorieën:

Software in ontwikkeling (categorie a) wordt gewaardeerd tegen historische kostprijs. Op software in ontwikkeling wordt niet afgeschreven.

Activa in aanbouw of ontwikkeling ten behoeve van operationele activiteiten (categorie b) worden gewaardeerd tegen historische kostprijs, inclusief:

  • bouwrente voor alle investeringen. Dit betreft de gedurende de realisatie aan derden verschuldigde rente op vreemd vermogen die kan worden toegerekend aan de investering;
  • de kostprijs van uren van eigen medewerkers in de uitvoeringsfase van investeringsprojecten.

Op activa in aanbouw of ontwikkeling ten behoeve van toekomstige operationele activiteiten wordt niet afgeschreven. Wel kan sprake zijn van bijzondere waardeveranderingen. Bij ingebruikname worden de activa tegen historische kostprijs overgeboekt naar de activa ten behoeve van operationele activiteiten en vangt tevens de lineaire afschrijving ten laste van de winst- en verliesrekening aan.

Activa in aanbouw of ontwikkeling ten behoeve van toekomstige vastgoedbeleggingen (categorie c) wordt gewaardeerd tegen reële waarde als deze, in continuïteit, op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld. Vastgoedbeleggingen in ontwikkeling waarvan de reële waarde niet betrouwbaar is te bepalen worden gewaardeerd tegen kostprijs tot het moment dat de reële waarde wel betrouwbaar, in continuïteit, is te bepalen. Mutaties in de reële waarde worden in de winst- en verliesrekening verantwoord onder de overige resultaten uit vastgoed.

Bij oplevering worden de activa in aanbouw of ontwikkeling ten behoeve van toekomstige vastgoedbeleggingen tegen reële waarde overgeboekt naar vastgoedbeleggingen. Voor de wijze waarop vastgoedbeleggingen verder worden behandeld, wordt verwezen naar de afzonderlijke beschrijving van grondslagen voor deze balanspost.

Zie voor een nadere toelichting paragrafen 8, 10 en 11

Vastgoedbeleggingen

Vastgoedbeleggingen worden gewaardeerd tegen reële waarde conform IAS 40 Vastgoedbeleggingen. Dit geldt ook zolang zij nog onderdeel uitmaken van de activa in aanbouw of ontwikkeling, mits de reële waarde, in continuïteit, op dat moment al op betrouwbare wijze kan worden bepaald. Zolang dit nog niet mogelijk is vindt waardering plaats tegen historische kostprijs. Bij gereedkoming vindt een overboeking tegen reële waarde plaats naar de post vastgoedbeleggingen. Een eventueel verschil tussen de reële waarde en de historische kostprijs wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening onder overige resultaten uit vastgoed.

Extern aangekocht vastgoed wordt initieel gewaardeerd tegen kostprijs. Uitgaven na ingebruikneming van vastgoed worden geactiveerd indien zij betrouwbaar zijn te bepalen en toekomstige economische voordelen opleveren. Overige uitgaven worden direct ten laste van het resultaat gebracht.

Alle gebouwen in de portefeuille worden tweemaal per jaar getaxeerd door onafhankelijke externe taxateurs. De reële waarde waartegen gebouwen in de balans worden gepresenteerd houdt rekening met de in de balans opgenomen huurincentives. Brutohuuropbrengsten uit operationele huurovereenkomsten worden op tijdsevenredige basis over de periode van de huurovereenkomsten verantwoord. Huurvrije perioden, huurkortingen en andere huurincentives worden verwerkt als een integraal deel van de totale brutohuuropbrengsten. Servicekosten hebben betrekking op kosten voor energie, onderhoud en dergelijke, die op grond van de huurovereenkomst doorberekend kunnen worden aan de huurder. Het niet doorberekende deel van de servicekosten heeft voor een groot deel betrekking op niet verhuurde gebouwen en wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. De kosten en doorbelastingen worden niet expliciet in de winst- en verliesrekening vermeld.

De tot de vastgoedbeleggingen behorende gronden worden eveneens gewaardeerd tegen reële waarde. De waarde van de gronden wordt bepaald op basis van interne taxaties alsmede op basis van taxaties van onafhankelijke externe taxateurs. Hierbij wordt ieder jaar een ander gedeelte van onze totale grondposities door onafhankelijke externe taxateurs gewaardeerd. De marktwaarde van de in erfpacht en grondhuur uitgegeven terreinen wordt berekend door discontering van de jaarlijkse canons en eindwaarde van de betreffende contracten (DCF-methode).

Waardeveranderingen die ontstaan als gevolg van een wijziging in de reële waarde van vastgoedbeleggingen worden verantwoord in de winst- en verliesrekening onder de waardeveranderingen vastgoed in het jaar waarin de verandering zich voordoet. In geval van verkoop worden gerealiseerde waardeveranderingen, zijnde het verschil tussen verkoopprijs en boekwaarde, in de winst- en verliesrekening verantwoord onder resultaat uit verkoop vastgoed. Op vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 11. Vastgoedbeleggingen.

Afschrijvingen

De immateriële activa en activa ten behoeve van operationele activiteiten worden volgens de lineaire methode afgeschreven op basis van onderstaande afschrijvingstermijnen. Op goodwill, vastgoedbeleggingen, objecten in aanbouw en op grond wordt niet afgeschreven.

Immateriële activa

Contractgerelateerde activa

33 jaar

Ontwikkelde ICT toepassingen

3-5 jaar

Softwarelicenties

3-5 jaar

Activa ten behoeve van operationele activiteiten

Banen, rijbanen

15-60 jaar

Platformen

30-60 jaar

Terreinen en wegen:

· Parkeerterreinen

30 jaar

· Wegen

30 jaar

· Tunnels en viaducten

40 jaar

· Drainage- en ontwateringswerken

40 jaar

Gebouwen

20-60 jaar

Installaties

5-30 jaar

Andere vaste bedrijfsmiddelen

5-20 jaar

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 6. Afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeveranderingen.

Bijzondere waardeveranderingen

De boekwaarde van vaste activa wordt aan de realiseerbare waarde getoetst indien aanwijzingen bestaan voor een bijzondere waardeverandering. De realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs in het kader van de normale bedrijfsvoering minus de geschatte kosten van voltooiing en de geschatte kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen die naar verwachting zullen voortvloeien uit het voortgezette gebruik van een actief en uit zijn vervreemding aan het eind van zijn gebruiksduur. Voornoemde toets wordt uitgevoerd op het niveau van de kasstroomgenererende eenheden waarbij Aviation en Consumer Products & Services als één kasstroomgenererende eenheid worden gezien. Indien de realiseerbare waarde lager is dan de boekwaarde wordt ter hoogte van het verschil een bijzondere waardeverandering opgenomen in de winst- en verliesrekening en wordt de boekwaarde van het actief verlaagd tot zijn realiseerbare waarde. Voorts wordt, voor zover van toepassing, de lineaire afschrijving over de resterende gebruiksduur bijgesteld. Indien er aanwijzingen bestaan die duiden op de noodzaak tot het terugnemen van een eerder toegepaste bijzondere waardeverandering wordt de boekwaarde van het actief verhoogd naar de realiseerbare waarde. Waardeveranderingen op goodwill ontstaan bij de acquisitie van dochterondernemingen en joint ventures worden niet teruggenomen. Jaarlijks wordt aan de hand van een test op bijzondere waardeveranderingen (impairment-test) of, indien er gebeurenissen of veranderingen zijn, vastgesteld of sprake is van een bijzondere waardeverandering van de goodwill.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 6. Afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeveranderingen.

Dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint arrangements

(a) Algemeen

De grondslagen van waardering en resultaatbepaling van dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint arrangements zijn waar noodzakelijk aangepast om overeenstemming met de grondslagen van Schiphol Group te bewerkstelligen.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 13. Geassocieerde deelnemingen en joint ventures.

(b) Dochterondernemingen

De financiële gegevens van N.V. Luchthaven Schiphol en haar dochterondernemingen worden volgens de integrale consolidatiemethode opgenomen. Onder dochterondernemingen worden verstaan de maatschappijen waarin door N.V. Luchthaven Schiphol feitelijk beleidsbepalende invloed uitoefent over het zakelijke en financiële beleid. Het aandeel van overige aandeelhouders in het geconsolideerde eigen vermogen en het geconsolideerde resultaat is in de balans vermeld onder het eigen vermogen (minderheidsaandeelhouders) en in de winst- en-verliesrekening onder resultaat toekomend aan minderheidsaandeelhouders. De resultaten van de in de loop van het jaar overgenomen dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf het moment waarop de vennootschap zeggenschap heeft verkregen over het beleid van de dochteronderneming. De financiële gegevens van de in de loop van het jaar afgestoten dochterondernemingen blijven in de consolidatie opgenomen tot aan het moment dat geen sprake meer is van zeggenschap. Wanneer sprake is van verlies van zeggenschap over een dochteronderneming, maar behoud van een financieel belang, dan vindt deconsolidatie van alle activa en passiva plaats en wordt het resterende belang initieel opgenomen tegen reële waarde. Het resterende verschil wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening.

(c) Geassocieerde deelnemingen

Onder geassocieerde deelnemingen worden verstaan die entiteiten waarop de vennootschap invloed van betekenis kan uitoefenen. De geassocieerde deelnemingen worden gewaardeerd op basis van de equity methode, dat wil zeggen initieel tegen kostprijs die vervolgens wordt aangepast voor het Schiphol-aandeel in de mutaties in het totaalresultaat van de geassocieerde deelneming. De waardering van deze geassocieerde deelnemingen omvat de goodwill ontstaan bij verwerving. Het aandeel van de vennootschap in de resultaten van geassocieerde deelnemingen waarop invloed van betekenis kan worden uitgeoefend wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening (onder aandeel in resultaat geassocieerde deelnemingen). De cumulatieve mutaties in het eigen vermogen van de deelneming worden naar evenredigheid van het belang van de vennootschap verwerkt in de post geassocieerde deelnemingen. De verantwoording van het aandeel van Schiphol Group in de resultaten van geassocieerde deelnemingen in de winst- en verliesrekening en in de post geassocieerde deelnemingen wordt gestaakt zodra de waarde van de geassocieerde deelneming in de balans hierdoor negatief zou worden, terwijl Schiphol geen verplichtingen is aangegaan of betalingen heeft gedaan in naam van de geassocieerde deelneming. Een geassocieerde deelneming wordt verantwoord onder de overige financiële belangen vanaf het moment dat geen sprake is van invloed van betekenis noch van zeggenschap.

(d) Joint arrangements

De financiële gegevens van entiteiten die als joint arrangement kwalificeren worden onderscheiden in joint ventures en joint operations afhankelijk van de wettelijke en contractuele rechten en plichten die iedere investeerder heeft bedongen. De bestaande contractuele overeenkomsten kwalificeren alle als joint ventures. Joint ventures zijn entiteiten waarin Schiphol Group, tezamen met één of meer investeerders, gezamenlijke zeggenschap heeft. Deze worden gewaardeerd op basis van de equity methode.

(e) Verwerving van dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint arrangements

Een verwerving van een dochteronderneming, geassocieerde deelneming of joint arrangement wordt verantwoord in overeenstemming met de overnamemethode. Onder deze methode bestaat de kostprijs van een overname uit de som van de reële waarden van de door de overnemende partij overgedragen activa en passiva op de overnamedatum, de door de overnemende partij aangegane verplichtingen jegens voormalige eigenaren van de overgenomen partij, de door de overnemende partij uitgegeven aandelenbelangen en de gerelateerde transactiekosten. De overgenomen identificeerbare activa en (voorwaardelijke) verplichtingen worden initieel gewaardeerd op reële waarde per overnamedatum. Het verschil tussen de kostprijs van de overname en het aandeel van de vennootschap in de reële waarde van verkregen activa en verplichtingen wordt in de geconsolideerde jaarrekening verantwoord als goodwill onder de immateriële activa (voor wat betreft dochterondernemingen) of als onderdeel van de waarde van de deelneming. Indien dit verschil negatief is, wordt het verschil direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Kosten in verband met een overname worden direct verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Als de overname gefaseerd plaatsvindt, wordt de boekwaarde op de overnamedatum van het bestaande belang van de verkrijgende partij voorafgaande aan de overname geherwaardeerd tegen reële waarde op de overnamedatum; eventuele winsten of verliezen die voortvloeien uit deze herwaarderingen worden verantwoord in de winst- en verliesrekening onder overige opbrengsten.

Wanneer door een overname of verkoop beslissende zeggenschap wordt verloren, dan wordt het resterende belang in de entiteit geherwaardeerd tegen reële waarde op de datum waarop de beslissende zeggenschap ophoudt te bestaan, waarbij de wijziging in de boekwaarde wordt verwerkt in de winst- en verliesrekening. De alsdan tot stand gekomen reële waarde vormt de initiële waardering die als basis dient voor de vervolgwaardering als geassocieerde deelneming of joint venture. De tot dat moment verantwoorde niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot de transactie worden verwerkt als waren de betrokken activa en verplichtingen direct gedesinvesteerd geweest. Dit kan betekenen dat bedragen die eerder als niet-gerealiseerde resultaten zijn verantwoord, overgebracht worden naar de winst- en verliesrekening.

(f) Eliminaties

Transacties evenals de daaruit voortvloeiende ongerealiseerde winsten, vorderingen en schulden tussen de vennootschap en haar dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint arrangements worden geëlimineerd, bij joint arrangements en geassocieerde deelnemingen naar evenredigheid van het belang van de vennootschap in die joint arrangements en geassocieerde deelnemingen. Ongerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd tenzij er aanwijzingen bestaan voor een bijzondere waardevermindering van het actief.

Vorderingen op geassocieerde deelnemingen en leningen

Vorderingen op geassocieerde deelnemingen en leningen, opgenomen onder langlopende vorderingen worden initieël gewaardeerd tegen de reële waarde van de uitgegeven lening verminderd met transactiekosten. Vervolgens worden de vorderingen op geassocieerde deelnemingen en leningen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Verschillen tussen de aflossingswaarde enerzijds en de boekwaarde anderzijds worden daarbij afgeschreven over de resterende looptijd volgens de effectieve rentemethodiek.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 14. Vorderingen op geassocieerde deelnemingen.

Langlopende vorderingen

Bij vooruitbetaalde erfpacht wordt het bedrag van de afkoop als leasevordering opgenomen in de balans en lineair als last in de winst- en verliesrekening verantwoord over de termijn van het leasecontract.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 15. Langlopende vorderingen.

Financiële instrumenten, inclusief derivaten

De vennootschap classificeert de financiële instrumenten in de volgende categorieën: verplichtingen en vorderingen, reële waarde door de winst- en verliesrekening of als activa beschikbaar voor verkoop. Er wordt gebruik gemaakt van derivaten om het risico van wijzigingen in toekomstige kasstromen terzake van periodiek te betalen rente en aflossing van financiering af te dekken. Deze wijzigingen in kasstromen kunnen het gevolg zijn van ontwikkelingen in marktrente en valutakoersen. Daarnaast wordt op beperkte schaal gebruikgemaakt van derivaten om het valutarisico af te dekken op te ontvangen dividenden. De ter afdekking van deze risico’s gebruikte afdekkingsinstrumenten zijn renteswaps, valutaswaps en valutatermijncontracten.

Derivaten worden bij de eerste verwerking in de jaarrekening opgenomen tegen de reële waarde op de datum waarop het derivatencontract wordt gesloten en vervolgens tegen de reële waarde op elk rapporterings moment. De methode voor verantwoording van het resultaat is afhankelijk van de vraag of hedge accounting wordt toegepast en zo ja, of de hedgerelatie effectief is. Een hedgerelatie is effectief als de werkelijke effectiviteit binnen een bandbreedte van 80% en 125% blijft. Als de hedgerelatie effectief is, dan wordt voor deze derivaten (kasstroom)hedge accounting toegepast. Hierbij wordt het effectieve deel van reële waardemutaties op derivaten verwerkt in de reserve afdekkingstransacties die onderdeel is van het eigen vermogen. Het niet-effectieve deel wordt verwerkt in het resultaat. De cumulatieve bedragen die in het eigen vermogen zijn verwerkt, worden overgeheveld naar het resultaat in dezelfde periode waarin de afgedekte transactie in het resultaat wordt verwerkt.

Bij het afsluiten van een afdekkingstransactie wordt de afdekkingsrelatie formeel gedocumenteerd. Periodiek wordt getoetst of de afdekkingstransactie over de afgelopen periode effectief is geweest en of de afdekkingstransactie naar verwachting over de komende periode effectief zal zijn.

Indien het afdekkingsinstrument afloopt, wordt verkocht, wordt beëindigd, wordt uitgeoefend, of niet langer voldoet aan de criteria voor het mogen toepassen van hedge accounting, dan wordt de toepassing daarvan per direct gestaakt. De tot dan gecumuleerde mutaties in de reële waarde van het betreffende afdekkingsinstrument blijven in de reserve afdekkingstransacties zolang het nog waarschijnlijk wordt geacht dat de initieel afgedekte transactie zich zal voordoen. Deze mutaties worden in de winst- en verliesrekening verantwoord op het moment dat de initieel afgedekte kasstroom zich voordoet. Als het niet langer waarschijnlijk wordt geacht dat de initieel afgedekte transactie zich zal voordoen wordt het geaccumuleerde bedrag in de reserve afdekkingstransacties direct via het totaalresultaat in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 29. Management van financiële risico’s en financiële instrumenten.

Voorraden

Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere netto-opbrengstwaarde. Deze lagere netto-opbrengstwaarde wordt bepaald door individuele beoordeling van de voorraden. De kostprijs omvat de inkoopkosten van het product. De netto-opbrengst­waarde is gebaseerd op een verwachte verkoopprijs, onder aftrek van nog te maken kosten voor verkoop.

Handels- en overige vorderingen

Handels- en overige vorderingen worden in eerste instantie gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs met gebruikmaking van de effectieve rentemethode, verminderd met eventuele bijzondere waardeveranderingen. Gezien de veelal korte looptijd zijn de reële waarde en geamortiseerde kostprijs van deze posten over het algemeen nagenoeg gelijk aan de nominale waarde.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 17. Handels- en overige vorderingen.

Liquide middelen

De post liquide middelen omvat rekening-couranttegoeden bij de bank en deposito’s. Deposito's opeisbaar binnen drie maanden of korter worden als liquide middelen gepresenteerd. Rekening-courantschulden (roodstand) en kredietfaciliteiten bij de bank worden verantwoord onder de kortlopende verplichtingen. De liquide middelen worden gewaardeerd tegen de reële waarde, gewoonlijk gelijk aan de nominale waarde.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 18. Liquide middelen.

Activa en passiva aangehouden voor verkoop

Vaste activa of activa en passiva die betrekking hebben op een te verkopen onderdeel, worden apart gepresenteerd als 'aangehouden voor verkoop' als deze activa en passiva beschikbaar zijn voor onmiddellijke verkoop. Verkoop is zeer waarschijnlijk als het management zich op balansdatum heeft gecommitteerd aan gedetaileerde verkoopplannen, actief naar een koper zoekt en een redelijke verkoopprijs hanteert.

De tot deze categorie behorende activa en passiva worden gewaardeerd tegen boekwaarde of, indien lager, de reële waarde verminderd met te verwachten, direct gerelateerde verkoopkosten. Op vaste activa beschikbaar voor verkoop wordt niet meer afgeschreven.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 16. Activa en passiva aangehouden voor verkoop.

Eigen vermogen

(a) Geplaatst kapitaal

Het geplaatst kapitaal omvat de op uitgegeven aandelen gestorte, nominale bedragen.  

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 19. Geplaatst kapitaal.

(b) Agio reserve

De agio reserve omvat de op uitgegeven aandelen gestorte bedragen, voor zover die stortingen de nominale waarde van de betreffende aandelen overschrijden.  

(c) Ingehouden winst

De ingehouden winst betreft een cumulatie van het jaarlijkse nettoresultaat (het deel van het resultaat dat toekomt aan de aandeelhouders) minus het uitgekeerd dividend. 

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 20. Ingehouden winst.

(d) Overige reserves

De overige reserves bestaan uit de reserve omrekeningsverschillen, de reserve afdekkingstransacties, het reserve aandeel totaalresultaat geassocieerde deelnemingen en de reserve actuariële resultaten en herwaarderingen.

De grondslagen voor de reserve afdekkingstransacties worden besproken in de paragraaf over derivaten. De grondslagen voor de reserve omrekeningsverschillen worden besproken onder letter (c) in de paragraaf vreemde valuta.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 21. Overige reserves.

Leningen

Deze post betreft obligaties en onderhandse leningen evenals schulden aan kredietinstellingen. Leningen worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde van de opgenomen lening verminderd met transactiekosten. Vervolgens worden de leningen gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Het verschil tussen de aflossingswaarde en de boekwaarde wordt daarbij afgeschreven over de resterende looptijd volgens de effectieve rentemethode.

Leningen worden verantwoord onder de kortlopende schulden voor zover wordt verwacht dat aflossing binnen één jaar na balansdatum zal plaatsvinden.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 23. Leningen

Personeelsbeloningen

Personeelsbeloningen worden onderverdeeld in vier categorieën:

  • (a) kortetermijn personeelsbeloningen;
  • (b) vergoedingen na uitdiensttreding;
  • (c) andere langetermijn personeelsbeloningen;
  • (d) ontslagvergoedingen.

Hieronder wordt kort aangegeven wat deze categorieën inhouden en welke personeelsbeloningen van Schiphol onder de verschillende categorieën worden ingedeeld.

(a) Kortetermijn personeelsbeloningen

Kortetermijn personeelsbeloningen zijn personeelsbeloningen die betaalbaar zijn binnen 1 jaar na het einde van het boekjaar waarin de werknemer de prestaties heeft verricht. Binnen Schiphol Group bestaat deze categorie onder meer uit salarissen (inclusief vakantiegeld) en alle vaste en variabele toeslagen, bijdragen voor werknemersverzekeringen, doorbetaling loon bij ziekte, winstdeling en variabele beloning (korte termijn). De kosten uit hoofde van deze personeelsbeloningen worden in de winst- en verliesrekening verantwoord op het moment dat de prestaties zijn verricht of rechten op beloningen zijn ontstaan (bijvoorbeeld vakantiegeld).

(b) Vergoedingen na uitdiensttreding

Deze categorie vergoedingen betreft personeelsbeloningen die verschuldigd kunnen zijn na beëindiging van het dienstverband. Onder deze categorie vallen zaken als pensioenregelingen, functioneel leeftijdsontslag, vergoeding ziektekostenverzekering voor gepensioneerden en de aanvullende uitkering bij arbeidsongeschiktheid. Schiphol Group heeft de pensioenregeling ondergebracht bij het ABP. De pensioenregeling wordt aangemerkt als een collectieve regeling van meerdere werkgevers en kwalificeert als een toegezegde bijdrage-pensioenregeling omdat:

  • de actuariële risico's en beleggingsrisico's volledig bij de deelnemers liggen;
  • de aangesloten werkgevers geen aanvullende verplichtingen hebben tot het voldoen van aanvullende bijdragen als sprake is van een tekort bij het ABP en geen recht hebben op eventuele overschotten in het fonds naast het voldoen van de door het ABP vastgestelde premie;
  • de premie jaarlijks wordt vastgesteld door het bestuur van het ABP op basis van de eigen bestandsgegevens met inachtneming van de voorgeschreven parameters en vereisten.

Als gevolg hiervan is bij de berekening van de verplichtingen voortvloeiend uit de pensioenregeling volstaan met het in de winst- en verliesrekening opnemen van de verschuldigde premie terzake van de pensioenen.

De overige verplichtingen binnen deze categorie van personeelsbeloningen (functioneel leeftijdsontslag, vergoeding ziektekostenverzekering voor gepensioneerden en de aanvullende uitkering bij arbeidsongeschiktheid) worden eveneens berekend volgens actuariële grondslagen en verantwoord in overeenstemming met de methode zoals onder 1 tot en met 3 is beschreven. In die gevallen wordt in de balans een nettovordering of verplichting opgenomen die het totaal is van de volgende bedragen:

  1. de contante waarde van de brutoverplichtingen uit hoofde van de toegezegde-pensioenregeling op de balansdatum. Deze verplichtingen worden berekend in overeenstemming met de projected unit credit method. Volgens deze methode wordt de contante waarde van de pensioenverplichting per werknemer bepaald op basis van het aantal actieve dienstjaren tot aan de balansdatum, het geraamde salarisniveau per de verwachte pensioneringsdatum en de marktrente;
  2. verminderd met enige nog niet opgenomen pensioenkosten van verstreken diensttijd. Indien als gevolg van de herziening van pensioenregelingen de verwachte verplichtingen op basis van toekomstige salarisniveaus ten aanzien van reeds verstreken dienstjaren (backservicekosten) toenemen, wordt deze toename volledig verantwoord in de periode waarin de rechten verleend worden;
  3. verminderd met de reële waarde van eventuele fondsbeleggingen op de balansdatum waaruit de verplichtingen direct moeten worden afgewikkeld.
(c) Andere langetermijn personeelsbeloningen

Bij andere langetermijn personeelsbeloningen gaat het om personeelsbeloningen die niet volledig betaalbaar zijn binnen één jaar na het einde van het boekjaar waarin de werknemer de prestaties verrichtte. Bij Schiphol Group bestaat deze categorie onder meer uit langetermijn variabele beloningen voor het directieteam en staf- en business area-directeuren, loonsuppletie bij arbeidsongeschiktheid, jubileumuitkeringen, duurzaam-inzetbaarheidsbudget en sabbatical leave.

De langetermijn variabele beloningen zijn een voorwaardelijke bezoldigingscomponent, waarbij de opschortende voorwaarde bij de toekenning is, dat de betrokkenen na een periode van drie jaar na de toekenning (de referentieperiode) de vooraf vastgestelde prestatiecriteria (economic profit) cumulatief hebben gerealiseerd. Betaling vindt uitsluitend plaats indien de betrokkene na de periode van drie jaar nog in dienst is. Wanneer de arbeidsovereenkomst in onderling overleg wordt beëindigd, wordt de toekenning pro rata vastgesteld. Aan het einde van elk jaar wordt een schatting gemaakt van de na afloop van de driejarige periode te betalen variabele beloning. Hiervan wordt gedurende de referentieperiode jaarlijks een evenredig deel ten laste van het resultaat van het betreffende jaar verantwoord.

De te verwachten kosten van loonsuppletie bij arbeidsongeschiktheid worden volledig in de winst- en verliesrekening tot uitdrukking gebracht op het moment dat een personeelslid gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt verklaard. In de balans wordt een voorziening verantwoord voor de verlofrechten die door het personeel zijn gereserveerd ten behoeve van sabbatical leave. De kosten komen tot uitdrukking in het boekjaar waarin de betreffende verlofrechten zijn toegekend.

De verplichtingen met betrekking tot jubileumuitkeringen en de verplichtingen uit hoofde van de andere langetermijn personeelsbeloningen worden gewaardeerd tegen contante waarde.

(d) Ontslagvergoedingen

Ontslagvergoedingen zijn personeelsbeloningen die zijn verschuldigd als gevolg van de beslissing van Schiphol Group om het dienstverband van een werknemer te beëindigen vóór de normale pensioneringsdatum of de beslissing van een werknemer om in ruil voor een aangeboden vergoeding vrijwillig ontslag te nemen. Ook uitkering op grond van de regeling bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid is een voorbeeld van een ontslagvergoeding. De kosten voor ontslagvergoedingen worden volledig in de winst- en verliesrekening tot uitdrukking gebracht.

De verplichtingen met betrekking tot de ontslagvergoedingen worden gewaardeerd tegen contante waarde.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 24. Personeelsbeloningen.

Overige voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De overige voorzieningen zijn opgenomen tegen de contante waarde van de verplichting.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 25. Overige voorzieningen.

Overige langlopende verplichtingen

Bij afgekochte erfpacht wordt het bedrag van de afkoop als leaseverplichting opgenomen in de balans en lineair als bate in de winst- en verliesrekening verantwoord over de termijn van het leasecontract. Het betreft hier een overlopend leasepassief uit hoofde van Schiphol Group als lessor.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 26. Overige langlopende verplichtingen.

Lease

(a) Classificatie

Activa waarvan de vennootschap of haar dochterondernemingen als lessee krachtens een leaseovereenkomst het economisch eigendom hebben, worden geclassificeerd als financiële lease. De vennootschap of haar dochterondernemingen hebben het economisch eigendom indien vrijwel alle aan het eigendom verbonden risico’s en voordelen aan haar zijn overgedragen. Leaseovereenkomsten waarbij het economisch eigendom van de activa in handen is van derden worden geclassificeerd als operationele lease. In de classificatie van leaseovereenkomsten als operationele of financiële lease is de economische realiteit leidend (niet de vorm van het contract).

(b) Schiphol Group als huurder in een financiële lease 

De betreffende activa worden verantwoord onder activa ten behoeve van operationele activiteiten of onder vastgoedbeleggingen. De leningen die verband houden met deze overeenkomsten worden verantwoord onder de leaseverplichtingen. De betreffende activa en verplichtingen worden initieel opgenomen tegen bedragen die, op het tijdstip van het aangaan van de leaseovereenkomst, gelijk zijn aan de reële waarde van de geleasde activa of, indien lager, aan de contante waarde van de minimale leasebetalingen. Op de activa wordt vervolgens afgeschreven in overeenstemming met identieke activa die de vennootschap zelf in eigendom heeft. De afschrijvingstermijn kan korter zijn indien de leasetermijn korter is, niet verlengd zal worden en de betreffende activa niet overgenomen zullen worden. De betaalde leasetermijnen worden op een zodanige manier verdeeld tussen de financieringskosten en aflossing van de uitstaande verplichting dat gedurende elke periode van de lease een constante periodieke rentevoet op het resterende saldo van de verplichtingen wordt getoond.

(c) Schiphol Group als huurder in een operationele lease

Voor contracten waar het economisch eigendom in handen is van derden, worden uitsluitend de huurtermijnen lineair, rekening houdend met huurincentives, als kosten verantwoord in de winst- en verliesrekening.

(d) Schiphol Group als verhuurder in een financiële lease

Activa die het onderwerp zijn van een verhuurovereenkomst die classificeert als financiële lease, worden in de balans opgenomen als een leasevordering tot een bedrag dat bij aangaan van het contract gelijk is aan de contante waarde van de minimaal te ontvangen leasebetalingen. De ontvangen leasetermijnen worden op een zodanige manier verdeeld tussen de financieringsbaten en aflossing van de uitstaande vordering, dat gedurende elke periode van de lease een constante periodieke rentevoet op het resterende saldo van de vorderingen wordt getoond.

(e) Schiphol Group als verhuurder in een operationele lease

Activa die het onderwerp zijn van een verhuurovereenkomst die classificeert als operationele lease worden in de balans opgenomen en gewaardeerd volgens de aard van het actief. Huurtermijnen van dergelijke leasecontracten worden lineair, rekening houdend met huurincentives, als bate verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Handels- en overige schulden

Handelscrediteuren en overige schulden worden in eerste instantie tegen reële waarde op de balans opgenomen. Daarna vindt waardering plaats tegen geamortiseerde kostprijs. Gezien de veelal korte looptijd zijn de reële waarde en geamortiseerde kostprijs van deze posten over het algemeen nagenoeg gelijk aan de nominale waarde.

Verplichtingen uit hoofde van gemeentelijke heffingen, waaronder WOZ en waterschapslasten, worden opgenomen wanneer het ontstaan van deze verplichting zich voordoet.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 27. Handels- en overige schulden.

Netto-omzet

Opbrengsten worden gewaardeerd tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoedingen. Het merendeel van de activiteiten van Schiphol Group genereren opbrengsten die kwalificeren als opbrengsten uit het verrichten van diensten (havengelden, concessies, verhuringen en autoparkeergelden). Deze opbrengsten worden verantwoord naar rato van de verrichte prestaties op balansdatum en voor zover het resultaat betrouwbaar kan worden geschat.

Jaarlijks worden de havengeldtarieven en voorwaarden, van het eerst volgende jaar, ter consultatie voorgelegd aan de gebruikers. Hierbij wordt aan de gebruikers een omschrijving van het kwaliteitsniveau van de aangeboden diensten, aan de hand van de in het Besluit exploitatie luchthaven Schiphol aangegeven indicatoren, verstrekt. De tarieven voor het geheel van de luchtvaartactiviteiten dienen transparant te zijn. Dit geldt ook voor de opbrengsten uit activiteiten die rechtstreeks verband houden met de luchtvaartactiviteiten op de luchthaven die worden verdisconteerd in deze tarieven. Daartoe wordt door de exploitant een gescheiden administratie binnen de boekhouding voor de luchthavenactiviteiten bijgehouden, met daarbinnen een afzonderlijke administratie van de kosten en opbrengsten van beveiliging van passagiers en hun bagage. Voor de kosten en opbrengsten van deze activiteiten heeft de exploitant een toerekeningssysteem vastgesteld dat voldoet aan de eisen van marktconformiteit, proportionaliteit en integraliteit. Overschotten en tekorten die voor verrekening in aanmerking komen op basis van de Wet luchtvaart worden niet als vordering of verplichting opgenomen. Deze worden verrekend in toekomstige havengeldtarieven.

De opbrengsten uit winkelverkopen komen voort uit verkoop van goederen en worden verantwoord op het moment dat deze verkooptransacties plaatsvinden.

Onder totale omzet wordt verstaan de opbrengst van geleverde diensten onder aftrek van kortingen en over de omzet geheven belastingen (BTW en accijnzen). De netto-omzet is gelijk aan de totale omzet verminderd met omzet uit transacties tussen groepsmaatschappijen.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 1. Netto-omzet.

Financiële baten en lasten

Rentebaten en lasten worden verantwoord op basis van tijdsevenredigheid, rekening houdend met het effectieve interest van verstrekte leningen of verplichtingen. Dividend wordt verantwoord op het moment dat de onderneming het recht heeft verkregen om de betaling te ontvangen.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 29. Management van financiële risico’s en financiële instrumenten.

Winstbelastingen

De winstbelasting op het resultaat over het boekjaar omvat de over de verslaggevingsperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelastingen en latente winstbelastingen. Deze zijn berekend op basis van de geldende belastingwetgeving en -tarieven. Belastingen op het resultaat omvatten alle belastingen die zijn gebaseerd op fiscale winsten en verliezen, inclusief niet-verrekenbare belastingen die door dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen of joint ventures zijn verschuldigd.

De winstbelasting wordt in de winst- en verliesrekening verantwoord, behoudens voor zover deze betrekking heeft op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen of totaalresultaat worden opgenomen. In dit geval wordt de belasting in het eigen vermogen of totaalresultaat verwerkt.

De over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare acute belasting is de naar verwachting te betalen belasting over de belastbare winst over het boekjaar, alsmede correcties op de over de voorgaande jaren verschuldigde belasting.

Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds.

Latente belastingvorderingen, met inbegrip van die voortvloeiend uit voorwaartse verliescompensatie, worden gewaardeerd indien het waarschijnlijk is dat voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee verliezen kunnen worden gecompenseerd en verrekenings­mogelijkheden kunnen worden benut.

Latente belastingverplichtingen worden verantwoord voor belastbare tijdelijke verschillen in verband met investeringen in dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen, joint ventures en contractgerelateerde activa, tenzij de vennootschap in staat is het tijdstip van afwikkeling van het tijdelijke verschil te bepalen en het waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de voorzienbare toekomst niet zal worden afgewikkeld. Er wordt geen latente belastingverplichting opgenomen voor:

  1. tijdelijke verschillen die het gevolg zijn van transacties die niet zijn aan te merken als overname en ten tijde van de transactie geen effect hebben op het commerciële en fiscale resultaat;
  2. de initiële verwerking van goodwill.

Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gewaardeerd tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn op de periode waarin de vordering wordt gerealiseerd of de verplichting wordt afgewikkeld, op basis van de belastingtarieven (en de belastingwetgeving) waarvan het wetgevingsproces (materieel) is afgesloten op de balansdatum. De latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd voor zover de vorderingen en verplichtingen onderdeel uitmaken van dezelfde fiscale eenheid en de vennootschapsbelasting aan het hoofd van deze fiscale eenheid een afdwingbaar recht hiertoe heeft.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf 12. Winstbelastingen .

Vreemde valuta

(a) Functionele- en presentatievaluta

De primaire economische omgeving van Schiphol Group is Nederland. De functionele- en presentatievaluta van Schiphol Group is dientengevolge de euro. Financiële informatie wordt weergegeven in duizenden euro, tenzij anders aangegeven.

(b) Transacties, activa en passiva

Transacties (investeringen, opbrengsten en kosten) in vreemde valuta worden verwerkt tegen de koers van afwikkeling. Monetaire activa en passiva (vorderingen, schulden en liquide middelen) in vreemde valuta worden omgerekend tegen de op de balansdatum vigerende koers. De koersverschillen die zich voordoen bij deze omrekening en bij afwikkeling van deze posten worden in de winst- en verliesrekening verantwoord onder de financiële baten en lasten. Een uitzondering op vorenstaande betreft de koersverschillen uit hoofde van financiële instrumenten in vreemde valuta, waartegen derivaten worden aangehouden met het doel koersrisico’s op toekomstige kasstromen af te dekken. Koersverschillen op deze financiële instrumenten worden verantwoord in het totaalresultaat, mits de afdekking in hoge mate effectief is. Het ineffectieve gedeelte wordt verantwoord in de winst- en verliesrekening onder de financiële baten en lasten.

(c) Dochterondernemingen

Opbrengsten en kosten in vreemde valuta worden omgerekend tegen de koers op transactiedatum, hetgeen in de praktijk doorgaans kan worden benaderd door het hanteren van een gemiddelde koers. Activa en passiva worden omgerekend tegen de op de balansdatum geldende koers. Goodwill en reële waardeaanpassingen die ontstaan bij de acquisitie van een deelneming worden gezien als activa en passiva van de betreffende deelneming en worden eveneens omgerekend tegen de op de balansdatum vigerende koers. De koersverschillen die ontstaan bij de omrekening van balans en winst- en verliesrekening van dochterondernemingen buiten de eurozone worden rechtstreeks in het eigen vermogen verantwoord onder de reserve omrekeningsverschillen. Bij vervreemding van een dochteronderneming buiten de eurozone worden de cumulatieve omrekeningsverschillen, die eerst in de reserve omrekeningsverschillen werden verantwoord, via het totaalresultaat overgeboekt naar de winst- en verliesrekening als onderdeel van het resultaat uit hoofde van de vervreemding.

Segmentinformatie

Een operationeel segment is een duidelijk te onderscheiden onderdeel van een onderneming dat bedrijfsactiviteiten onderneemt met daaraan verbonden opbrengsten, kosten en operationele resultaten en waarover afzonderlijke financiële informatie beschikbaar is die regelmatig wordt beoordeeld door de directie ter beoordeling van de prestatie van het segment en om beslissingen te nemen over de aan het segment toe te kennen middelen. Schiphol Group onderkent veertien operationele segmenten die voor rapportage doeleinden worden samengevoegd tot negen reporting segmenten gezien de omvang en kenmerken van de operationele segmenten. Overheadkosten op groepsniveau worden aan de segmenten toegerekend, grotendeels op basis van hun relatieve aandeel in de directe kosten van Schiphol Group.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf Segmentinformatie.

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen en direct opvraagbare deposito's.

Kasstromen uit kortlopende kredietfaciliteiten worden als financieringskasstroom opgenomen. Kasstromen in vreemde valuta worden omgerekend tegen een geschatte gemiddelde koers. Koersverschillen inzake geldmiddelen worden afzonderlijk in het kasstroomoverzicht getoond. Winstbelastingen, ontvangen en betaalde interest alsmede ontvangen dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten.

De verkrijgingsprijs van verworven groepsmaatschappijen wordt opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, voor zover betaling in geldmiddelen heeft plaatsgevonden. Hierbij worden geldmiddelen aanwezig in deze groepsmaatschappijen afgetrokken van de aankoopprijs. De verwerking is hetzelfde bij de verkoop van een groepsmaatschappij.

Transacties waarbij geen ruil van geldmiddelen plaatsvindt worden niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. De betaling van de leasetermijnen uit hoofde van het financiële leasecontract wordt voor het gedeelte dat betrekking heeft op de aflossing als een uitgave uit financieringsactiviteiten aangemerkt en voor het gedeelte dat betrekking heeft op de interest als een uitgave uit operationele activiteiten.

Zie voor een nadere toelichting paragraaf Geconsolideerd kasstroomoverzicht 2016.

Kritische beoordelingen en inschattingen

Veelal betreffen de gehanteerde veronderstellingen, aannames en schattingen in de jaarrekening verwachtingen omtrent toekomstige ontwikkelingen. De werkelijke ontwikkelingen kunnen afwijken van de gehanteerde veronderstellingen en aannames, waardoor de werkelijke uitkomst in belangrijke mate kan afwijken van de huidige waardering van een aantal posten in de jaarrekening. De gehanteerde veronderstellingen, aannames en inschattingen kunnen derhalve significante invloed hebben op vermogen en resultaat. Gehanteerde veronderstellingen, aannames en inschattingen worden periodiek getoetst en zo nodig aangepast. Deze zijn in belangrijke mate gebaseerd op ervaringen uit het verleden en op een zo betrouwbaar mogelijke schatting door het management van Schiphol Group van de specifieke omstandigheden die – naar de mening van het management – gegeven de situatie van toepassing zijn. In deze paragraaf wordt ingegaan op de belangrijkste gebieden waar de waardering van de desbetreffende posten in sterke mate wordt beïnvloed door de gehanteerde veronderstellingen, aannames en inschattingen.

Levensduur en restwaarde van en bijzondere waardeveranderingen materiële vaste activa

Bij de bepaling van de boekwaarde van materiële vaste activa wordt gebruik gemaakt van schattingen van de afschrijvingstermijnen, die zijn afgeleid van de verwachte technische en economische levensduur van het betrokken actief en restwaarden. Als gevolg van technologische ontwikkelingen, ontwikkelingen in marktomstandigheden en veranderingen in het gebruik van het betrokken actief, kunnen de verwachte technische en economische levensduur en de geschatte restwaarde van het betrokken actief veranderen. Voornoemde factoren kunnen bovendien aanleiding geven tot het verantwoorden van een bijzondere waardeverandering.

Bepaling reële waarde vastgoedbeleggingen en grondposities

De reële waarde van gebouwen en grond, verantwoord onder de post vastgoedbeleggingen, wordt jaarlijks bepaald door externe onafhankelijke taxateurs en op basis van interne taxaties. Hierbij wordt ieder jaar een ander gedeelte van de totale grondposities door onafhankelijke externe taxateurs gewaardeerd. De beste aanwijzingen voor de reële waarde zijn de gangbare prijzen op een actieve markt voor soortgelijke vastgoedbeleggingen. Bij het ontbreken van dergelijke informatie wordt de reële waarde zelfstandig vastgesteld binnen een bandbreedte van redelijke schattingen van de reële waarde. De aannames die ten grondslag liggen aan deze schattingen zijn opgenomen in paragraaf 11.Vastgoedbeleggingen.

Bijzondere waardeverandering van goodwill en vaste activa

Op goodwill wordt niet afgeschreven, doch hiervoor dient jaarlijks aan de hand van een test op bijzondere waardeveranderingen (impairment-test) of, indien er gebeurenissen of veranderingen zijn, te worden vastgesteld of sprake is van een bijzondere waardeverandering van de goodwill. Overige activa worden getest indien er gebeurtenissen of veranderingen aan de orde zijn die aanleiding geven voor een test op bijzondere waardeverandering.

Activeren en toerekenen van kosten aan bepaalde activa

Alle investeringen worden initieel verantwoord onder activa in aanbouw indien er naar verwachting toekomstige economische voordelen behaald worden. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen operationele activiteiten en vastgoedbeleggingen. Operationele activiteiten zijn onderverdeeld in de volgende categorieën:

  • Banen, rijbanen en platformen;
  • Terreinen en wegen;
  • Gebouwen;
  • Installaties;
  • Overige vaste bedrijfsmiddelen.

Belastingen

Bij het opmaken van de jaarrekening besteedt Schiphol Group veel aandacht aan de beoordeling van alle van belang zijnde fiscale risico’s en is de actuele belastingpositie naar beste inzichten in de jaarrekening verwerkt. Wijzigende inzichten, bijvoorbeeld als gevolg van definitieve aanslagen over eerdere jaren, kunnen leiden tot additionele belastinglasten of -baten. Bovendien kunnen nieuwe belastingrisico’s ontstaan. Bij de waardering van latente belastingvorderingen, met name op het gebied van latenties die verband houden met de verschillen tussen fiscale boekwaarden en de boekwaarden in de jaarrekening van materiële vaste activa, worden aannames gemaakt omtrent de mate waarin en de termijn waarop deze vorderingen kunnen worden gerealiseerd. Dit gebeurt onder meer op basis van businessplannen. Daarnaast worden bij het opstellen van de jaarrekening aannames gemaakt omtrent de tijdelijke en permanente verschillen tussen de boekwaarde en de fiscale waardering. De werkelijke situatie kan afwijken van de aannames die zijn gehanteerd bij de bepaling van latente belastingposities, onder meer als gevolg van verschillen van inzicht en veranderingen in fiscale wet- en regelgeving. Zie hiervoor ook paragraaf 12. Winstbelastingen .

Het beheersingsprogramma voor de voornoemde fiscale risico’s (ook wel genoemd het tax control framework) maakt deel uit van het totale risicobeheersingsprogramma van Schiphol Group. In dat kader zijn fiscale risico’s in kaart gebracht en wordt de interne beheersing bewaakt, die gericht is op het mitigeren van de fiscale risico's. Daarnaast heeft Schiphol Group een fiscale planning ontwikkeld en geïmplementeerd. Het fiscale risicobeheer wordt gefaciliteerd door de centrale control-afdeling (Group Control) en valt onder goedgekeurd beleid van de directie. Dit beleid heeft voorts als uitgangspunt dat Schiphol Group een betrouwbare belastingbetaler wil zijn op basis van een professioneel uitgevoerd fiscaal beleid.

Claims en geschillen

Schiphol Group is betrokken bij verschillende claims en geschillen die tegen de luchthaven en dochtermaatschappijen zijn ingediend en die onderdeel zijn van de bedrijfsactiviteiten. Het management van Schiphol Group beoordeelt de aanhangig gemaakte claims en geschillen op basis van feiten en wint indien nodig hierover juridisch advies in. Daarnaast heeft Schiphol Group nog claims en geschillen waarbij Schiphol zelf de eisende partij is. In beide gevallen spelen subjectieve elementen een rol waarbij er een inschatting wordt gemaakt van de uitkomst. Echter, de afloop en eventuele onderhandelingen omtrent claims en geschillen kan niet met volledige zekerheid worden voorspeld. Zie voor nadere toelichting paragraaf 28.Voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen.

Wijzigingen in de consolidatiekring

2015 - verkoop SAR B.V.

In 2015 heeft de volgende (verkoop)transactie effect gehad op de consolidatiekring van Schiphol Group:

Op 30 april 2015 heeft Schiphol Group 60% van haar aandelen in Schiphol Airport Retail B.V. (SAR) verkocht aan Gebr. Heinemann SE & Co. KG. Schiphol Group en Gebr. Heinemann werken sindsdien samen in een joint venture voor de verkoop van drank, tabak en chocolade in het winkelgebied achter de security filters op Amsterdam Airport Schiphol. Gebr. Heinemann neemt voor 60%-deel in SAR en Schiphol Group houdt 40% van de aandelen. Door de verkoop van 60% heeft Schiphol Group haar controlerend belang verloren. Vanaf 30 april 2015 worden de activa en passiva alsmede de resultaten van SAR niet langer geconsolideerd maar verwerkt als joint venture. De activa en passiva van SAR waren per 31 december 2014 geclassificeerd als 'aangehouden voor verkoop'.

Als gevolg van de verkoop is in 2015 een verkoopresultaat gerealiseerd van 50 miljoen euro dat is verwerkt onder de overige opbrengsten. De ontvangen transactiesom bedroeg 34 miljoen euro. Het verkoopresultaat bestaat uit het resultaat op de verkoop van het 60%-belang en het resultaat door de opname van het 40%-belang tegen reële waarde.

(in EUR 1.000)

30 April 2015

Immateriele vaste activa

57

Activa ten behoeve van operationele activiteiten

1.349

Voorraden

7.300

Liquide middelen

4.330

Handels- en overige vorderingen

3.138

Activa aangehouden voor verkoop

16.174

Voorzieningen

157

Handels- en overige schulden

9.937

Passiva aangehouden voor verkoop

10.094

Activa en passiva aangehouden voor verkoop

6.080

Ontvangen transactiesom

33.556

Verkochte liquide middelen

-4.330

Transactiesom netto van verkochte liquide middelen

29.226

Overige opbrengst

Ontvangen in liquide middelen (60%-belang)

33.556

Initiële opname joint venture Schiphol Airport Retail B.V. (40%-belang)

22.371

Verkochte activa en passiva gecorrigeerd voor intercompany vorderingen en schulden

-6.080

Totaal verkoopresultaat

49.847

Segmentinformatie

Schiphol Group onderkent veertien operationele segmenten die voor rapportagedoeleinden worden samengevoegd tot negen reporting-segmenten waarover wordt gerapporteerd.

De business area Aviation heeft Amsterdam Airport Schiphol als werkterrein en levert diensten en faciliteiten aan luchtvaartmaatschappijen, passagiers en afhandelingsmaatschappijen. De business area Aviation is onderverdeeld in de segmenten Aviation en Security. Omzetbronnen voor Aviation zijn voornamelijk havengelden (vliegtuig- en passagiersgerelateerde vergoedingen) en concessie-inkomsten (van oliemaatschappijen voor de levering van vliegtuigbrandstof). De omzetbron voor Security betreft havengelden (beveiligingsgerelateerde vergoedingen).

De activiteiten van de business area Consumer Products & Services bestaan uit het uitgeven en managen van concessies voor winkels en horecagelegenheden (segment Concessies met omzet uit concessies en verhuur van winkelruimten), het exploiteren van autoparkeerterreinen (segment Parkeren met omzet uit parkeergelden) en het aanbieden van mogelijkheden om te adverteren op Amsterdam Airport Schiphol (segment Overige met onder andere omzet uit verhuur van reclameruimte).

De business area Real Estate, tevens segment, ontwikkelt, beheert, exploiteert en belegt in vastgoed op en rondom luchthavens in binnen- en buitenland. Het grootste deel van de portefeuille met zowel operationeel als commercieel vastgoed bevindt zich op en rond Amsterdam Airport Schiphol. Omzetbronnen zijn de inkomsten uit de ontwikkeling en verhuur van terreinen en gebouwen. Daarnaast draagt de business area in belangrijke mate bij aan het groepsresultaat via overige resultaten uit hoofde van vastgoed (verkoopresultaat, ongerealiseerde waardeveranderingen van terreinen en gebouwen en uitgifte van erfpachten).

Onder de business area Alliances & Participations vallen de segmenten Binnenlandse luchthavens, Buitenlandse luchthavens en Overige dochters. Omzet van de binnenlandse luchthavens bestaat voornamelijk uit havengelden en parkeergelden van de regionale luchthavens Rotterdam The Hague, Eindhoven en Lelystad. De participaties in buitenlandse luchthavens dragen bij aan het groepsresultaat door middel van hun resultaat, performance fees en dividenden die verwerkt worden via resultaat geassocieerde deelnemingen, rentebaten en intellectual property fees. Hieronder vallen onder meer de participaties in Groupe ADP en Brisbane Airport Corporation Holdings Ltd. Het belang in JFK IAT Member LLC, dat als contractgerelateerd actief is verantwoord, draagt bij aan het groepsresultaat met fees die zijn gepresenteerd onder de omzet uit overige activiteiten. Tot de overige dochters behoren ondermeer Schiphol Telematics en Utilities. Schiphol Telematics levert telecomdiensten aan bedrijven op en rond de luchthaven. In Utilities worden omzetten verantwoord voor het transport van elektriciteit en gas, en de levering van water.

Samenwerkingsverbanden die eenduidig onder één business area vallen, zijn toegerekend aan de segmenten van die business area. Alle overige samenwerkingsverbanden vallen onder de segmenten van de business area Alliances & Participations.

De verplichtingen en de financiële baten en lasten worden door de directie en de centrale treasury-afdeling op groepsniveau beoordeeld en niet op segmentniveau. Transacties tussen de segmenten vinden plaats 'at arm’s length'. De systematiek van doorbelastingen en verrekeningen is consistent toegepast over de afgelopen jaren.

Aangezien een zeer belangrijk deel van de huidige activiteiten van Schiphol Group zich concentreert in Nederland (circa 99% van de geconsolideerde omzet in 2016) wordt geen geografische informatie over onze bedrijfsactiviteiten gegeven. Circa 34% van de omzet heeft betrekking op één externe klant en wordt voornamelijk gegenereerd in de segmenten Aviation en Security.

2016

(in EUR 1.000)

Aviation

Consumer Products & Services

Real Estate

Alliances & Participations

Totaal

Havengelden

787.671

-

-

60.163

847.834

Concessies

15.476

163.539

1.409

6.724

187.148

Verhuringen

94

16.868

168.743

3.905

189.610

Autoparkeergelden

-

96.927

4.174

16.820

117.921

Winkelverkopen

-

-

-

2.645

2.645

Overige activiteiten

25.069

28.539

31.662

90.710

175.980

Totale omzet

828.310

305.873

205.988

180.967

1.521.138

Intercompany omzet

- 1.177

- 2.149

- 33.109

- 50.028

- 86.463

Netto-omzet

827.133

303.724

172.879

130.939

1.434.675

Overige opbrengsten en resultaten uit vastgoed

-

-

71.149

241

71.390

Afschrijvingen

- 176.040

- 27.077

- 18.635

- 14.768

- 236.520

Bijzondere waardeveranderingen

-

-

- 1.595

-

- 1.595

Exploitatieresultaat

37.466

197.404

147.678

37.769

420.317

Resultaat geassocieerde deelnemingen1

917

407

- 1.719

73.972

73.577

Totaal activa

2.574.608

387.057

2.227.232

1.237.465

6.426.362

Totaal vaste activa (excl. winstbelasting)

2.314.840

348.005

1.877.542

1.112.454

5.652.841

Geassocieerde deelnemingen en joint ventures

3.203

21.993

97.891

772.258

895.345

Investeringen2

197.044

24.955

12.482

68.864

303.345

  • Resultaat geassocieerde deelnemingen en joint ventures is de som van het resultaat op geassocieerde deelnemingen en joint ventures zoals vermeld in de winst- en verliesrekening inclusief de aan de geassocieerde deelnemingen en joint ventures, toe te rekenen rentebaten uit hoofde van vorderingen.
  • Dit betreft investeringen in activa in aanbouw ten behoeve van operationele activiteiten, vastgoedbeleggingen en investeringen in immateriële vaste activa.
2015

(in EUR 1.000)

Aviation

Consumer Products & Services

Real Estate

Alliances & Participations

Totaal

Havengelden

810.028

-

-

58.652

868.680

Concessies

13.680

155.411

1.613

6.021

176.725

Verhuringen

96

15.741

159.049

3.888

178.774

Autoparkeergelden

-

89.975

4.104

16.129

110.208

Winkelverkopen

-

25.733

-

3.199

28.932

Overige activiteiten

20.448

27.081

7.816

98.899

154.244

Totale omzet

844.252

313.941

172.582

186.788

1.517.563

Intercompany omzet

- 1.306

- 11.149

- 25.125

- 56.831

- 94.411

Netto-omzet

842.946

302.792

147.457

129.957

1.423.152

Overige opbrengsten en resultaten uit vastgoed

-

49.847

66.368

319

116.534

Afschrijvingen

- 161.392

- 23.874

- 18.750

- 18.780

- 222.796

Bijzondere waardeveranderingen

-

-

- 6.660

- 850

- 7.510

Exploitatieresultaat

104.113

238.252

128.605

33.976

504.946

Resultaat geassocieerde deelnemingen1

1.150

- 724

3.513

62.880

66.819

Totaal activa

2.526.166

407.923

2.321.642

1.143.370

6.399.101

Totaal vaste activa (excl. winstbelasting)

2.200.613

355.353

1.897.775

995.687

5.449.428

Geassocieerde deelnemingen en joint ventures

3.685

21.585

106.769

725.775

857.814

Investeringen2

131.879

65.300

212.071

29.394

438.644

  • Resultaat geassocieerde deelnemingen en joint ventures is de som van het resultaat op geassocieerde deelnemingen en joint ventures zoals vermeld in de winst- en verliesrekening inclusief de aan de geassocieerde deelnemingen en joint ventures, toe te rekenen rentebaten uit hoofde van vorderingen.
  • Dit betreft investeringen in activa in aanbouw ten behoeve van operationele activiteiten, vastgoedbeleggingen en investeringen in immateriële vaste activa.
Aviation

(in EUR 1.000)

Aviation

Security

Totaal

2016

2015

2016

2015

2016

2015

Havengelden

502.130

516.512

285.541

293.516

787.671

810.028

Concessies

15.476

13.680

-

-

15.476

13.680

Verhuringen

91

95

3

1

94

96

Overige activiteiten

23.547

18.931

1.522

1.517

25.069

20.448

Totale omzet

541.244

549.218

287.066

295.034

828.310

844.252

Intercompany omzet

-792

-941

-385

-365

-1.177

-1.306

Netto-omzet

540.452

548.277

286.681

294.669

827.133

842.946

Afschrijvingen

-135.031

-124.473

-41.009

-36.919

-176.040

-161.392

Exploitatieresultaat

38.338

83.857

-872

20.256

37.466

104.113

Resultaat geassocieerde deelnemingen

917

1.150

-

-

917

1.150

Totaal activa

2.178.627

2.170.622

395.981

355.544

2.574.608

2.526.166

Totaal vaste activa (excl. winstbelasting)

1.958.812

1.890.889

356.028

309.724

2.314.840

2.200.613

Geassocieerde deelnemingen en joint ventures

3.203

3.685

-

-

3.203

3.685

Investeringen

159.553

81.660

37.491

50.219

197.044

131.879

Consumer Products & Services

(in EUR 1.000)

Concessies

Parkeren

Overige

Totaal

2016

2015

2016

2015

2016

2015

2016

2015

Concessies

158.123

150.713

5.416

4.698

-

-

163.539

155.411

Verhuringen

16.381

15.234

487

507

-

-

16.868

15.741

Autoparkeergelden

-

-

96.954

89.975

-27

-

96.927

89.975

Winkelverkopen

-

-

-

-

-

25.733

-

25.733

Overige activiteiten

751

340

2.006

1.937

25.782

24.804

28.539

27.081

Totale omzet

175.255

166.287

104.863

97.117

25.755

50.537

305.873

313.941

Intercompany omzet

-390

-9.358

-1.452

-1.265

-307

-526

-2.149

-11.149

Netto-omzet

174.865

156.929

103.411

95.852

25.448

50.011

303.724

302.792

Overige opbrengsten en resultaten uit vastgoed

-

-

-

-

-

49.847

-

49.847

Afschrijvingen

-13.072

-10.661

-11.427

-10.367

-2.578

-2.846

-27.077

-23.874

Exploitatieresultaat

130.726

125.785

56.516

55.893

10.162

56.574

197.404

238.252

Resultaat geassocieerde deelnemingen

407

-724

-

-

-

-

407

-724

Totaal activa

180.841

213.882

188.471

176.404

17.745

17.637

387.057

407.923

Totaal vaste activa (excl. winstbelasting)

162.595

186.318

169.455

153.671

15.955

15.364

348.005

355.353

Geassocieerde deelnemingen en joint ventures

21.993

21.585

-

-

-

-

21.993

21.585

Investeringen

-7.0771

54.645

26.403

5.125

5.629

5.530

24.955

65.300

  • De investering in Lounge 2 is bij oplevering deels gealloceerd naar overige segmenten (met name Aviation).
Real Estate

(in EUR 1.000)

2016

2015

Concessies

1.409

1.613

Verhuringen

168.743

159.049

Autoparkeergelden

4.174

4.104

Overige activiteiten

31.662

7.816

Totale omzet

205.988

172.582

Intercompany omzet

-33.109

-25.125

Netto-omzet

172.879

147.457

Overige opbrengsten en resultaten uit vastgoed

71.149

66.368

Afschrijvingen

-18.635

-18.750

Bijzondere waardeveranderingen

-1.595

-6.660

Exploitatieresultaat

147.678

128.605

Resultaat geassocieerde deelnemingen

-1.719

3.513

Totaal activa

2.227.232

2.321.642

Totaal vaste activa (excl. winstbelasting)

1.877.542

1.897.775

Geassocieerde deelnemingen en joint ventures

97.891

106.769

Investeringen

12.482

212.071

Alliances & Participations

(in EUR 1.000)

Buitenlandse luchthavens

Binnenlandse luchthavens

Overige dochters

Totaal

2016

2015

2016

2015

2016

2015

2016

2015

Havengelden

-

-

60.163

58.652

-

-

60.163

58.652

Concessies

-

-

6.724

6.021

-

-

6.724

6.021

Verhuringen

-

-

3.900

3.888

5

-

3.905

3.888

Autoparkeergelden

-

-

16.820

16.129

-

-

16.820

16.129

Winkelverkopen

-

-

2.645

3.199

-

-

2.645

3.199

Overige activiteiten

12.812

13.430

5.010

4.297

72.8881

81.172

90.710

98.899

Totale omzet

12.812

13.430

95.262

92.186

72.893

81.172

180.967

186.788

Intercompany omzet

-2

-48

-1.338

-1.487

-48.688

-55.296

-50.028

-56.831

Netto-omzet

12.810

13.382

93.924

90.699

24.205

25.876

130.939

129.957

Overige opbrengsten en resultaten uit vastgoed

-

-

241

319

-

-

241

319

Afschrijvingen

-1.390

-1.372

-8.234

-7.723

-5.144

-9.685

-14.768

-18.780

Bijzondere waardeveranderingen

-

-

-

-

-

-850

-

-850

Exploitatieresultaat

10.062

11.217

16.281

17.590

11.426

5.169

37.769

33.976

Resultaat geassocieerde deelnemingen

73.699

62.714

-

-

273

166

73.972

62.880

Totaal activa

989.249

955.344

187.942

138.723

60.274

49.303

1.237.465

1.143.370

Totaal vaste activa (excl. winstbelasting)

889.282

832.226

168.979

120.511

54.193

42.950

1.112.454

995.687

Geassocieerde deelnemingen en joint ventures

770.000

724.287

-

-

2.258

1.488

772.258

725.775

Investeringen

1.261

4.337

53.596

14.415

14.007

10.642

68.864

29.394

  • De omzet uit de overige activiteiten bevatten voornamelijk opbrengsten Utilities (levering gas, water en elektriciteit) en telecomdiensten.

Toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening

1. Netto-omzet

Havengelden

De activiteiten van de business area Aviation (op de locatie van Amsterdam Airport Schiphol) zijn onderworpen aan economische regulering. Dit betekent onder meer dat het jaarlijkse proces van vaststelling van de havengeldtarieven valt onder het toezicht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en dat de luchtvaartsector tijdens dit proces dient te worden geconsulteerd. Voorts is het rendement van de business area Aviation gemaximeerd bij vaststelling van tarieven tot een gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet over gereguleerde activa die beiden aan de hand van in de Wet luchtvaart vastgelegde voorschriften dienen te worden bepaald.

Verrekeningen

Op grond van de Wet luchtvaart is Schiphol Group verplicht tot verrekening met de sector van overschotten en tekorten van specifieke opbrengsten en kosten. Verrekeningen dienen in principe plaats te vinden na afloop van een boekjaar en na opstelling van de financiële verantwoording, op basis van de Wet luchtvaart, voor de reporting-segmenten Aviation en Security in de eerstvolgende nieuwe havengeldtarieven. Overschotten en tekorten die (later) voor verrekening in de havengeldtarieven in aanmerking komen worden, in overeenstemming met de grondslagen van waardering en resultaatbepaling, niet als vorderingen en verplichtingen in de balans tot uitdrukking gebracht. Vorenstaande is niet van toepassing op de havengelden van de luchthavens te Rotterdam, Eindhoven en Lelystad die worden verantwoord in het reporting-segment Binnenlandse luchthavens.

Over het boekjaar 2015 was er sprake van een overschot voor het segment Aviation van 33,9 miljoen euro en voor het segment Security een overschot van 21,3 miljoen euro. Dit overschot van 55,2 miljoen euro wordt verrekend in de tarieven die van toepassing zijn vanaf 1 april 2017. Naar verwachting zal over het boekjaar 2016 het overschot 52 miljoen euro bedragen. Dit overschot zal verrekend worden in de tarieven vanaf 1 april 2018.

(in EUR 1.000)

2016

2015

Passagiersgerelateerde vergoedingen

341.090

339.829

Beveiligingsheffing

311.967

320.708

Vliegtuiggerelateerde vergoedingen

189.468

201.886

Vliegtuigparkeergelden

5.309

6.257

Totaal havengelden

847.834

868.680

Concessies

Schiphol Group heeft binnen het reporting-segment Concessies, dat onderdeel uitmaakt van de business area Consumer Products & Services, in totaal 88 lopende concessiecontracten (2015: 98 concessiecontracten) met betrekking tot de uitoefening van diverse commerciële activiteiten op de luchthaven Schiphol.

Een concessieovereenkomst houdt in dat het niet-exclusieve recht wordt verleend aan een concessionaris op de daartoe door Schiphol Group aangewezen locatie tot exploitatie en beheer van een commerciële activiteit. De concessievergoeding wordt op basis van een vastgestelde staffel berekend als percentage van de omzet van de concessionaris. In een afzonderlijke overeenkomst wordt aan de concessionaris een ruimte ter beschikking gesteld. De concessionaris betaalt hiervoor een vaste huur. De looptijd van de concessiecontracten is gemiddeld drie tot vijf jaar. Per balansdatum is circa 52% van de concessiecontracten voor een resterende looptijd van korter dan drie jaar vastgelegd (2015: circa 61%), circa 27% van de concessiecontracten voor tussen de drie en de vijf jaar (2015: circa 28%) en circa 21% van de concessiecontracten voor langer dan vijf jaar (2015: circa 11%).

De omzet uit concessies in het segment Aviation van 15,5 miljoen euro (2015: 13,7 miljoen euro) en het segment Parkeren van 5,4 miljoen euro (2015: 4,7 miljoen euro) betreft concessiecontracten met betrekking tot de levering door derden van brandstof aan luchtvaartmaatschappijen en autoverhuur op de luchthaven.

(in EUR 1.000)

2016

2015

Winkels Retail Airside

103.957

93.355

Horeca

38.844

32.601

Oliemaatschappijen

15.270

13.458

Winkels Plaza

7.414

7.438

Overige

21.659

21.262

Intercompany omzet

4

8.611

Totaal concessies

187.148

176.725

Verhuringen

(in EUR 1.000)

2016

2015

Vastgoedbeleggingen gebouwen, inclusief servicekosten

85.446

84.036

Operationeel onroerend goed, inclusief servicekosten

41.423

43.503

Vastgoedbeleggingen terreinen

30.384

27.769

Intercompany omzet

32.357

23.467

Totaal verhuringen

189.610

178.775

De bezettingsgraad per 31 december 2016 bedraagt voor het segment Real Estate 88,7% (88,8% per 31 december 2015).

Het percentage van alle verhuurcontracten (in opbrengsten uit verhuringen gemeten) dat binnen één jaar afloopt bedraagt circa 14% (2015: circa 14%), tussen één jaar en vijf jaar circa 55% (2015: circa 45%) en na vijf jaar circa 31% (2015: circa 41%).

Exploitatiekosten met betrekking tot enerzijds gebouwen die werden verhuurd en anderzijds gebouwen die niet werden verhuurd bedroegen:

(in EUR 1.000)

2016

2015

Verhuurde gebouwen

39.474

37.334

Leegstaande gebouwen

5.648

4.922

Totaal exploitatiekosten

45.122

42.256

Bij gedeeltelijk verhuurde gebouwen zijn de exploitatiekosten verdeeld naar rato van vierkante meters.

Autoparkeergelden

(in EUR 1.000)

2016

2015

Kort parkeren

50.473

48.738

Lang parkeren

28.393

23.496

Gevestigde bedrijven

20.150

19.831

Parkeren op de locatie Schiphol:

99.016

92.065

Parkeren op andere locaties

16.820

16.129

Intercompany omzet

2.085

2.014

Totaal autoparkeergelden

117.921

110.208

De opbrengsten uit parkeren op andere locaties betreffen de luchthavens te Rotterdam, Eindhoven en Lelystad en worden verantwoord in het segment Binnenlandse luchthavens.

Winkelverkopen

De omzet uit winkelverkopen bedraagt in 2016 2,6 miljoen euro en is gerealiseerd door Rotterdam The Hague Airport. In 2015 bedroeg de omzet uit winkelverkopen 28,9 miljoen euro en had voor 25,7 miljoen euro betrekking op de opbrengsten uit verkoopactiviteiten van drank, tabak en chocolade op Amsterdam Airport Schiphol. De daling wordt veroorzaakt doordat op 30 april 2015 60% van de aandelen van Schiphol Group in SAR verkocht zijn aan Gebr. Heinemann SE & Co. KG. Beiden werken sindsdien samen in een joint venture voor de verkoop van drank, tabak en chocolade in het winkelgebied achter de securityfilters op Amsterdam Airport Schiphol.

De aan deze omzet gerelateerde inkoopwaarde van 0,8 miljoen euro (2015: 13,5 miljoen euro) wordt verantwoord op de regel ‘Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten’ onder de bedrijfslasten.

Overige activiteiten

(in EUR 1.000)

2016

2015

Hotel activiteiten

28.911

2.293

Diensten en werkzaamheden derden

22.874

21.716

Reclame

17.592

16.750

Electriciteit, gas en water

6.139

6.417

Overige bedrijfsbaten

47.783

46.090

Intercompany omzet

52.681

60.978

Totaal overige activiteiten

175.980

154.244

De omzet uit hoofde van de hotelactiviteiten bedraagt in 2016 28,9 miljoen euro en heeft voor 26,1 miljoen euro betrekking op de omzet van het nieuwe Hilton hotel dat in december 2015 is geopend. De aan deze omzet gerelateerde kosten van 19,0 miljoen euro wordt verantwoord op de regel 'Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten' onder de bedrijfslasten.

2. Overige resultaten uit vastgoed

(in EUR 1.000)

2016

2015

Verkoopopbrengst vastgoed

423

92

Totaal resultaten uit verkoop vastgoed

423

92

Nieuwe uitgifte erfpachtcontracten

1.646

1.662

Marktwaarde aanpassing terreinen

3.030

8.850

Marktwaarde aanpassing gebouwen

66.291

56.083

Totaal waardeveranderingen vastgoed

70.967

66.595

Totaal overige resultaten uit vastgoed

71.390

66.687

Waardeveranderingen

De waardeverandering uit hoofde van uitgifte van nieuwe erfpachtcontracten hangt samen met de wijziging in waardering van kostprijs naar marktwaarde als gevolg van uitgifte van de grond in erfpacht. De marktwaarde wordt berekend door discontering van de jaarlijkse canons van de betreffende contracten (DCF-methode). De disconteringsvoet is gebaseerd op de rente op staatsleningen verhoogd met een risico-opslag.

De reële waarde van alle vastgoedbeleggingen wordt jaarlijks bepaald en zonodig bijgesteld aan de hand van taxaties. Daarbij wordt rekening gehouden met de verstrekking van huurincentives. Bijstellingen van de reële waarde uit dien hoofde zijn verantwoord op de regels marktwaarde aanpassing terreinen en gebouwen. De gehanteerde veronderstellingen bij de bepaling van de marktwaarde zijn opgenomen onder de paragraaf 11. Vastgoedbeleggingen.

De marktwaarde aanpassing op gebouwen bedraagt 66,3 miljoen euro in 2016. Dit wordt veroorzaakt door positieve marktontwikkelingen en een lagere leegstand bij logisitiek vastgoed en kantoren op A-locaties.

3. Overige opbrengsten

Onder overige opbrengsten zijn in 2015 de eenmalige effecten van het verkoopresultaat van SAR opgenomen van 49,8 miljoen euro. In 2016 heeft een dergelijke transactie niet plaatsgevonden.

Zie voor een uitgebreidere toelichting hierover tevens de paragraaf Wijzigingen in de consolidatiekring.

4. Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

(in EUR 1.000)

2016

2015

Beveiligingsactiviteiten

178.823

182.670

Uitbestedingen

114.843

107.651

Onderhoud

102.406

101.838

Inhuur extern personeel

56.008

31.795

Schoonhouden

33.786

34.651

Commerciële en relationele kosten

28.051

23.951

Assurantiën en gemeentelijke heffingen

21.289

21.594

Energie en water

19.198

19.613

Hotelactiviteiten

18.990

1.149

Advies- en accountantskosten

17.601

17.425

Kosten in samenhang met investeringen

12.907

14.662

Inkoopwaarde winkelverkopen

795

13.521

Overige kosten (betreffen onder meer de algemene-, lease- en huurkosten)

55.834

45.713

Totaal kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

660.531

616.233

Accountantshonoraria

(in EUR 1.000)

2016

2015

Controle van de jaarrekening

697

662

Overige controlewerkzaamheden

609

531

Fiscale advisering

-

-

Andere niet-controlediensten

-

-

Totaal accountantshonoraria

1.306

1.193

De accountantshonoraria betreffen de werkzaamheden die bij de vennootschap en de in de consolidatie betrokken maatschappijen zijn uitgevoerd door de accountantsorganisatie zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties) en de in rekening gebrachte honoraria van het gehele netwerk waartoe de accountantsorganisatie behoort. De honoraria van KPMG Accountants N.V. bedragen 1,2 miljoen euro (in 2015: 1,1 miljoen euro) en de werkzaamheden verricht door andere onderdelen van het KPMG netwerk bedragen 0,1 miljoen euro (in 2015: 0,1 miljoen euro).

5. Personeelsbeloningen

(in EUR 1.000)

2016

2015

Kortetermijn personeelsbeloningen

147.711

147.014

Vergoedingen na uitdiensttreding

18.323

21.917

Andere langetermijn personeelsbeloningen

3.808

3.553

Ontslagvergoedingen

1.023

1.665

Overige personeelskosten

13.658

10.546

Totaal personeelsbeloningen

184.523

184.695

(in EUR 1.000)

2016

2015

Kortetermijn personeelsbeloningen

Salarissen

145.075

144.522

Sociale lasten

14.619

14.205

Activering interne uren

-11.983

-11.713

Totaal

147.711

147.014

Vergoedingen na uitdiensttreding

Pensioenlasten (toegezegde bijdrageregelingen)

19.446

19.098

Vervroegde uitdiensttreding

-1.123

2.819

Totaal

18.323

21.917

Andere langetermijn personeelsbeloningen

Jubileumuitkeringen

804

-167

Variabele beloning (langetermijn)

753

1.180

Overige personeelsbeloningen

2.251

2.540

Totaal

3.808

3.553

Het gemiddelde aantal personeelsleden, op basis van fulltime equivalenten, werkzaam bij N.V. Luchthaven Schiphol en haar dochterondernemingen in 2016 was 2.063 (2015: 2.000).

De activering interne uren betreft uren van interne medewerkers in de uitvoeringsfase van investeringsprojecten. De overige personeelsbeloningen hebben, onder andere, betrekking op opleidingskosten en reiskosten personeel. Voor een nadere toelichting bij de kosten uit hoofde van vergoedingen na uitdiensttreding, andere langere termijn personeelsbeloningen en ontslagvergoedingen wordt verwezen naar paragraaf 24. Personeelsbeloningen. Voor een uiteenzetting van de bezoldigingen van commissarissen en directie ingevolge art 2:383c BW wordt verwezen naar de paragraaf Gerelateerde partijen.

6. Afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeveranderingen

(in EUR 1.000)

2016

2015

Contractgerelateerde activa

1.380

1.365

Ontwikkeling ICT-toepassingen

6.396

5.464

Softwarelicenties

5.573

4.672

Immateriële activa

13.349

11.501

Banen, rijbanen en platformen

24.753

22.588

Terreinen en wegen

11.557

12.789

Gebouwen

52.851

41.633

Installaties

101.422

101.449

Overige vaste bedrijfsmiddelen

32.295

27.872

Activa ten behoeve van operationele activiteiten

222.878

206.331

Afschrijvingen inzake desinvesteringen

293

4.964

Bijzondere waardeveranderingen

1.595

7.509

Totaal afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeveranderingen

238.115

230.305

Zie paragraaf 8. Immateriële activa voor een nadere toelichting inzake de amortisatie van contractgerelateerde activa en paragrafen 9. Activa ten behoeve van operationele activiteiten en 11.Vastgoedbeleggingen voor een nadere toelichting inzake bijzondere waardeveranderingen.

7. Overige bedrijfskosten

De overige bedrijfskosten in 2015 hebben voor 2,2 miljoen euro betrekking op de pre-opening activiteiten van het Hilton-hotel dat in december 2015 is geopend. De kosten verband houdend met de hotelactiviteiten zijn in 2016 gepresenteerd onder 'kosten uitbesteed werk en andere externe kosten'.

Toelichting op het overzicht financiële positie

8. Immateriële activa

(in EUR 1.000)

Goodwill

Contract gerelateerde activa

Ontwikkelde
ICT
toepassingen

Software licenties

Software in ontwikkeling

Totaal

Boekwaarde 1 januari 2015

849

36.262

15.775

12.806

8.507

74.199

Specificatie van mutaties in 2015

Investeringen

-

-

-

-

13.021

13.021

Opleveringen

-

-

5.654

3.617

- 9.271

-

Amortisatie

-

- 1.365

- 5.463

- 4.673

-

- 11.501

Bijzondere waardeveranderingen

- 849

-

-

-

-

- 849

Reclassificaties

-

-

- 74

- 506

-

- 580

Desinvesteringen

-

-

2

- 2

-

-

Koersverschillen

-

4.333

-

-

-

4.333

Totaal mutaties in het boekjaar

- 849

2.968

119

- 1.564

3.750

4.424

Samenstelling 31 december 2015

Aanschaffingswaarde

849

46.036

71.471

44.489

12.571

175.416

Cumulatieve amortisatie en waardeveranderingen

-849

-6.806

-55.577

-33.247

-314

- 96.793

Boekwaarde 31 december 2015

-

39.230

15.894

11.242

12.257

78.623

Specificatie van mutaties in 2016

Investeringen

-

-

-

-

13.766

13.766

Opleveringen

-

-

10.300

7.686

-17.986

-

Amortisatie

-

-1.380

-6.396

-5.573

-

-13.349

Koersverschillen

-

1.234

-

-

-

1.234

Totaal mutaties in het boekjaar

-

-146

3.904

2.113

-4.220

1.651

Samenstelling 31 december 2016

Aanschaffingswaarde

849

47.270

81.771

52.175

8.351

190.416

Cumulatieve amortisatie en waardeveranderingen

-849

-8.186

-61.973

-38.820

-314

-110.142

Boekwaarde 31 december 2016

-

39.084

19.798

13.355

8.037

80.274

9. Activa ten behoeve van operationele activiteiten

(in EUR 1.000)

Banen, rijbanen en platformen

Terreinen
en
wegen

Gebouwen

Installaties

Andere vaste bedrijfs- middelen

Totaal

Boekwaarde 1 januari 2015

360.734

458.939

815.777

769.755

93.564

2.498.769

Specificatie van mutaties in 2015

Opleveringen

20.805

24.220

304.823

227.408

95.574

672.830

Afschrijvingen

- 22.588

- 12.789

- 41.633

- 101.448

- 27.873

- 206.331

(De)consolidatie

-

4

7

3

233

247

Desinvesteringen

- 49

- 183

- 354

- 3.163

- 1.214

- 4.963

Reclassificaties

-

- 27.931

-

85

- 2.044

- 29.890

Kostprijsaanpassing

-

-

- 3.265

-

-

- 3.265

Activa aangehouden voor verkoop

-

- 11.320

- 65.423

- 30.939

- 17.216

- 124.898

Totaal mutaties in het boekjaar

- 1.832

- 27.999

194.155

91.946

47.460

303.730

Samenstelling 31 december 2015

Aanschaffingswaarde

751.266

646.230

1.670.955

2.216.546

502.527

5.787.524

Cumulatieve afschrijvingen en waardeveranderingen

- 392.364

- 215.290

- 661.023

- 1.354.845

- 361.503

- 2.985.025

Boekwaarde 31 december 2015

358.902

430.940

1.009.932

861.701

141.024

2.802.499

Specificatie van mutaties in 2016

Opleveringen

21.421

32.408

57.790

93.245

38.827

243.691

Afschrijvingen

-24.753

-11.557

-52.851

-101.422

-32.295

-222.878

Bijzondere waardeveranderingen

-

-

-685

-

-

-685

Verkopen

-

-

-

-32

-215

-247

Acquisities

-

-

-

-

531

531

Desinvesteringen

4

-490

-539

-1.649

2.381

-293

Reclassificaties

-

-2.273

10.058

-11.073

9.989

6.701

Activa aangehouden voor verkoop

-

-3.023

2.244

162

-456

-1.073

Totaal mutaties in het boekjaar

-3.328

15.065

16.017

-20.769

18.762

25.747

Samenstelling 31 december 2016

Aanschaffingswaarde

772.691

672.852

1.740.508

2.297.199

553.584

6.036.834

Cumulatieve afschrijvingen en waardeveranderingen

-417.117

-226.847

-714.559

-1.456.267

-393.798

-3.208.588

Boekwaarde 31 december 2016

355.574

446.005

1.025.949

840.932

159.786

2.828.246

Gedurende het boekjaar zijn de volgende projecten opgeleverd:

Herinrichting Lounge 2

-

-

11.966

15.886

17.220

45.072

Parkeergarage P3

-

-

14.925

1.617

1.387

17.929

Groot onderhoud Buitenveldertbaan

13.335

2.102

-

1.172

373

16.982

Grond Lelystad

-

14.014

-

-

-

14.014

Overige projecten

8.086

16.292

30.899

74.570

19.847

149.694

Totaal opleveringen in het boekjaar

21.421

32.408

57.790

93.245

38.827

243.691

De reclassificaties in het boekjaar hebben betrekking op een tweetal vastgoedobjecten, die als gevolg van een wijziging in gebruik, zijn gereclassificeerd van vastgoedbeleggingen naar activa ten behoeve van operationele activiteiten.

10. Activa in aanbouw of ontwikkeling

(in EUR 1.000)

Activa in aanbouw tbv operationele activiteiten

Boekwaarde 1 januari 2015

456.224

Specificatie van mutaties in 2015

Investeringsuitgaven

406.860

Activering van bouwrente

5.650

Opgeleverde activa

- 672.830

Reclassificaties

15.521

Totaal mutaties in het boekjaar

- 244.799

Boekwaarde 31 december 2015

211.425

Specificatie van mutaties in 2016

Investeringsuitgaven

279.115

Activering van bouwrente

383

Opgeleverde activa

-243.691

Reclassificaties

-2.541

Aangehouden voor verkoop

-272

Totaal mutaties in het boekjaar

32.994

Boekwaarde 31 december 2016

244.419

De investeringsuitgaven hebben betrekking op de volgende projecten:

Groot onderhoud

28.057

Centrale Security Non Schengen

24.256

Groot onderhoud Buitenveldertbaan

17.214

Herinrichting Lounge 2

16.623

Tijdelijke Terminal

14.550

Gronden Lelystad

14.014

Nieuwbouw Parkeergarage P3

7.591

Upgrade pieren

7.528

A-gebied

6.834

Overig

142.448

Totaal investeringen in het boekjaar

279.115

De activering van bouwrente vindt plaats aan de hand van een percentage dat per kwartaal wordt vastgesteld, op basis van de dan geldende verhouding tussen eigen en vreemd vermogen. Gedurende 2016 is een percentage gehanteerd dat heeft gevarieerd van 1,98% tot 2,09% op jaarbasis, waarin rekening is gehouden met voornoemde verhouding.

11. Vastgoedbeleggingen

(in EUR 1.000)

Gebouwen

Terreinen

Activa in aanbouw

Totaal

Boekwaarde 1 januari 2015

850.545

350.062

82.795

1.283.402

Specificatie van mutaties in 2015

Investeringsuitgaven

-

-

18.763

18.763

Activering van bouwrente

-

-

18

18

Opleveringen

4.827

- 1.307

- 3.520

-

Waardeveranderingen

56.083

10.512

-

66.595

Bijzondere waardeveranderingen

-

-

- 6.660

- 6.660

Reclassificaties

1.126

22.306

- 9.064

14.368

Overig

271

-

404

675

Totaal mutaties in het boekjaar

62.307

31.511

- 59

93.759

Boekwaarde 31 december 2015

912.852

381.573

82.736

1.377.161

Specificatie van mutaties in 2016

Investeringsuitgaven

-

-

10.464

10.464

Activering van bouwrente

-

-

25

25

Opleveringen

11.733

2.915

-14.648

-

Waardeveranderingen

66.291

3.176

1.500

70.967

Bijzondere waardeveranderingen

-

-

-910

-910

Reclassificaties

-8.330

-

4.170

-4.160

Activa aangehouden voor verkoop

-

-

-65

-65

Totaal mutaties in het boekjaar

69.694

6.091

536

76.321

Boekwaarde 31 december 2016

982.546

387.664

83.272

1.453.482

Gewaardeerd tegen

Historische kostprijs

-

-

77.172

77.172

Reële waarde

982.546

387.664

6.100

1.376.310

Activa in aanbouw ten behoeve van vastgoedbeleggingen

Activa in aanbouw ten behoeve van vastgoedbeleggingen bestaan hoofdzakelijk uit grondposities voor toekomstige ontwikkeling van vastgoedbeleggingen of uit grondposities waarvan het toekomstig gebruik onzeker is (operationeel of commercieel gebruik). De plannen voor de ontwikkeling zijn jaarlijks onderhevig aan wijzigingen en zijn onvoldoende betrouwbaar en onzeker om op een continue basis tegen reële waarde te waarderen. Derhalve is deze categorie gewaardeerd tegen historische kostprijs.

De bijzondere waardeverandering van 0,9 miljoen euro in 2016 heeft betrekking op een afboeking van de gronden op Rotterdam The Hague Airport. In 2015 had de bijzondere waardeverandering betrekking op een afboeking van de gronden op Schiphol Oost van 3,6 miljoen euro en Nieuwe Meer van 3,1 miljoen euro.

Gebouwen en terreinen

Tot vastgoedbeleggingen behoren gebouwen en terreinen. De waardering is tegen reële waarde waarbij de marktwaarde wordt gehanteerd. De marktwaarde is het geschatte bedrag, inclusief kosten koper, waartegen vastgoed tussen een bereidwillige koper en bereidwillige verkoper in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de taxatiedatum. In de vaststelling van de kasstromen, die mede bepalend zijn voor de reële waarde waartegen vastgoedbeleggingen in de balans worden gepresenteerd, wordt rekening gehouden met het bestaan van huurincentives.

Per 31 december 2016 is 100% van de gebouwen getaxeerd door onafhankelijke, beëdigde externe taxateurs. Van de totale waarde van terreinen is 25% getaxeerd door onafhankelijke, beëdigde externe taxateurs. De overige terreinen zijn intern getaxeerd met door de externe taxateurs gevalideerde input variabelen.

In de categorie gebouwen is een bedrag van 120 miljoen euro (per 31 december 2015: 107 miljoen euro) begrepen inzake de reële waarde van activa (The Base) waarvan de vennootschap economisch (niet juridisch) eigenaar is (financiële lease). Terreinen vallend onder deze categorie betreffen gronden die in erfpacht of grondhuur zijn uitgegeven.

Voor een nadere uiteenzetting van het resultaat uit verkoop vastgoed en waardeveranderingen vastgoedbeleggingen wordt verwezen naar paragraaf 2. Overige resultaten uit vastgoed.

Alle vastgoedbeleggingen kwalificeren als een Level 3-waardering. In oktober 2015 is het Nederlands Register van Vastgoed Taxateurs opgericht (NRVT). Het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT) beoogt de kwaliteit van vastgoedtaxateurs te waarborgen en te bevorderen. De Algemene gedrags- en beroepsregels en reglementen van het NRVT zijn, wat betreft de AFM, de nieuwe marktstandaard waar taxateurs minimaal aan moeten voldoen. In deze regels zijn ook de internationale verslaggevingstandaarden en internationale taxatierichtlijnen verwerkt. Onze externe taxateurs zijn ingeschreven bij het NRVT.

Hieronder wordt de waarderingstechniek nader uiteengezet.

Waarderingstechniek gebouwen

De waarderingstechniek voor de gebouwen is een combinatie van de kapitalisatiemethode (netto-aanvangsrendement methode) en de discounted cash flow methode (DCF-methode). Bij de kapitalisatiemethode wordt de nettomarkthuur gekapitaliseerd met een marktconform netto-aanvangsrendement (NAR) en worden vervolgens correcties toegepast voor alle onderdelen die afwijken van de marktconforme aannamen. De basis voor de bepaling van de NAR wordt gevormd door vergelijkbare transacties, aangevuld met markt en objectspecifieke kennis. Afwijkende onderdelen kunnen onder andere zijn de werkelijke huur, leegstand, achterstallig onderhoud en huurvrije perioden. Bij de DCF-methode worden verwachte nettocashflows contant gemaakt tegen een disconteringsvoet die is opgebouwd uit de risk free rate plus specifieke object- en locatie risico-opslagen.

Significante parameters waardering gebouwen

Relevante kengetallen voor de waarderingen van de gebouwen zijn:

Gemiddelde gerealiseerde netto-huur per m2

Gemiddelde netto markthuur per m2

Gemiddeld gewogen (m2) NAR

2016

2015

2016

2015

2016

2015

Schiphol Centrum

Kantoren

279

291

287

321

5,35%

5,96%

Bedrijfsruimtes

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

Schiphol Noord/Oost

Kantoren

127

137

153

160

7,76%

8,04%

Bedrijfsruimtes

115

118

101

98

6,80%

7,20%

Schiphol Zuidoost

Kantoren

119

112

167

167

10,00%

9,38%

Bedrijfsruimtes

128

130

111

112

6,58%

6,36%

Schiphol Zuid

Kantoren

158

157

156

156

6,75%

7,00%

Bedrijfsruimtes

98

100

100

100

6,49%

6,79%

Rotterdam The Hague Airport

Kantoren

192

163

180

166

7,06%

7,82%

Bedrijfsruimtes

85

49

92

82

7,04%

7,21%

De belangrijkste veronderstellingen van gebouwen betreffen:

  • inflatieontwikkeling tussen 1,4% en 1,9%;
  • markthuurontwikkeling tussen 0,0% en 1,5%;
  • gemiddelde mutatieleegstand van 11 maanden;
  • gemiddelde huurvrije perioden van 8,3 maanden en;
  • netto-aanvangsrendementen op markthuur tussen de 4,6% en 10,0%.

Onderlinge relatie tussen significante niet-waarneembare input en de bepaling van de reële waarde

De geschatte reële waarde zal toenemen (afnemen) naar gelang de verwachte groei van de markthuur hoger (lager) uitvalt, de perioden van leegstand lager (hoger) uitvallen, de bezettingsgraad hoger (lager) uitvalt, de huurvrije perioden lager (hoger) uitvallen en de NAR lager (hoger) uitvalt.

Waarderingstechniek terreinen

Bij terreinen waar een erfpachtcanon of een grondhuur wordt betaald, wordt als waarderingstechniek de DCF-methode toegepast. De verwachte netto-inkomsten worden contant gemaakt tegen een disconteringsvoet die is opgebouwd uit de risk free rate plus risico-opslagen.

Bij terreinen waar de canon-/grondhuurverplichtingen zijn afgekocht is als waardering opgenomen het afkoopbedrag minus een jaarlijkse afboeking gelijk aan het afkoopbedrag gedeeld door de afkoopperiode plus de contante waarde van de verwachte afkoopsom voor de volgende afkoopperiode.

Significante parameters waarderingen terreinen

De belangrijkste parameters in de waarderingen van de terreinen betreffen:

Terreinen

2016

2015

Inflatiepercentage

0,10% - 1,90%

0,60% - 1,90%

Disconteringsvoet

6,50% - 7,75%

6,75% - 8,25%

12. Winstbelastingen

In deze paragraaf worden alle jaarrekeningposten met betrekking tot winstbelastingen toegelicht. Deze zijn onder te verdelen in winstbelasting in de winst- en verliesrekening, latente belastingen in het overzicht financiële positie, acute posities in het overzicht financiële positie en winstbelastingen in het totaalresultaat.

Reconciliatie van effectieve belastingdruk

(in EUR 1.000)

2016

2015

Resultaat voor belastingen

397.197

476.866

Winstbelasting berekend tegen het nominale tarief

99.299

25,0%

119.217

25,0%

Resultaat geassocieerde deelnemingen

- 16.871

-4,2%

- 15.118

-3,2%

Resultaat geassocieerde deelnemingen in commanditaire vennootschappen die niet zelfstandig belastingplichtig zijn

713

0,2%

972

0,2%

Vrijgesteld verkoopresultaat deelnemingen

-

0,0%

- 12.462

-2,6%

Deelnemingsvrijstelling RPS dividend

- 759

-0,2%

-

0,0%

Afwijkend tarief buitenlandse dochters/deelnemingen

1.723

0,4%

1.765

0,4%

Fiscale verliezen waarvoor geen actieve latentie is opgenomen

1.782

0,4%

1.838

0,4%

Wijzigingen in verantwoording belastbare tijdelijke verschillen

-

0,0%

2.199

0,5%

Belastingresultaat voorgaande jaren

19

0,0%

182

0,0%

Overig

56

0,0%

- 83

0,0%

Winstbelastingen in winst- en verliesrekening (effectief)

85.962

21,6%

98.510

20,7%

In 2016 was de effectieve belastingdruk 21,6% en hiermee 0,9% hoger dan de effectieve belastingdruk van 20,7% in 2015. Beide zijn lager dan het nominale tarief vennootschapsbelasting van 25%. De lagere belastingdruk, in beide jaren, wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de toepassing van de deelnemingsvrijstelling op resultaten van geassocieerde deelnemingen. Een ander eenmalig effect is het vrijgestelde verkoopresultaat op de verkoop van het belang in SAR in 2015 voor 50 miljoen euro. Zonder de vrijgestelde deelnemingsresultaten (inclusief verkoopresultaat) zou de belastingdruk over 2016 26% bedragen (2015: 26%).

Een stijging van de belastingdruk wordt veroorzaakt door de niet te verrekenen vennootschapsbelasting op verliezen, van onder andere Italiaanse vennootschappen, van 7 miljoen euro in 2016 (2015: 8 miljoen euro) als gevolg van bijzondere waardeveranderingen. Het bedrag aan compensabele verliezen waarvoor geen latente belastingvordering is opgenomen bedraagt 35 miljoen euro (2015: 28 miljoen euro).

Winstbelastingen in de winst- en verliesrekening

(in EUR 1.000)

2016

2015

Acute winstbelastingen

Winstbelasting boekjaar

68.719

79.103

Belastingbate voorgaande jaren verwerking aangiftes

20

182

Totaal acute winstbelastingen

68.739

79.285

Latente winstbelastingen

Ontstaan en realisatie van tijdelijke verschillen

17.223

19.225

Totaal latente winstbelastingen

17.223

19.225

Totaal winstbelastingen

85.962

98.510

2016 - Reconciliatie effectieve belastingdruk per belastingjurisdictie

(in EUR 1.000)

Nederland

Verenigde Staten

Italië

Totaal

Resultaat voor belastingen

396.836

7.489

-7.128

397.197

Winstbelasting berekend tegen het nominale tarief

99.209

25,0%

3.437

45,9%

-2.238

31,4%

100.408

25,3%

Resultaat geassocieerde deelnemingen

-16.158

-4,1%

-

0,0%

-

0,0%

-16.158

-4,1%

Fiscale verliezen zonder actieve latentie

-

0,0%

-

0,0%

2.238

-31,4%

2.238

0,6%

Belastingresultaat voorgaande jaren

-

0,0%

548

7,3%

-

0,0%

548

0,1%

Overig

-1.074

-0,3%

-

0,0%

-

0,0%

-1.074

-0,3%

Winstbelastingen in winst- en verliesrekening (effectief)

81.977

20,7%

3.985

53,2%

-

0,0%

85.962

21,6%

2015 - Reconciliatie effectieve belastingdruk per belastingjurisdictie

(in EUR 1.000)

Nederland

Verenigde Staten

Italië

Totaal

Resultaat voor belastingen

475.709

8.459

- 7.302

476.866

Winstbelasting berekend tegen het nominale tarief

118.927

25,0%

3.880

45,9%

- 2.293

31,4%

120.515

25,3%

Resultaat geassocieerde deelnemingen

- 14.146

-3,0%

-

0,0%

-

0,0%

- 14.146

-3,0%

Vrijgesteld verkoopresultaat

- 12.462

-2,6%

-

0,0%

-

0,0%

- 12.462

-2,6%

Fiscale verliezen zonder actieve latentie

-

0,0%

0,0%

2.293

-31,4%

2.293

0,5%

Wijzigingen in verantwoording tijdelijke verschillen

-

0,0%

2.199

26,0%

-

0,0%

2.199

0,5%

Belastingresultaat voorgaande jaren

182

0,0%

-

0,0%

-

0,0%

182

0,0%

Overig

473

0,1%

- 544

-6,4%

-

0,0%

- 71

0,0%

Winstbelastingen in winst- en verliesrekening (effectief)

92.975

19,5%

5.535

65,4%

-

0,0%

98.510

20,7%

Latente belastingen in het overzicht financiële positie

De volgende fiscale en commerciele waarderingsverschillen zijn te onderkennen:

  • Activa ten behoeve van operationele activiteiten en activa in aanbouw worden commercieel en fiscaal gewaardeerd tegen kostprijs. In de fiscale balans is de kostprijs gelijk aan de waarde in het economische verkeer per 1 januari 2002 en in de commerciële balans is de kostprijs gelijk aan de (lagere) historische kostprijs;
  • Fiscaal geldt een beperking op de afschrijving van zowel commerciële gebouwen als operationele gebouwen tot de zogenoemde bodemwaarde. De bodemwaarde is 50% van de WOZ-waarde van operationele gebouwen en 100% van de WOZ-waarde voor commerciële gebouwen;
  • Op de beleggingen in vastgoed wordt fiscaal gezien afgeschreven (waarbij overigens rekening dient te worden gehouden met een restwaarde van 25%); commercieel is geen sprake van afschrijving op dit vastgoed;
  • Langlopende leningen in vreemde valuta worden commercieel gewaardeerd tegen slotkoersen op balansdatum en fiscaal tegen kostprijs met de koers die bij afsluiting van toepassing was;
  • De fiscale waardering van personeelsvoorzieningen wijkt af van de commerciële waardering door een verschil in de gehanteerde actuariële veronderstellingen;
  • Vastgoedbeleggingen en derivaten worden commercieel gewaardeerd tegen reële waarde en fiscaal tegen kostprijs;
  • De waardering van het contractuele belang in JFK IAT wijkt fiscaal (kostprijs) af van de commerciële waardering (geherwaardeerd bij uitbreiding).

Terzake van al deze waarderingsverschillen worden latente belastingvorderingen en -verplichtingen verantwoord.

Onder IAS 12, Winstbelastingen, is er een verplichting tot het opnemen van een latente belastingvordering als het waarschijnlijk is dat voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee het verrekenbare verschil kan worden verrekend. Voor een deel van de operationele activa (83,3 miljoen euro) is het moment van realisatie van de latente belastingvorderingen niet in te schatten. De reden hiervoor is dat het verschil tussen de commerciële en fiscale waarde uitsluitend wordt gerealiseerd bij verkoop (leidt tot fiscaal lagere winst en lagere afdracht van winstbelasting), bij bijzondere afwaardering (leidt tot fiscaal hogere kosten en lagere afdracht van winstbelasting) of bij beëindiging van de luchtvaartactiviteiten (leidt tot fiscaal hogere kosten doordat slechts een vergoeding wordt verkregen tot de commerciële boekwaarde). Schiphol Group is echter niet gemachtigd de grond voor operationele activiteiten te verkopen, de verwachtingen ten aanzien van toekomstige kasstromen duiden niet op de noodzaak tot het doorvoeren van een afwaardering en beëindiging van de activiteiten ligt evenmin voor de hand.

De latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd voor zover de vorderingen en verplichtingen onderdeel uitmaken van dezelfde fiscale eenheid en de vennootschap aan het hoofd van deze fiscale eenheid een in rechte afdwingbaar recht hiertoe heeft.

(in EUR 1.000)

2016

2015

Latente belastingvordering (fiscale eenheid)

Activa ten behoeve van operationele activiteiten

155.791

147.660

Activa in aanbouw

66.486

55.876

Derivaten en leningen

20.857

25.013

Personeelsvoorzieningen

4.766

5.709

Vastgoedbeleggingen

-83.042

-41.278

164.858

192.980

Latente belastingvordering (buiten fiscale eenheid)

Vastgoedbeleggingen

361

350

Latente belastingverplichting (buiten fiscale eenheid)

Contractgerelateerde activa

-20.393

-20.789

Vastgoedbeleggingen

-230

-315

Derivaten en leningen

-2.301

-1.562

-22.924

-22.666

Totaal latente belastingen

142.295

170.664

Langlopend (realisatie ligt niet in de lijn der verwachting)

83.274

83.274

Langlopend (realisatie te verwachten na 1 jaar)

58.890

84.868

binnen 1 jaar)

131

2.522

142.295

170.664

Het verloop van de latente belastingvorderingen en latente belastingverplichtingen is als volgt:

(in EUR 1.000)

Operationele activa

Activa in aanbouw

Vastgoed beleggingen

Derivaten en Leningen

Personeels- voorzieningen

Contract gerelateerde activa

Totaal

Boekwaarde 1 januari 2015

134.861

70.357

-22.004

8.906

5.610

-16.065

181.665

Specificatie van mutaties in 2015

Latente belasting verantwoord in de winst- en verliesrekening

-

1.665

-18.516

-52

467

-2.789

-19.225

Latente belasting verantwoord in het totaalresultaat

-

-

-

-6.245

-321

-

-6.566

Reclassificaties

11.826

-16.146

-724

20.843

-47

-

15.752

Activa en passiva aangehouden voor verkoop

973

-

-

-

-

-

973

Overige mutaties

-

-

-

-

-

-1.935

-1.935

Totaal mutaties in het boekjaar

12.799

-14.481

-19.240

14.546

99

-4.724

-11.001

Boekwaarde 31 december 2015

147.660

55.876

-41.244

23.452

5.709

-20.789

170.664

Specificatie van mutaties in 2016

Latente belasting verantwoord in de winst- en verliesrekening

-

-

-18.482

486

-313

1.086

-17.223

Latente belasting verantwoord in het totaalresultaat

-

-

-

-5.397

323

-

-5.074

Reclassificaties

9.572

10.610

-23.185

15

-953

-

-3.941

Activa en passiva aangehouden voor verkoop

-1.441

-

-

-

-

-

-1.441

Overige mutaties

-

-

-

-

-

-690

-690

Totaal mutaties in het boekjaar

8.131

10.610

-41.667

-4.896

-943

396

-28.369

Boekwaarde 31 december 2016

155.791

66.486

-82.911

18.556

4.766

-20.393

142.295

In 2015 heeft een reclassificatie plaatsgevonden tussen vastgoedbeleggingen en operationele activa. Bij het definitief opstellen van de aangifte 2015 is deze reclassificatie ook fiscaal verwerkt, waardoor een reclassificatie is gemaakt tussen de verschillende categorieën van latenties.

Winstbelastingen in het totaalresultaat

De belastingeffecten van de mutaties in het eigen vermogen, via het totaalresultaat, zijn als volgt:

(in EUR 1.000)

Voor belasting

Latente belasting

Na belasting

Omrekeningsverschillen

4.286

-

4.286

Waardemutaties afdekkingstransacties

25.026

-5.397

19.629

Waardemutaties actuariele resultaten en herwaarderingen

-1.293

323

-970

Aandeel in totaalresultaat geassocieerde deelnemingen

-2.843

-

-2.843

Totaal ongerealiseerd 2016

25.176

-5.074

20.102

Omrekeningsverschillen

3.310

-

3.310

Waardemutaties afdekkingstransacties

22.920

-6.245

16.675

Waardemutaties actuariele resultaten en herwaarderingen

1.284

-321

963

Aandeel in totaalresultaat geassocieerde deelnemingen

2.421

-

2.421

Totaal ongerealiseerd 2015

29.935

-6.566

23.369

Acute posities uit hoofde van winstbelasting

(in EUR 1.000)

2016

2015

Te vorderen winstbelastingen

Fiscale eenheid

5.928

3.293

Buitenlandse winstbelasting

251

-

Totaal te vorderen winstbelastingen

6.179

3.293

Verschuldigde winstbelastingen

Nederlandse dochters buiten fiscale eenheid

-423

-253

Buitenlandse winstbelasting

-

-130

Totaal verschuldigde winstbelastingen

-423

-383

Totaal te vorderen winstbelastingen

5.756

2.910

De winstbelasting wordt berekend over de commerciële winst, rekening houdend met permanente verschillen tussen de commerciële en de fiscale winstberekening. De winstbelasting over waardeveranderingen, die niet gelijktijdig in de aangifte vennootschapsbelasting worden verwerkt, worden tot het moment van realisatie verantwoord onder de latente belastingvorderingen en -verplichtingen. De vordering uit hoofde van winstbelasting in de balans per 31 december 2016, met betrekking tot de fiscale eenheid, heeft voor 1,3 miljoen euro betrekking op 2016 en voor 3,6 miljoen euro op 2015. De aangifte vennootschapsbelasting van de fiscale eenheid N.V. Luchthaven Schiphol over 2015 is met de inspecteur besproken en dienovereenkomstig verwerkt in deze jaarrekening. De belastingjaren tot en met 2015 zijn definitief opgelegd en afgewikkeld. De buitenlandse winstbelasting heeft betrekking op Amerikaanse lokale belastingen.

Verschillen tussen de betaalde winstbelasting volgens het kasstroomoverzicht en de winstbelasting in de winst- en verliesrekening betreffen toevoegingen en onttrekkingen aan latente belastingvorderingen en -verplichtingen, schattingsverschillen in belastbare bedragen in voorlopige aanslagen en definitieve aanslagen en afrekeningen over oude jaren.

13. Geassocieerde deelnemingen en joint ventures

(in EUR 1.000)

2016

2015

Geassocieerde deelnemingen

826.237

784.001

Joint ventures

69.108

73.813

Totaal

895.345

857.814

Geassocieerde deelnemingen

(in EUR 1.000)

2016

2015

Boekwaarde 1 januari

784.001

748.238

Mutaties in het boekjaar:

Resultaat

71.877

58.454

Dividend

- 26.633

- 24.815

Kapitaalstorting (terugbetaling)

- 1.983

214

Totaalresultaat

- 1.743

2.420

Directe vermogensmutaties

- 1.100

-

Omrekeningsverschillen

1.818

- 510

Totaal mutaties in het boekjaar

42.236

35.763

Boekwaarde 31 december

826.237

784.001

De belangrijkste geassocieerde deelnemingen zijn:

2016

2015

Groupe ADP

Parijs

8%

8%

Brisbane Airport Corporation Holdings Ltd. (BACH)

Brisbane

18,72%

18,72%

Zowel in Groupe ADP als in BACH heeft Schiphol Group invloed van betekenis ondanks dat het belang kleiner is dan 20%. Deze invloed komt tot uiting in Brisbane doordat er sprake is van benoemingsrechten in de Board of Directors, blokkeringsrechten bij belangrijke strategische en financiële besluiten en samenwerkings- en uitwisselingsverbanden. Bij Groupe ADP is sprake van een wederzijds aandelenbelang, zijn zowel de CEO als de CFO van Schiphol Group vertegenwoordigd in de Board of Directors, heeft Groupe ADP een vertegenwoordiger in de Raad van Commissarissen van Schiphol Group en is sprake van een langjarige samenwerkingsovereenkomst waarbij op verschillende terreinen wordt samengewerkt. Onderstaand is een uitsplitsing opgenomen van de activa en passiva en daarbij de aansluiting met de verwerking in de Schiphol Group jaarrekening. Hierbij zijn de gehanteerde grondslagen in overeenstemming met de Schiphol Group grondslagen of zijn waar nodig aanpassingen gemaakt.

In onderstaand overzicht zijn de materiële deelnemingen nader cijfermatig toegelicht:

Geassocieerde deelnemingen

Groupe ADP

Brisbane Airport1

(in EUR 1.000.000)

2016

20152

2016

2015

Verlies- en winstrekening

Opbrengsten

2.947

2.935

429

407

Totaal financiële baten en -lasten

115

106

80

88

Afschrijvingen en bijzondere waardeveranderingen

479

458

67

67

Winstbelastingen

202

258

51

46

Resultaat gewone bedrijfsuitoefening

438

433

168

152

Niet-gerealiseerde resultaten

-4

30

-64

-30

Financiële positie

Vaste activa

8.106

7.977

2.981

2.776

Vlottende activa

819

713

45

47

Liquide middelen

1.657

1.734

22

23

Langlopende verplichtingen

5.060

5.252

2.647

2.405

Kortlopende verplichtingen

1.241

1.064

80

173

Eigen vermogen

4.291

4.132

321

268

%-belang

343

330

60

50

Goodwill

244

244

34

34

Overige aanpassingen

65

57

9

9

Deelnemingswaarde 31 december

652

631

103

93

  • Op basis van jaarrekening per 30 juni 2016
  • Betreft aangepaste cijfers 2015

De boekwaarde van geassocieerde deelnemingen per 31 december 2016 is inclusief een goodwill van 244 miljoen euro op Groupe ADP en van 34 miljoen euro op BACH.

Het resultaat geassocieerde deelnemingen in 2016 is inclusief een bate van 24,6 miljoen euro van BACH (in 2015: 20,2 miljoen euro). Dit resultaat is in 2016 positief beïnvloed door de ontwikkelingen in de vastgoedportefeuille met 4,9 miljoen euro en de derivatenportefeuille met 1,6 miljoen euro (in 2015 werd het resultaat positief beïnvloed door de ontwikkelingen in de derivatenportefeuille van 1,4 miljoen euro). BACH heeft een significante derivatenpositie die samenhangt met de financiering van de investering voor een nieuwe landingsbaan. Er bestaat geen verplichting tot het tussentijds afrekenen of betalen van deze derivaten. BACH past hedgeaccounting toe voor deze afdekkingstransacties.

De bijdrage van Groupe ADP aan het resultaat van Schiphol Group over 2016 betreft een bate van 42,8 miljoen euro (in 2015: een bate van 36,3 miljoen euro). Hierin zijn ook opgenomen de overige aanpassingen die voornamelijk betrekking hebben op de verschillen in waarderingsgrondslagen en resultaatbepaling met betrekking tot vastgoed. De reële waarde van Groupe ADP, ontleend aan de beurskoers van het aandeel per 31 december 2016, bedraagt 10,1 miljard euro (per 31 december 2015: 10,6 miljard euro). Het aandeel van Schiphol Group hierin bedraagt 806 miljoen euro (per 31 december 2015: 849 miljoen euro).

Er zijn voor Schiphol Group geen materiële aangegane verplichtingen met betrekking tot de geassocieerde deelnemingen.

Joint Ventures

(in EUR 1.000)

2016

2015

Boekwaarde 1 januari

73.813

48.684

Mutaties in het boekjaar:

Resultaat

- 4.392

2.021

Dividend

- 1.839

- 831

Acquisitie Schiphol Airport Retail B.V.

-

22.370

Kapitaalstorting

354

1.309

Omrekeningsverschillen

1.172

-

Overige

-

260

Totaal mutaties in het boekjaar

- 4.705

25.129

Boekwaarde 31 december

69.108

73.813

Onder acquisities in 2015 is opgenomen het 40%-belang in Schiphol Airport Retail B.V. (SAR) voor 22,4 miljoen euro dat sinds mei 2015 niet langer geconsolideerd wordt, maar wordt verwerkt als joint venture, zie hiervoor ook de paragraaf Wijzigingen in de consolidatiekring. Schiphol Group heeft als concessiehouder een overeenkomst met SAR voor een periode van tien jaar waarna de concessie weer toekomt aan Schiphol Group. De opbrengsten uit de concessie-overeenkomst bedragen in 2016 29,4 miljoen euro (2015 21,1 miljoen euro).

De openstaande vorderingen met geassocieerde deelnemingen en joint ventures bedragen per 31 december 2016 82,7 miljoen euro. Bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam is een volledige lijst van geassocieerde deelnemingen en joint ventures gedeponeerd.

Schiphol Group houdt een 25%-belang in de grondontwikkelingsmaatschappij Schiphol Area Development Company N.V. (SADC), die als doel heeft om bedrijvenlocaties en ondersteunende infrastructurele projecten te ontwikkelen rondom de luchthaven. SADC houdt een 33,33% belang in GEM A4 zone west C.V. en een 80% belang in GEM Badhoevedorp Zuid C.V. Naast deze indirecte belangen van respectievelijk 8,33% en 20% heeft Schiphol in beide C.V.’s een direct belang van respectievelijk 33,33% en 20%.

Er zijn verder geen afzonderlijk materiële joint ventures.

14. Vorderingen op geassocieerde deelnemingen

(in EUR 1.000)

2016

2015

Boekwaarde 1 januari

66.596

60.511

Specificatie van mutaties in het boekjaar

Rente bijschrijving

6.092

6.146

Omrekeningsverschillen afdekkingstransactie

3.491

1.816

Overige omrekeningsverschillen

- 1.979

- 1.877

Totaal mutaties in het boekjaar

7.604

6.085

Boekwaarde 31 December

74.200

66.596

De vorderingen op geassocieerde deelnemingen betreffen uitsluitend de door Schiphol Group gehouden Redeemable Preference Shares (RPS) in BACH. Het uitgegeven schuldpapier van BACH heeft een credit rating van BBB.

Terzake van de RPS is sprake van een cumulatief recht op dividend. De RPS kennen een formele aflossingsdatum per 30 juni 2022. Op basis van deze kenmerken worden de RPS van AUD 108 miljoen (74 miljoen euro, inclusief geaccumuleerde rente) als langlopende vordering op een geassocieerde deelneming geclassificeerd en de vergoeding op deze aandelen als financieringsbate. In 2015 en 2016 is geen dividend ontvangen. De verwachting is dat in 2017 het dividend uitgekeerd zal gaan worden.

Het aan deze langlopende vordering gerelateerde valutarisico wordt voor wat betreft de nominale waarde en de te ontvangen rente afgedekt middels jaarlijkse termijntransacties. Met deze transacties wordt de positie in Australische dollars gehedged naar de euro. De afdekkingstransacties worden verantwoord als kasstroomafdekking. De koersverschillen over het niet afgedekte deel van de lening en de te ontvangen rente en de periode tussen de opeenvolgende jaarlijkse termijntransacties worden verantwoord in de winst- en verliesrekening.Het koersresultaat op de afgedekte vordering wordt, via het totaalresultaat, verantwoord in de reserve afdekkingstransacties.

De reële waarde van de vorderingen op geassocieerde deelnemingen bedraagt per 31 december 2016 77 miljoen euro (AUD 112 miljoen) en de effectieve rente bedraagt 10%. De reële waarde wordt geschat door de toekomstige contractuele kasstromen te verdisconteren tegen de op dat moment gangbare marktrente die voor de geldnemer en voor vergelijkbare financiële instrumenten van toepassing is.

15. Langlopende vorderingen

(in EUR 1.000)

2016

2015

Derivaten

38.706

13.895

Huurincentives

20.386

22.906

Leningen aan geassocieerde deelnemingen

7.880

8.782

Vooruitbetaald op activa

6.196

5.460

Afgekochte erfpacht

2.961

3.384

Leningen aan externe bedrijven

746

883

Totaal overige langlopende vorderingen

76.875

55.310

Leningen aan geassocieerde deelnemingen

2016

2015

(in EUR 1.000)

Boekwaarde 1 januari

8.782

9.491

Specificatie van mutaties in het boekjaar

Aflossing

- 902

- 709

Totaal mutaties in het boekjaar

- 902

- 709

Boekwaarde 31 december

7.880

8.782

Het kortlopende deel van de leningen aan geassocieerde deelnemingen van 0,6 miljoen euro (per 31 december 2015: 0,6 miljoen euro) is verantwoord onder de vlottende activa. Onder de leningen aan geassocieerde deelnemingen is een lening van 5,1 miljoen euro opgenomen die is verstrekt aan SRE Altaï, een samenwerkingsverband met Groupe ADP waarin wordt samengewerkt op het gebied van vastgoedontwikkeling. De lening loopt tot 31 december 2024 en er zijn geen zekerheden verstrekt. De resterende leningen aan geassocieerde deelnemingen zijn verstrekt aan Villa Carmen B.V. voor 3,4 miljoen euro. De lening loopt tot 31 juli 2018 en er zijn geen zekerheden verstrekt.

De post afgekochte erfpacht betreft de door Schiphol Group vooruitbetaalde huurtermijnen op grond die zij in erfpacht heeft verkregen.

Huurincentives betreffen de kostprijs van voordelen die Schiphol Group heeft verstrekt aan huurders bij aanvang van hun huurcontract. Deze worden over de termijn van de onderliggende overeenkomsten ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. In de vaststelling van de kasstromen die ten grondslag liggen aan de bepaling van de reële waarde van vastgoed wordt rekening gehouden met het bestaan van huurincentives.

Zie voor toelichting bij derivaten de paragraaf 29. Management van financiële risico’s en financiële instrumenten.

16. Activa en passiva aangehouden voor verkoop

In december 2015 heeft management de intentie uitgesproken de hotelactiviteiten inclusief bijbehorende activa en passiva, die zijn ondergebracht in Schiphol Hotel Holding B.V., te verkopen. Deze activiteiten zijn ondergebracht in het segment 'Real Estate' onder de business area Real Estate. Ten aanzien van deze vennootschap geldt dat management de intentie heeft om het volledige belang in deze vennootschap op korte termijn te verkopen. Management verwacht de verkoop in 2017 af te ronden nadat de noodzakelijke herstelwerkzaamheden aan de gevel zijn afgerond.

(in EUR 1.000)

2016

2015

Activa ten behoeve van operationele activiteiten

126.307

124.898

Latente belastingen

468

-

Liquide middelen

12.076

3.263

Handels- en overige vorderingen

105

7.325

Activa aangehouden voor verkoop

138.956

135.486

Latente belastingen

-

973

Handels- en overige schulden

6.752

10.845

Passiva aangehouden voor verkoop

6.752

11.818

De activa en passiva beschikbaar voor verkoop worden gewaardeerd tegen de boekwaarde, aangezien de reële waarde, verminderd met verkoopkosten, niet lager is dan deze boekwaarde.

17. Handels- en overige vorderingen

(in EUR 1.000)

2016

2015

Debiteuren

87.246

92.247

Te ontvangen baten

42.640

37.291

Vooruitbetaalde materiële vaste activa

32.130

-

Omzetbelasting

15.145

12.497

Vooruitbetaalde kosten

12.056

11.855

Huurincentives

5.704

5.179

Voorraden

2.159

2.319

Deelnemingen

35

82

Deposito's

-

40.000

Overige vorderingen

27.361

22.049

Totaal handels- en overige vorderingen

224.476

223.519

Onder de overige vorderingen is (evenals voorgaande jaren) een bedrag begrepen van 19,0 miljoen euro die Schiphol Group heeft betaald aan Chipshol, waarvoor additionele zekerheden zijn verkregen.

18. Liquide middelen

De liquide middelen van in totaal 238,7 miljoen euro per 31 december 2016 (per 31 december 2015: 394,0 miljoen euro) bestaan voor 155 miljoen euro (per 31 december 2015: 160,0 miljoen euro) uit deposito’s met een oorspronkelijke looptijd van één maand tot zes maanden. De gemiddelde rente op deze deposito’s bedraagt per 31 december 2016 -0,08% (per 31 december 2015: 0,09%). De liquide middelen staan ter vrije beschikking.

19. Geplaatst kapitaal

Het maatschappelijk aandelenkapitaal bedraagt per 31 december 2016 142.960.968 euro. Dit kapitaal is verdeeld in 300.000 aandelen A en 14.892 aandelen B, elk met een nominale waarde van 454 euro. Hiervan zijn 171.255 aandelen A en 14.892 aandelen B geplaatst.

Aan de aandelen A en B zijn dezelfde rechten verbonden, met uitzondering van de rechten met betrekking tot het wijzigen van de statuten. Hiervoor geldt dat slechts een statutenwijziging doorgevoerd kan worden in een Algemene Vergadering van Aandeelhouders waarin alle geplaatste aandelen A zijn vertegenwoordigd en dan met een meerderheid van ten minste vier/vijfde van alle stemmen. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders kan besluiten alle geplaatste aandelen B in te trekken met volstrekte meerderheid van uitgebrachte stemmen.

De verdeling over de aandeelhouders is als volgt:

(aantal)

(in EUR 1.000)

(in %)

Aandeelhouder:

Staat der Nederlanden

129.880

58.966

69,77%

Gemeente Amsterdam

37.276

16.923

20,03%

Groupe ADP

14.892

6.761

8,00%

Gemeente Rotterdam

4.099

1.861

2,20%

Totaal

186.147

84.511

100%

In 2016 hebben zich geen wijzigingen voorgedaan in het geplaatst kapitaal.

20. Ingehouden winst

Op voorstel van de directie en na instemming met dit voorstel door de Raad van Commissarissen heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders besloten tot uitkering van een dividend over 2015 van 187,2 miljoen euro. Dit bedrag is bij uitkering in 2016 onttrokken aan de ingehouden winst. Het dividend over 2014 bedroeg 138,5 miljoen euro en is in 2015 uitgekeerd en onttrokken aan de ingehouden winst.

Het nettoresultaat over 2016 is geheel toegevoegd aan de ingehouden winst. Daarmee is in de ingehouden winst per 31 december 2016 nog begrepen het voorstel voor het over 2016 uit te keren dividend, zoals nader toegelicht onder de paragraaf Eigen vermogen van de enkelvoudige jaarrekening. Het voorgestelde dividend over 2016 bedraagt 148 miljoen euro, gelijk aan 797 euro per aandeel.

21. Overige reserves

(in EUR 1.000)

Reserve omrekenings verschillen

Reserve
afdekkings
transacties

Aandeel totaalresultaat deelnemingen

Actuariële resultaten en herwaarderingen

Totaal

Boekwaarde 1 januari 2015

10.605

-93.307

-16.355

-7.344

-106.401

Specificatie van mutaties in 2015

Omrekeningsverschillen

3.310

-

-

-

3.310

Afdekking rente en valuta YEN lening

Koersresultaat gehedgde lening

-

-15.628

-

-

-15.628

Winstbelasting over koersresultaat gehedgde lening

-

3.907

-

-

3.907

Reële waarde mutatie van afdekkinginstrument

-

31.174

-

-

31.174

Winstbelasting over reële waarde mutatie afdekkingsinstrument

-

-7.794

-

-

-7.794

Afdekking rente risico herfinanciering

Amortisatie afgewikkelde derivaten

-

9.725

-

-

9.725

Winstbelasting amortisatie van afgewikkelde derivaten

-

-2.358

-

-

-2.358

Afdekking valutarisico AUD vordering

Koersresultaat gehedgde AUD vordering

-

1.816

-

-

1.816

Afwikkeling van afdekkingstransactie AUD vordering

-

-4.167

-

-

-4.167

Aandeel totaalresultaat geassocieerde deelnemingen

-

-

2.421

-

2.421

Actuariële resultaten en herwaarderingen

-

-

-

1.284

1.284

Belastingeffect op actuariële resultaten

-

-

-

-321

-321

Totaal mutaties in het boekjaar

3.310

16.675

2.421

963

23.369

Stand per 31 december 2015

13.915

-76.632

-13.934

-6.381

-83.032

Specificatie van mutaties in 2016

Omrekeningsverschillen

4.286

-

-

-

4.286

Afdekking rente en valuta YEN lening

Koersresultaat gehedgde lening

-

-9.514

-

-

-9.514

Winstbelasting over koersresultaat gehedgde lening

-

2.378

-

-

2.378

Reële waarde mutatie van afdekkinginstrument

-

24.779

-

-

24.779

Winstbelasting over reële waarde mutatie afdekkingsinstrument

-

-6.203

-

-

-6.203

Afdekking rente risico herfinanciering

Amortisatie afgewikkelde derivaten

-

9.725

-

-

9.725

Winstbelasting amortisatie van afgewikkelde derivaten

-

-2.358

-

-

-2.358

Afdekking valutarisico AUD vordering

Koersresultaat gehedgde AUD vordering

-

3.491

-

-

3.491

Reële waarde mutatie van afdekkinginstrument

-

-3.798

-

-

-3.798

Winstbelasting over reële waarde mutatie

-

786

-

-

786

Afwikkeling van afdekkingstransactie AUD vordering

-

343

-

-

343

Aandeel totaalresultaat geassocieerde deelnemingen

-

-

-1.743

-

-1.743

Directe vermogensmutatie deelnemingen

-

-

-1.100

-

-1.100

Actuariële resultaten en herwaarderingen

-

-

-

-1.293

-1.293

Belastingeffect op actuariële resultaten

-

-

-

323

323

Totaal mutaties in het boekjaar

4.286

19.629

-2.843

-970

20.102

Stand per 31 december 2016

18.201

-57.003

-16.777

-7.351

-62.930

Reserve omrekeningsverschillen

Onder de reserve omrekeningsverschillen worden de koersverschillen verantwoord die zijn ontstaan bij de omrekening van de netto-investeringen in de dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen buiten de eurozone.

Reserve afdekkingstransacties

In de reserve afdekkingstransacties worden de mutaties in de reële waarde van derivaten die worden gebruikt voor kasstroomafdekking verantwoord, na verwerking van (latente) belastingvorderingen en -verplichtingen. Voorts worden in de reserve afdekkingstransacties de waarderingsverschillen verantwoord die optreden bij de omrekening van leningen tegen de slotkoers. Voor beide geldt dat verantwoording in de reserve afdekkingstransacties plaatsvindt, voor zover sprake is van een effectieve afdekking. Voor nadere informatie over beperkingen aan de uitkeerbaarheid van reserves wordt verwezen naar paragraaf 32. Eigen vermogen in de enkelvoudige balans. Voor een nadere toelichting over de belastingeffecten van de mutaties in het eigen vermogen, via het totaalresultaat, wordt verwezen naar paragraaf 12. Winstbelastingen

Onder de reserve afdekkingstransacties zijn de volgende afdekkingsinstrumenten en afgedekte instrumenten opgenomen. Hierbij is aangegeven wanneer de afdekking een effect zal hebben op de winst- en verliesrekening. De reclassificatie van de afdekkingstransacties naar de winst- en verliesrekening zal in de toekomst leiden tot financiële lasten.

Reclassificatie naar winst en verlies in volgende perioden

(in EUR 1.000)

Totaal 2016

< 1 jaar

> 1 jaar

> 1 en < 5 jaar

> 5 jaar

FSR Swap - herfinanciering 2013/2014

48.620

7.077

41.543

28.307

13.236

Lehman derivaat - afwikkeling in 2008

6.275

291

5.984

1.163

4.821

Ongerealiseerd koersresultaat YEN lening

31.981

-

31.981

-

31.981

CCIR Swap - afdekking YEN lening

-29.029

-

-29.029

-

-29.029

AUD derivaat - afdekking RPS vordering

-914

-914

-

-

-

Overig

70

70

-

-

-

Totaal

57.003

6.524

50.479

29.470

21.009

Reclassificatie naar winst en verlies in volgende perioden

(in EUR 1.000)

Totaal 2015

< 1 jaar

> 1 jaar

> 1 en < 5 jaar

> 5 jaar

FSR Swap - herfinanciering 2013/2014

55.694

7.077

48.617

28.307

20.310

Lehman derivaat - afwikkeling in 2008

6.566

291

6.275

1.163

5.112

Ongerealiseerd koersresultaat YEN lening

24.846

-

24.846

-

24.846

CCIR Swap - afdekking YEN lening

-10.421

-

-10.421

-

-10.421

AUD derivaat - afdekking RPS vordering

-124

-124

-

-

-

Overig

71

71

-

-

-

Totaal

76.632

7.315

69.317

29.470

39.847

22. Minderheidsaandeelhouders

Onder minderheidsaandeelhouders is per 31 december 2016 het aandeel van derden in het vermogen van de groepsmaatschappij Eindhoven Airport N.V. opgenomen. Een verkorte balans voor deze vennootschap is opgenomen in de paragraaf Dochterondernemingen.

23. Leningen

Boekwaarde

Reële waarde

(in EUR 1.000)

2016

2015

2016

2015

Aflossing in

Rente

EMTN programma

1.267.868

1.249.739

1.470.597

1.415.395

2018-2038

1,12%-5,16%

Europese Investeringsbank

500.500

509.500

576.496

563.305

2024-2031

2,12%-3,95%

KfW IPEX-bank

99.734

99.697

114.696

110.727

2024

2,80%

Schuldschein

60.666

194.501

71.320

215.136

2019

5,50%-5,75%

Namensschuldverschreibung

24.760

24.720

32.647

32.306

2023

5,07%

Overige leningen

62.172

53.272

62.090

53.272

Totaal leningen

2.015.700

2.131.429

2.327.846

2.390.141

Nominaal

Boekwaarde

Reële waarde

(in EUR 1.000)

2016

2015

2016

2015

Aflossing in

Rente

Valuta

XS0621167732

438.447

422.899

419.311

518.753

517.788

2021

4,43%

EUR

XS1301052202

300.000

298.073

297.857

327.903

303.573

2026

2,00%

EUR

XS0378569247

20.000.000

162.406

152.881

209.116

173.742

2038

3,16%

JPY

XS1437013870

150.000

149.715

-

145.878

-

2028

1,12%

EUR

XS0459442710

85.000

84.952

84.935

97.147

100.088

2019

4,97%

EUR

XS0459479399

50.000

49.943

49.922

57.104

58.820

2019

4,94%

EUR

XS0983151282

40.000

39.941

39.934

46.907

45.211

2025

3,08%

EUR

XS0167622454

30.000

29.990

29.983

33.079

34.427

2018

5,16%

EUR

XS0997565436

30.000

29.949

29.944

34.710

33.448

2025

2,94%

EUR

XS0495479555

50.000

-

49.988

-

52.232

2016

4,46%

EUR

XS0459479472

15.000

-

14.993

-

15.642

2016

4,28%

EUR

XS1050663506

80.000

-

79.991

-

80.424

2016

0,67%

EUR

EMTN programma

1.267.868

1.249.739

1.470.597

1.415.395

De reële waarde wordt geschat door de toekomstige contractuele kasstromen te verdisconteren tegen de op dat moment gangbare marktrente die voor de geldnemer en voor vergelijkbare financiële instrumenten van toepassing is. Voor leningen die actief in de markt verhandeld worden, is de beurskoers gehanteerd voor de bepaling van de reële waarde.

Schiphol Group heeft een Euro Medium Term Note (EMTN)-programma, waaronder tot momenteel een maximum van 2 miljard euro aan obligaties kunnen worden uitgegeven, mits het prospectus jaarlijks wordt geactualiseerd. Het prospectus is in 2016 geactualiseerd. De covenanten van het EMTN programme bevat een 'change of control' clausule die in combinatie met een 'downgrade below investment grade' leidt tot vervroegde aflossing. Gedurende 2016 is van dergelijke omstandigheden geen sprake geweest.

In 2015 heeft Schiphol Group de uitgegeven EMTN-obligaties gesubstitueerd van Schiphol Nederland B.V. naar N.V. Luchthaven Schiphol.

Ultimo 2016 is voor een totaal van 1.268 miljoen euro (per 31 december 2015: 1.250 miljoen euro) opgenomen. Onder het EMTN programma is in 2016 een zogenoemde private placement geplaatst van 150 miljoen euro met een looptijd van 12 jaar.

In aanvulling op het bestaande EMTN-programma heeft Schiphol Group een Euro-Commercial Paper (ECP)-programma met een limiet van 750 miljoen euro. Op 31 december 2016 staan hieronder geen kortlopende leningen uit.

Schiphol Group heeft voor een nominaal bedrag van 61 miljoen euro aan Schuldschein-papier uitgegeven (vastrentende leningen met looptijden van zeven en tien jaar). De Schuldschein-documentatie bevat in beginsel dezelfde convenanten als het EMTN-programma.

Schiphol Group heeft twee overeenkomsten gesloten met de Europese Investeringsbank voor een totale faciliteit van 550 miljoen euro, die nu geheel is opgenomen (waarop inmiddels 49,5 miljoen euro is afgelost). Schiphol Group kan verplicht worden tot vervroegde aflossing van de lening indien (naast de in dat kader gebruikelijke omstandigheden) andere leningen vervroegd worden afgelost of indien het eigen vermogen minder dan 30% van de activa bedraagt. Additionele zekerheden worden verlangd indien de credit rating BBB of lager is (S&P's) of Baa2 of lager (Moody’s). De lening kent daarnaast een 'change of control' clausule.

Schiphol Group heeft eveneens een overeenkomst gesloten met de KfW IPEX-Bank voor een faciliteit van 100 miljoen euro die volledig is opgenomen.

Voor zowel de opgenomen leningen onder het EMTN programma, het ECP programma, de faciliteit bij de Europese Investeringsbank als de faciliteit bij KfW IPEX-Bank geldt geen achterstelling ten opzichte van andere verplichtingen. Voor deze faciliteiten bestaat de mogelijkheid tot vrijwillige vervroegde aflossing.

Schiphol Group heeft in 2015 een gesyndiceerde en gecommitteerde doorlopende kredietfaciliteit afgesloten voor een bedrag van 300 miljoen euro met een looptijd tot medio juni 2020. Daarnaast heeft Schiphol Group de beschikking over een bilaterale en gecommitteerde kredietfaciliteit van 100 miljoen euro met de Bank Nederlandse Gemeenten die in 2016 verlengd is tot 1 januari 2020 en over twee bilaterale ongecommiteerde kredietfaciliteiten van elk 75 miljoen euro. Gedurende 2016 is kort gebruik gemaakt van een ongecommiteerde kredietfaciliteit met als doel een door seizoenpatronen veroorzaakte lagere kaspositie te versterken. Inmiddels is de faciliteit weer terugbetaald. Daarnaast heeft Eindhoven Airport een faciliteit van EUR 26 miljoen aangetrokken waarop per 31 december 2016 EUR 22,5 miljoen is getrokken.

Van het totale bedrag aan leningen is 162,4 miljoen euro opgenomen in Japanse yen (JPY 20 miljard). In lijn met het beleid Financieel Risico Management is ter afdekking van de aanwezige vreemdevalutarisico’s een gecombineerde cross-currency swap afgesloten op de JPY-lening. De aangegane transactie komt in beginsel op relevante kenmerken zoals looptijd, omvang en dergelijke volledig overeen met de onderliggende lening en hedged de positie naar euro en/of vaste rente. De afdekkingstransactie wordt verantwoord als zijnde kasstroomafdekking en is volledig effectief.

Het kortlopende deel van de leningen per 31 december 2016 van 4,9 miljoen euro (per 31 december 2015: 283,9 miljoen euro) is verantwoord onder de kortlopende verplichtingen.

In 2016 is Schiphol Group binnen de afgesproken leningsconvenanten gebleven.

Het gemiddelde interestpercentage in 2016 over de uitstaande rentedragende leningen bedraagt 4,7% (2015: 5,0%).

De resterende looptijd van de leningen per 31 december 2016 is als volgt:

(in EUR 1.000)

Totaal

<1 jaar

> 1 jaar

> 1 jaar en
< 5 jaar

> 5 jaar

EMTN programma

1.267.868

- 3.902

1.271.770

590.338

681.432

Europese Investeringsbank

500.500

9.000

491.500

36.000

455.500

KfW IPEX-bank

99.734

- 38

99.772

- 150

99.922

Schuldschein

60.666

- 157

60.823

60.823

-

Namensschuldverschreibung

24.760

24

24.736

- 217

24.953

Overige leningen

62.172

-

62.172

22.500

39.672

Totaal leningen

2.015.700

4.927

2.010.773

709.294

1.301.479

Het verloop van de leningen gedurende het boekjaar was als volgt:

(in EUR 1.000)

Leningen > 1 jaar

Leningen < 1 jaar

Totaal

Boekwaarde 1 januari 2015

1.800.360

4.957

1.805.317

Specificatie van mutaties in 2015

Nieuw opgenomen

316.803

-

316.803

Reële waarde mutatie lening

6.069

-

6.069

Overboekingen naar kortlopende verplichtingen

- 291.340

291.340

-

Aflossing

-

- 17.106

- 17.106

Omrekeningsverschillen

15.628

-

15.628

Overige mutaties

-

4.718

4.718

Totaal mutaties in het boekjaar

47.160

278.952

326.112

Boekwaarde 31 december 2015

1.847.520

283.909

2.131.429

Specificatie van mutaties in 2016

Nieuw opgenomen

153.200

-

153.200

Reële waarde mutatie lening

5.418

-

5.418

Overboekingen naar kortlopende verplichtingen

- 4.879

4.879

-

Aflossing

-

- 288.227

- 288.227

Omrekeningsverschillen

9.514

-

9.514

Overige mutaties

-

4.366

4.366

Totaal mutaties in het boekjaar

163.253

- 278.982

- 115.729

Boekwaarde 31 december 2016

2.010.773

4.927

2.015.700

 

24. Personeelsbeloningen

(in EUR 1.000)

Vergoedingen na uitdiensttreding

Andere lange
termijn personeels-
beloningen

Ontslag-
vergoedingen

Totaal

Boekwaarde 31 december 2016

Waarde van de verplichtingen

23.668

14.468

1.519

39.655

Waarde van de beleggingen

-

-

-

-

Verplichting in de balans

23.668

14.468

1.519

39.655

Boekwaarde 31 december 2015

Waarde van de verplichtingen

22.720

13.586

2.140

38.446

Waarde van de beleggingen

-

-

-

-

Verplichting in de balans

22.720

13.586

2.140

38.446

Vergoedingen na uitdiensttreding betreffen pensioenregelingen, functioneel leeftijdsontslag (FLO), vergoeding ziektekostenverzekering voor gepensioneerden en aanvullende uitkering bij arbeidsongeschiktheid. Andere langetermijn personeelsbeloningen betreffen jubilea-uitkeringen, variabele beloning (langetermijn), sabbatical leave en loonsuppletie bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid. Ontslagvergoedingen betreffen wachtgeld en loonsuppletie werkloosheid.

Schiphol Group heeft de pensioenregeling ondergebracht bij het ABP. Op basis van de bepalingen in de pensioenregeling kwalificeert deze als een toegezegde bijdrage pensioenregeling. Schiphol Group heeft de premie die verschuldigd is aan het ABP als last in de winst- en verliesrekening verantwoord. Nadere informatie hieromtrent is opgenomen in de paragraaf Grondslagen voor consolidatie, waardering en resultaatbepaling.

Het reglement van het ABP voorziet in geen enkel opzicht in de mogelijkheid tot bijstortingen in en/of onttrekkingen aan het fonds. Het proportionele aandeel van Schiphol Group in overschotten en tekorten zal daardoor uitsluitend kunnen leiden tot wijzigingen in de in de toekomst af te dragen premie. De hoogte van de premie is afhankelijk van de (verwachtingen ten aanzien van de) financiële positie van het pensioenfonds die wordt uitgedrukt in een dekkingsgraad. De verwachte premiebetaling voor 2017 bedraagt 18,3 miljoen euro. De dekkingsgraad van ABP bedraagt per 31 december 2016 96,6%.

Met ingang van 2014, is door de afschaffing van de levensloopregeling, de FLO-regeling gewijzigd in een meer flexibele regeling waarbij beter geanticipeerd wordt op het mogelijk maken om langer door te werken. De effecten hiervan op de FLO-regeling zijn gering.

Gezien het beperkte belang is een significante mutatie in balansposities als gevolg van andere veronderstellingen niet aannemelijk.

Het verloop van verplichtingen uit hoofde van de vergoedingen na uitdiensttreding was als volgt:

(in EUR 1.000)

2016

2015

Boekwaarde 1 januari

22.720

24.310

Specificatie van mutaties

Totale kosten ten laste van het boekjaar

1.295

1.403

Uitkeringen gedurende het boekjaar

- 1.460

- 1.700

Actuariële resultaten en herwaarderingen verantwoord in totaalresultaat

1.293

- 1.284

Overige mutaties

- 180

- 9

Totaal mutaties in het boekjaar

948

- 1.590

Boekwaarde 31 december

23.668

22.720

Actuariële veronderstellingen en inschattingen

31 December 2016

31 December 2015

Disconteringsvoet

1,50%

1,80%

Beleggingsrendement

1,50%

1,50%

Inflatie

1,50%

1,50%

Algemene salarisstijging

1,50%

1,50%

Overlevingskansen

Prognosetafel 2016 met correctiefactoren die zijn afgestemd op het gemiddelde salarisniveau van de onderneming

Prognosetafel 2014 met correctiefactoren die zijn afgestemd op het gemiddelde salarisniveau van de onderneming

Individuele salarisstijging, afhankelijk van leeftijd

3,00% (tot 39 jaar), 2,00% (tot 49 jaar), 1,00% (tot 59 jaar), 0,00% (tot 65 jaar)

3,00% (tot 39 jaar), 2,00% (tot 49 jaar), 1,00% (tot 59 jaar), 0,00% (tot 65 jaar)

Leeftijdsverschil

Aangenomen wordt dat mannelijke deelnemers 3 jaar ouder zijn dan hun echtgenote

Aangenomen wordt dat mannelijke deelnemers 3 jaar ouder zijn dan hun echtgenote

Arbeidsongeschiktheid

Afgeleid van landelijke in- en uitstroom WIA gebaseerd op waarnemingsperiode 2006-2011.

Afgeleid van landelijke in- en uitstroom WIA gebaseerd op waarnemingsperiode 2006-2011.

Ontslagkansen, afhankelijk van leeftijd

4,20% (voor 25 jaar) tot 0,10% (voor 60 jaar)

4,20% (voor 25 jaar) tot 0,10% (voor 60 jaar)

Blijfkansen (met betrekking tot FLO)

100%

100%

25. Overige voorzieningen

(in EUR 1.000)

2016

2015

Boekwaarde 1 januari

17.399

17.484

Mutaties in het boekjaar:

Onttrekking voorziening

-

- 58

Dotatie voorziening claims

280

Vrijval in winst- en verliesrekening

-

- 27

Totaal mutaties in het boekjaar

280

- 85

Boekwaarde 31 december

17.679

17.399

Schiphol Group heeft een verplichting in het kader van een claim en geschil waarvoor ter hoogte van 10,0 miljoen euro een voorziening is getroffen en die in 2016 ongewijzigd is gebleven. Dit betreft de gevolgen van het bouwverbod dat vanaf 19 februari 2003 tot 28 juni 2007 voor het Groenenbergterrein van kracht was. Hierover loopt met Chipshol een procedure over de gevolgen van de oplegging en opheffing van het bouwverbod voor het Groenenbergterrein. Het is thans nog niet duidelijk wanneer door het Hof Amsterdam einduitspraak zal worden gedaan.

Gelet op het voorgaande is de directie van mening dat op dit moment de schatting die zij heeft gemaakt van de verplichtingen die Schiphol Group per saldo jegens Chipshol zal hebben, niet behoeft te worden herzien. Zij verwacht dat het uiteindelijke restbedrag aan schadeloosstelling dat Schiphol Group aan Chipshol verschuldigd blijft inzake het Groenenbergterrein en/of aan anderen uit hoofde van claims, de voorziening die terzake is getroffen niet zal overschrijden. Verdere toelichting inzake de vordering op Chipshol is opgenomen onder paragraaf 17.Handels- en overige vorderingen.

Onder de overige voorzieningen is een voorziening voor een verlieslatend contract opgenomen van 7,7 miljoen euro. Deze heeft betrekking op een verlieslatend contract betreffende een toekomstige verplichting tot inbreng van gronden in een gemeenschappelijke grondbank tegen een vast afgesproken prijs.

26. Overige langlopende verplichtingen

(in EUR 1.000)

2016

2015

Vooruitontvangen erfpacht

85.797

85.773

Leaseverplichtingen

49.223

51.358

Ongerealiseerde winst Schiphol Logistics Park C.V.

2.280

3.303

Overige

1.371

7.092

Totaal

138.671

147.526

De post vooruitontvangen erfpacht betreft de door Schiphol Group vooruitontvangen huurtermijnen op grond die derden van haar in erfpacht hebben verkregen. Deze post wordt over de termijn van de onderliggende overeenkomsten ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Onder leaseverplichtingen is het The Base-contract met ABP opgenomen dat een totale looptijd van 40 jaar heeft met tussentijdse opties tot beëindiging van de huurovereenkomst na 25 en na 30 jaar. Bij voortijdige beëindiging is Schiphol Group een afkoopsom en boeterente verschuldigd, waarna de opstallen eigendom worden van Schiphol Group. De huur wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van prijsindexcijfers voor de gezinsconsumptie. De grond onder The Base is in erfpacht uitgegeven aan ABP gedurende de termijn van de lease.

(in EUR 1.000)

The Base

Auto's

Totaal

Verplichting < 1 jaar

1.519

495

2.014

Verplichting 1 jaar en < 5 jaar

7.197

4.339

11.536

Verplichting > 5 jaar

37.687

-

37.687

Boekwaarde van de verplichtingen uit financiële lease

46.403

4.834

51.237

In 2006 heeft Schiphol Real Estate B.V. een terrein ingebracht in Schiphol Logistics Park C.V. en daarmee een belang verworven in deze vennootschap van ruim 38%. Het verschil tussen de reële waarde van het terrein bij inbreng van 23,7 miljoen euro en de totale kostprijs van het terrein van 11,7 miljoen euro bedraagt 12,0 miljoen euro. In overeenstemming met de grondslagen van waardering en resultaatbepaling dient van deze winst het deel gelijk aan het belang van Schiphol Real Estate B.V. in Schiphol Logistics Park C.V. van ruim 38% of wel 4,6 miljoen euro als ongerealiseerd te worden beschouwd. In de hierop volgende jaren is de grond gedeeltelijk verkocht en is 2,3 miljoen euro als winst gerealiseerd.

27. Handels- en overige schulden

(in EUR 1.000)

2016

2015

Schulden aan leveranciers

111.252

107.911

Nog te betalen kosten

86.352

109.221

Vooruitontvangen baten

47.958

47.380

Te betalen interest

31.816

37.825

Cash collateral JPMorgan

29.527

-

Schulden ter zake van loonbelastingen en premies sociale verzekeringen

6.580

2.185

Derivaten

3.798

654

Leaseverplichtingen

2.014

2.336

Schulden ter zake van pensioenen

1.902

-

Vooruitontvangen erfpacht

1.843

1.804

Overige schulden

1.929

4.410

Totaal handels- en overige schulden

324.971

313.725

Zie voor toelichting bij derivaten de paragraaf 29. Management van financiële risico’s en financiële instrumenten.

28. Voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen

Verontreiniging door blusschuim

Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft in juli 2008 verontreinigd blusschuim, dat bij een incident is vrijgekomen bij een KLM-hangar op Schiphol-Zuidoost, opgevangen en opgeslagen in door Schiphol beschikbaar gestelde bassins. Het Hoogheemraadschap heeft daarvoor een vergunning van de provincie Noord-Holland gekregen. Ondanks verwijdering en zuivering van het verontreinigd blusschuim in 2009, is later gebleken dat grond en grondwater ter plaatse van de bassins verontreinigd zijn geraakt. Schiphol heeft als grondeigenaar schade geleden door de verontreiniging. In 2011 heeft het Hoogheemraadschap het verontreinigde slib dat was achtergebleven in de bassins verwijderd waardoor geen verdere verontreiniging door uitspoeling uit dat slib plaatsvindt. Monitoring wijst uit dat het scherm adequaat functioneert. In 2015 is geconcludeerd dat een definitieve oplossing vooralsnog niet voorhanden is door het ontbreken van normering en saneringstechniek. Vanwege het verspreidingsrisico zijn bij de bassins beheersmaatregelen (KLM, Schiphol, Rijnland) getroffen om verdere verspreiding van PFOS tegen te gaan. De beheersmaatregel betreft het aanleggen van een bentoniet wand rondom de vervuilde vlek. Omdat de wand een waterdichte wand is moet regen-en kwelwater afgevoerd worden. Daarvoor is een filterinstallatie aangelegd teneinde het water uit de grond te kunnen pompen, te filteren en te kunnen lozen in de naastgelegen sloot.

KLM, Schiphol en Rijnland financieren elk een derde deel van de kosten van de beheersmaatregelen zonder daarbij over en weer aansprakelijkheid te erkennen voor schade.De watergangen van Schiphol, die bij hetzelfde incident verontreinigd zijn geraakt, zijn in het kader van het reguliere baggerprogramma schoongemaakt. De meerkosten (voor afvoer en verwerking van het verontreinigde materiaal) ten opzichte van het reguliere baggerprogramma zijn bij KLM in rekening gebracht. Het waterzuiveringsbedrijf Evides heeft, voor de door dit incident eveneens verontreinigde installaties, grond en grondwater, in overleg met de gemeente Haarlemmermeer een monitoringprogramma opgesteld. Evides heeft met Schiphol en KLM contact gezocht om de verdere aanpak van het beheersen van de verontreiniging te bespreken. Eind 2013 is overleg gestart met de bevoegde gezagen om de aanpak te toetsen aan wet- en regelgeving. Ter bescherming van de kwaliteit van het oppervlaktewater in de sloot naast de afvalwaterzuivering hebben Evides, KLM en Schiphol in 2014/2015 maatregelen genomen. Momenteel vindt evaluatie van het effect daarvan plaats. De financiële impact van een eventuele afwikkeling van deze discussie kan momenteel niet betrouwbaar worden ingeschat.

Convenant Omgevingskwaliteit middellange termijn

De onder dit convenant te maken afspraken betreffen gebiedsgerichte projecten (verbetering van de omgevingskwaliteit in een bepaald gebied) en individuele maatregelen (verbetering in individuele, schrijnende gevallen van overlast). Schiphol Group heeft in 2006 voor de eerste tranche 10 miljoen euro beschikbaar gesteld. In het Aldersadvies van oktober 2013 is een tweede tranche toegezegd, waarvoor Schiphol Group opnieuw 10 miljoen euro ter beschikking stelt.

De financierende partijen provincie Noord-Holland, Ministerie van Infrastructuur en Milieu en Schiphol hebben in 2015, op grond van ervaringen uit de eerste fase, in een beleidskader met elkaar vastgesteld op welke wijze en met welke programma’s de leefbaarheid in de omgeving het meest effectief kan worden bevorderd. Dit beleidskader is afgestemd met de Omgevingsraad Schiphol en in 2016 uitgewerkt door de Stichting Leefomgeving Schiphol. Dit is een door de financiers in 2008 opgerichte onafhankelijke stichting, die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de programma’s binnen de doelstellingen van het convenant. De uitvoering van het programma voor de tweede tranche is eind 2016 gestart.

De bijdrage van Schiphol zal ook in de tweede tranche primair gericht zijn op schrijnende gevallen. Bijdragen aan de gebiedsgerichte projecten in de meest gehinderde delen van het binnengebied worden op voorhand niet uitgesloten.

Reductie grondgeluid

Aan de tafel van Alders is afgesproken een reductie van grondgeluid te realiseren van 10dB. Tot nu toe is een reductie gerealiseerd van 7dB. Schiphol heeft aangegeven op eigen grond geluidsribbels aan te leggen die tot een reductie kan leiden van nog eens 1dB. De totale gerealiseerde reductie komt daarmee op 8dB. Om de resterende 2dB te realiseren heeft Schiphol toegezegd, momenteel aan een derde partij verpachte, grond aan te kopen van de gemeente Haarlemmermeer voor 2,5 miljoen euro. De kosten voor aanleg van de geluidreducerende ribbels worden geschat op 3,8 miljoen euro. Schiphol is met de gemeente Haarlemmermeer van mening dat de additionele reductie van 2dB ook kan worden gerealiseerd met aankomende vlootvernieuwingen van luchtvaartmaatschappijen. Indien de vlootvernieuwing de nog openstaande reductie kan realiseren, is de verplichting tot aankoop van de grond en het aanleggen van de geluidribbels vooralsnog voorwaardelijk van aard.

Onderzoek ACM consultatievoorwaarden

ACM heeft in mei 2015 Beleidsregels gepubliceerd betreffende de consultatie en vaststelling van voorwaarden voor het gebruik van Schiphol. Schiphol heeft bij ACM aangegeven dat zij per 3 juni 2015, bij de invoering van Centrale security niet-Schengen, de zogenaamde ‘bus@gate procedure’ heeft geïntroduceerd voor afhandeling van inkomende vluchten uit non-EU herkomsten. Deze procedure resulteert in een noodzakelijke aanpassing van de allocatieregels voor opstelplaatsen, die door ACM zijn aangemerkt als te consulteren voorwaarden. Schiphol is van mening dat deze wijzigingen niet formeel geconsulteerd hadden moeten worden. Vanwege de inflexibiliteit van de Beleidsregels was Schiphol daarbij niet in staat deze aanpassing volgens de door ACM voorgeschreven regels te consulteren vóór de introductie per 3 juni 2015. In juni 2016 heeft ACM rapport opgemaakt tegen Schiphol wegens overtreding van de Wet luchtvaart. In oktober 2016 heeft een hoorzitting plaatsgevonden en naar verwachting zal de ACM uiterlijk eind maart 2017 uitspraak doen in deze zaak. Schiphol heeft de herziende allocatie voor opstelplaatsen in 2015 geconsulteerd, met positieve uitkomst. Hier zijn geen zienswijzen of klachten op gevolgd.

Verplichtingen uit hoofde van langlopende contracten

(in EUR 1.000)

Totaal 2016

< 1 jaar

> 1 jaar en < 5 jaar

> 5 jaar

Verplichtingen uit hoofde van:

Beveiliging, onderhoud en schoonmaak

740.306

245.335

482.016

12.955

Investeringen Lelystad Airport

51.881

35.695

6.134

10.052

Investeringen Capital Programme

18.399

17.790

609

-

Investeringen Eindhoven Airport

12.908

12.908

-

-

Electriciteit en gas

5.402

5.402

-

-

Huur- en leasecontracten (operating lease)

3.185

1.327

1.858

-

Overige investeringsprojecten

38.776

38.776

-

-

Totaal

870.857

357.233

490.617

23.007

(in EUR 1.000)

Totaal 2015

<1 jaar

> 1 jaar en < 5 jaar

> 5 jaar

Verplichtingen uit hoofde van:

Beveiliging, onderhoud en schoonmaak

906.526

246.605

647.702

12.219

Investeringen A-gebied

38.600

32.130

6.470

-

Investeringen Lelystad Airport

25.268

3.000

-

22.268

Electriciteit en gas

6.782

6.782

-

-

Huur- en leasecontracten (operating lease)

3.213

1.593

1.620

-

Overige investeringsprojecten

49.667

49.667

-

-

Totaal

1.030.056

339.777

655.792

34.487

Shared vision

De ACM is in 2013 een onderzoek gestart naar aanleiding van het 'shared vision' traject dat Schiphol met KLM en de Nederlandse overheid doorlopen heeft. Het onderzoek richt zich op de vraag of in deze relatie gedragingen hebben plaatsgevonden die een overtreding van de mededingingsregels betekenen. Het onderzoek is nog niet afgerond en de uitkomsten zijn nog onduidelijk.

Schiphol Area Development Company N.V. (SADC)

Schiphol Group participeert direct en indirect middels het samenwerkingsverband Schiphol Area Development Company N.V. (SADC), in grondposities in de omgeving van de luchthaven Schiphol. SADC heeft als doel om bedrijvenlocaties en ondersteunende infrastructurele projecten te ontwikkelen rondom de luchthaven.

Een van deze grondposities betreft het gebied A4 Zone West. Schiphol Group heeft de toekomstige verplichting commanditair kapitaal te storten van 16,7 miljoen euro, te vermeerderen met financierings- en verwervingskosten, ter financiering van de inbreng van gronden in de GEM A4 Zone West CV door de gemeente Haarlemmermeer.

Overige voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen

Aan de provincie Noord-Holland is een bankgarantie verstrekt tot een bedrag van 2,3 miljoen euro met betrekking tot betalingsverplichtingen voortvloeiend uit het besluit ‘Opslaan in ondergrondse tanks’.

Daarnaast zijn nog diverse claims tegen N.V. Luchthaven Schiphol en/of haar groepsmaatschappijen ingediend en zijn geschillen aanhangig. Alle claims worden betwist. Over de claims en geschillen is door de vennootschap waar nodig en relevant juridisch advies ingewonnen. De afloop van de onderhandelingen en/of procedures kan evenwel niet met zekerheid worden voorspeld. Dientengevolge is het op dit moment nog onvoldoende duidelijk of een en ander zal leiden tot daadwerkelijke verplichtingen voor de vennootschap en/of haar groepsmaatschappijen. Voor deze claims en geschillen is daarom per balansdatum geen voorziening opgenomen in de balans.

Voorts heeft de vennootschap claims ingediend respectievelijk geschillen aanhangig gemaakt bij derden. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk of de vennootschap wat betreft deze zaken in het gelijk zal worden gesteld. Dientengevolge zijn voornoemde vorderingen per balansdatum niet in de balans opgenomen. In 2016 zijn bovengenoemde geschillen ontstaan bij de (ver)bouw werkzaamheden van grote projecten.

29. Management van financiële risico’s en financiële instrumenten

Financiële baten en lasten

In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van de financiële baten en lasten. De geactiveerde bouwrente heeft betrekking op gemaakte rentekosten tijdens de uitvoeringsfase van grote investeringsprojecten.

(in EUR 1.000)

2016

2015

Interest- en overige financiële baten

Vorderingen op geassocieerde deelnemingen

6.092

6.146

Koersverschillen overige activa en passiva

1.290

1.816

Heffingsrente

1.038

1.193

Liquide middelen

400

278

Koersverschillen liquide middelen

29

-

Koersverschillen overige activa en passiva

-

195

Overige

82

309

8.931

9.937

Interest- en overige financiële lasten

Leningen

-76.911

-79.885

Derivaten

-11.580

-11.473

Reële waarde mutatie lening

-5.418

-6.069

Leaseverplichtingen

-3.882

-4.068

Koersverschillen vordering op geassocieerde deelnemingen

-1.979

-1.877

Geactiveerde bouwrente

407

5.668

Koersverschillen liquide middelen

-

-15

Overige financiële resultaten

-173

-772

-99.536

-98.491

Totaal financiële baten en lasten

-90.605

-88.554

De post koersverschillen vorderingen op geassocieerde deelnemingen betreft de Redeemable Preference Shares (RPS) die Schiphol Group houdt in Brisbane Airport Corporation Holdings Ltd. Deze vordering wordt, mede door de bepalingen over terugbetaling van de nominale waarde aan de aandeelhouders binnen een termijn van tien jaar, niet gezien als een onderdeel van de netto-investering in de deelneming. Als gevolg hiervan zouden de omrekenings­verschillen verantwoord moeten worden in de winst- en verliesrekening in plaats van in de reserve omrekeningsverschillen. Het op deze langlopende vordering aanwezige vreemdevalutarisico wordt echter voor een belangrijk deel afgedekt door middel van jaarlijkse termijntransacties waarmee de positie in Australische dollars wordt gehedged naar de euro. Deze afdekkingstransacties worden verantwoord als zijnde een kasstroomafdekking en de hieraan gerelateerde koersverschillen worden verantwoord in de reserve afdekkingstransacties. De overige koersverschillen worden verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Financiële risicofactoren

Door de aard van de activiteiten heeft Schiphol Group te maken met een verscheidenheid aan risico’s waaronder marktrisico, tegenpartijrisico en liquiditeitsrisico. In het beheersingsprogramma voor financiële risico’s (dat deel uitmaakt van het totale risicobeheersingsprogramma van Schiphol Group) ligt de nadruk op de onvoorspelbaarheid van de financiële markten en op het minimaliseren van de eventuele nadelige effecten daarvan op de financiële resultaten van Schiphol Group.

Schiphol Group maakt gebruik van derivaten voor de afdekking van bepaalde risico’s. Het financiële risicobeheer wordt verzorgd door de centrale treasury-afdeling (Corporate Treasury) en valt onder beleid dat de directie heeft goedgekeurd. De directie stelt schriftelijke richtlijnen op voor het financiële risicobeheer, en stelt daarnaast ook het beleid vast voor specifieke aandachtsgebieden als valutarisico, renterisico, kredietrisico, gebruik van afgeleide (derivaten) en niet-afgeleide financiële instrumenten en het uitzetten van een tijdelijk surplus aan liquiditeiten. De derivaatcontracten zijn opgenomen in de tabel op deze pagina.

Nominaal

Reële waarde in EUR 1.000 per

Type

Wederpartij

Rente

Valuta

(in 1.000)

Looptijd

31 december 2016

31 December 2015

Valuta-renteswap

JPMorgan

3,16%

JPY

20.000.000

2038

38.706

13.895

Valuta termijn-transactie

JPMorgan

n.v.t.

AUD

99.000

2017

- 3.798

- 654

34.908

13.241

Verantwoord in de balans onder:

Vaste activa

38.706

13.895

Kortlopende verplichtingen

-3.798

-654

34.908

13.241

Marktrisico

Marktrisico omvat drie soorten risico’s: valutarisico, prijsrisico en renterisico. 

(a) Valutarisico

Valutarisico treedt op als toekomstige zakelijke transacties, in de balans opgenomen activa en verplichtingen en netto-investeringen in activiteiten buiten de eurozone worden uitgedrukt in een valuta die niet de functionele valuta van Schiphol Group is. De functionele valuta van Schiphol Group is de euro. Schiphol Group is internationaal actief en heeft te maken met valutarisico’s via enkele valutaposities. Het betreft dan vooral de Japanse yen (leningen), de Amerikaanse dollar (netto-investeringen in activiteiten buiten de eurozone) en de Australische dollar (netto-investeringen in activiteiten buiten de eurozone).

Bij de beheersing van het valutarisico met betrekking tot leningen maakt Schiphol Group gebruik van termijn- en swapcontracten. Het beleid voor de beheersing van het financiële risico is dat vrijwel 100% van de verwachte kasstromen wordt afgedekt. Per 31 december 2016 was van de groepsfinanciering 8,1% in vreemde valuta opgenomen (één lening met een boekwaarde van 162,4 miljoen euro overeenkomend met Japanse yen 20 miljard nominaal). Een jaar eerder betrof dit 7,2% van de groepsfinanciering (één lening met een boekwaarde van 152,9 miljoen euro overeenkomend met Japanse yen 20 miljard nominaal). Deze positie is in overeenstemming met voornoemd beleid volledig afgedekt met behulp van een valutaswap. Een wijziging in de koers van de betreffende vreemde valuta heeft derhalve geen effect op de resultaten uit hoofde van deze groepsfinanciering. Het effect op het eigen vermogen is tijdelijk (immers slechts voor de duur van de afdekkingstransactie) en bedraagt in 2016 7,1 miljoen euro negatief (na aftrek van latente belastingen).

Schiphol Group heeft een aantal strategische investeringen in activiteiten buiten de eurozone, waarvan de netto-investeringen, verantwoord in de balans onder de regels geassocieerde deelnemingen, vorderingen op geassocieerde deelnemingen en contract gerelateerde activa, te maken hebben met een omrekeningsrisico. De valutapositie die samenhangt met de netto-investeringen van de activiteiten buiten de eurozone van in totaal 231 miljoen euro per 31 december 2016 (204 miljoen euro per 31 december 2015) wordt in overeenstemming met het beleid niet afgedekt, met uitzondering van de hierin begrepen Redeemable Preference Shares die Schiphol Group houdt in Brisbane Airport Corporation Holdings Ltd. Het valutarisico op deze vordering inclusief te vorderen dividend, met een boekwaarde per 31 december 2016 van 74,2 miljoen euro (66,6 miljoen euro per 31 december 2015), wordt voor een belangrijk deel afgedekt met valutatermijntransacties. Een wijziging in de koers van de afgedekte vreemde valuta heeft derhalve een gering effect op de resultaten uit hoofde van deze vordering. Omrekeningsverschillen op de niet afgedekte positie in relatie tot de post geassocieerde deelnemingen worden verantwoord in de reserve omrekeningsverschillen en hebben ook geen directe invloed op het resultaat. Het effect op het eigen vermogen in 2016 bedraagt 4,3 miljoen euro en daardoor neemt voornoemde reserve toe van 13,9 miljoen euro per 31 december 2015 naar 18,3 miljoen euro per 31 december 2016.

Het risico dat Schiphol Group loopt op de cross-currency swap wordt gemitigeerd middels een 'cash collateral' overeenkomst met JPMorgan, die voor beide partijen resulteert in een maximale nettopositie, die afhankelijk is van de credit rating van beide partijen. Indien de credit rating van beide partijen verlaagd wordt, daalt tevens de maximale nettopositie op die partij. Volgens de 'cash collateral' overeenkomst wordt het verschil tussen de marktwaarde van de swap en de van toepassing zijnde maximale nettopositie wekelijks per bank betaald.

Per 31 december 2016 bedroeg de maximale nettopositie van beide partijen 10 miljoen euro (per 31 december 2015 10 miljoen euro) en bedroeg de marktwaarde van de swap circa 38,7 miljoen euro positief (per 31 december 2015 13,9 miljoen euro positief) in het voordeel van Schiphol Group. Per 31 december 2016 is er een openstaande verplichting voor Schiphol Group aan JPMorgan voor een bedrag van 29,5 miljoen euro (per 31 december 2015 was er geen verplichting) uit hoofde van de gestorte collateral. Als de koers van de EUR/JPY met 10% daalt, ontvangen wij 31 miljoen euro van JPMorgan. Als de koers stijgt met 10% moet Schiphol Group 25 miljoen euro aan collateral terug storten.

De rentepercentages vermeld bij de valutaswaps, renteswaps en de cross-currency swap betreffen de vaste rente die op de betreffende swaps aan de wederpartij dient te worden betaald, tegen ontvangst van de wederpartij van de variabele (of vaste) rente die Schiphol Group op haar beurt dient te betalen op de betreffende leningen.

(b) Prijsrisico

Prijsrisico betreft het risico dat de waarde van activa en verplichtingen zal schommelen als gevolg van veranderingen in marktprijzen. Schiphol Group heeft vooral te maken met het prijsrisico van vastgoedbeleggingen die door Schiphol Group tegen reële waarde worden verantwoord. Deze reële waarde wordt beïnvloed door ontwikkelingen in vraag en aanbod en veranderingen in de rentestand en inflatie. Een stijging van het door vastgoedbeleggers geëiste netto-aanvangsrendement (NAR) op kantoren en bedrijfsruimten met gemiddeld 10 procent zal leiden tot een daling van de waarde van onze kantoren en bedrijfsruimten van in totaal circa 101 miljoen euro. Een daling van de NAR van 10% zal leiden tot een stijging van in totaal circa 123 miljoen euro. Gezien voornoemde grondslag van waardering en resultaatbepaling is onze winstgevendheid voor belasting in die situatie tot eenzelfde bedrag lager.

Schiphol Group koopt elektriciteit en gas in en sluit daartoe voor wat betreft het eigen gebruik voor Aviation termijncontracten af.

(c) Renterisico

Het renterisico is onderverdeeld in een reële waarde-renterisico en een kasstroom-renterisico.

Reële waarde-renterisico

Het reële waarde-renterisico betreft het risico dat de waarde van een financieel instrument zal schommelen als gevolg van schommelingen in de marktrente. Schiphol Group heeft geen omvangrijke financiële activa die reële waarde-renterisico lopen. Schiphol Group heeft via leningen tegen een vaste rente te maken met het reële waarde-renterisico. Als de marktrente met gemiddelde 0,5% daalt heeft dit tot gevolg dat de reële waarde van de leningen met 57 miljoen euro (2,4%) stijgt. Een stijging van de gemiddelde marktrente met 0,5% leidt tot een daling van de reële waarde van de leningen met 53 miljoen euro (2,3%). Het beleid van Schiphol Group is om ten minste 50% van de geleende gelden op te nemen tegen een vaste rente, zo nodig met gebruikmaking van derivaten. Per 31 december 2016 bedroeg het percentage leningen met een vaste rente 100%, exclusief dochters en geassocieerde deelnemingen (per 31 december 2015: 96%).

Kasstroom-renterisico

Het kasstroom-renterisico betreft het risico dat de toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen schommelen als gevolg van veranderingen in de marktrente. Schiphol Group heeft behalve liquide middelen geen omvangrijke financiële activa die een kasstroom-renterisico lopen. Indien de rente die wordt vergoed op deposito’s gedurende het jaar 2016 gemiddeld 0,5% lager zou zijn geweest (en derhalve -0,5% zou zijn geweest) was de rentebate (last) uit hoofde van deposito’s 0,7 miljoen euro lager uitgevallen (2015: 0,1 miljoen euro).

Daarnaast bestaat bij de groepsfinanciering een kasstroom-renterisico op langlopende leningen tegen een variabele rente. Deze positie wordt beperkt door het beleid van Schiphol Group om, zo nodig met gebruikmaking van derivaten, maximaal 50% van de geleende gelden tegen een variabele rente op te nemen (minimaal 50% vaste rente). Per 31 december 2016 bedroeg het percentage leningen met een variabele rente met betrekking tot de groepsfinanciering 0% (per 31 december 2015: 4%).

Het kasstroom-renterisico wordt beheerst door het gebruik van renteswaps, waarmee van een variabele rente kan worden overgestapt op een vaste rente, en eventueel rentecaps waarmee een eventuele stijging van de rente wordt gemaximeerd. Als onderdeel van een renteswap komt Schiphol Group met een tegenpartij overeen om op vooraf vastgestelde momenten een ruil aan te gaan van het verschil tussen een vast contracttarief en een variabele rente. Dit verschil wordt berekend op basis van de overeengekomen onderliggende hoofdsom. Indien de variabele rente gedurende het jaar 2016 gemiddeld 1% hoger zou hebben gelegen, zou dit een een negatief effect van 0,6 miljoen euro hebben gehad op de rentelast uit hoofde van leningen voor de groepsfinanciering (0,8 miljoen euro in 2015).

Tegenpartijrisico

Tegenpartijrisico betreft het risico dat de ene partij bij een financieel instrument haar verplichting niet zal nakomen, waardoor de andere partij een financieel verlies krijgt te verwerken. Tegenpartijen van Schiphol Group bij derivaten- en liquiditeitentransacties zijn beperkt tot financiële instellingen met een hoge kredietwaardigheid (minimaal een S&P credit rating in de A-categorie) waarbij de nettopositie per tegenpartij niet groter mag zijn dan 150,0 miljoen euro. De nettopositie per 31 december 2016 was maximaal 150 miljoen euro (per 31 december 2015: maximaal 150 miljoen euro).

Per 31 december 2016 bedraagt de post debiteuren 87,2 miljoen euro (per 31 december 2015: 92,2 miljoen euro). Dit bedrag is inclusief een voorziening voor oninbaarheid van 3,4 miljoen euro (per 31 december 2015: 2,8 miljoen euro) en ontvangen waarborgsommen van 3,1 miljoen euro (per 31 december 2015: 2,8 miljoen euro). Vorderingen op debiteuren die failliet zijn of surséance van betaling hebben aangevraagd worden voor 100% voorzien. Dit geldt eveneens voor vorderingen ouder dan één jaar en grotere vorderingen jonger dan één jaar waarvan wordt verwacht dat deze oninbaar zijn.

Van de post debiteuren van 87,2 miljoen euro (vóór aftrek van voorziening oninbaarheid van 3,4 miljoen euro en ontvangen waarborgsommen van 3,1 miljoen euro) is een bedrag van 6,7 miljoen euro vervallen, maar niet voorzien. Deze debiteuren hebben geen historie van wanbetaling, in januari 2017 hebben deze debiteuren betaald.

Partijen die diensten afnemen van Schiphol Group worden vooraf beoordeeld op kredietwaardigheid. Afhankelijk van de uitkomsten daarvan kunnen van de afnemer bepaalde zekerheden worden verlangd (in de vorm van bankgarantie of waarborgsom) ter beperking van het risico van oninbaarheid. Schiphol Group beschikt per 31 december 2016 over een bedrag van 50,7 miljoen euro aan bankgaranties en waarborgsommen (per 31 december 2015: 41,7 miljoen euro). Eén onderneming, Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V. (KLM) heeft een individueel debiteurensaldo groter dan 10 miljoen euro.

Het verloop van de voorziening voor oninbaarheid en ouderdomsanalyse is als volgt:

(in EUR 1 mln)

2016

2015

Boekwaarde 1 januari

2,8

3,3

Afboeking

- 0,3

- 0,6

Toevoeging

0,9

0,1

Boekwaarde 31 december

3,4

2,8

Ouderdomsanalyse

Jonger dan 60 dagen

88,3

92,6

Ouder dan 60 dagen

2,8

2,8

Ouder dan 360 dagen

1,2

1,2

Faillissementen

1,4

1,2

93,7

97,8

Voorziening oninbaarheid

- 3,4

- 2,8

Ontvangen waarborgsommen

- 3,1

- 2,8

Totaal debiteuren

87,2

92,2

Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico betreft het risico dat Schiphol Group problemen zal hebben om de financiële middelen bijeen te brengen die nodig zijn om te voldoen aan haar kortetermijn verplichtingen. Zorgvuldig beheer van het liquiditeitsrisico brengt met zich mee dat Schiphol Group voldoende liquide middelen aanhoudt en dat voldoende financieringsruimte voorhanden is, in de vorm van toegezegde (bij voorkeur gecommitteerde) kredietfaciliteiten en het EMTN-programma. In ons financieringsbeleid streven wij voorts naar het reduceren van het herfinancieringsrisico. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 23. Leningen waarin vorenstaande ruimte en faciliteiten nader worden toegelicht. In het kader van het liquiditeitsrisico beheert Corporate Treasury de cashpool waarbij verschillende banksaldi beheerd en gesaldeerd worden van de dochters teneinde een optimaal saldobeheer te creëren.

Alle posten in onderstaande overzichten zijn opgenomen tegen de bedragen waartegen zij ook in de balans worden verantwoord en met een resterende looptijd gebaseerd op het jaartal van aflossing of afwikkeling zoals per post is overeengekomen met de wederpartij. Het beleid van Schiphol Group is dat maximaal 25% van de leningen een looptijd korter dan één jaar mag hebben. Per 31 december 2016 bedroeg dit percentage 0% (per 31 december 2015: 13,3%).

De resterende looptijd van de verplichtingen uit hoofde van financiële instrumenten en de samenstelling van de verwachte kasstromen is als volgt:

(in EUR 1.000)

Totaal 2016

Contractuele kasstromen

<= 1 jaar

> 1 jaar

> 1 jaar en
<= 5 jaar

> 5 jaar

Leningen

2.015.700

1.992.470

9.000

1.983.470

762.970

1.220.500

Schulden aan leveranciers

111.252

111.252

111.252

-

-

-

Financiële leaseverplichtingen

51.237

51.237

2.014

49.223

11.536

37.687

Te betalen interest

31.816

31.816

31.816

-

-

-

Derivaten verplichtingen

3.798

3.798

3.798

-

-

-

Totaal

2.213.803

2.190.573

157.880

2.032.693

774.506

1.258.187

(in EUR 1.000)

Totaal 2015

Contractuele kasstromen

<= 1 jaar

> 1 jaar

> 1 jaar en
<= 5 jaar

> 5 jaar

Leningen

2.131.429

2.115.936

283.909

1.847.520

264.553

1.582.967

Schulden aan leveranciers

107.911

107.911

107.911

-

-

-

Financiële leaseverplichtingen

53.694

53.694

2.336

51.358

11.687

39.671

Te betalen interest

37.825

37.825

37.825

-

-

-

Derivaten verplichtingen

654

654

654

-

-

-

Totaal

2.331.513

2.316.019

432.635

1.898.878

276.240

1.622.638

De financiële instrumenten zijn op basis van hun grondslagen van waardering en resultaatbepaling als volgt ingedeeld:

(in EUR 1.000)

Level1

Totaal 2016

Geamortiseerde kostprijs

Reële waarde, waardemutaties in het totaalresultaat

Reële waarde, waardemutaties in de winst- en verliesrekening

Reële waarde toelichting

Leningen

2

1.975.677

1.975.677

-

-

2.287.823

Leningen

3

40.023

-

-

40.023

-

Financiële leaseverplichtingen

2

51.237

51.237

-

-

51.237

Derivaten verplichtingen

2

3.798

-

3.798

-

-

Schulden aan leveranciers

nvt

111.252

-

-

111.252

111.252

Te betalen interest

nvt

31.816

-

-

31.816

31.816

Passiva

2.213.803

2.026.914

3.798

183.091

2.482.128

Vorderingen op deelnemingen

2

- 74.200

- 74.200

-

-

-77.000

Leningen

2

- 746

- 746

-

-

-746

Derivaten vorderingen

2

- 38.706

-

- 38.706

-

Leningen deelnemingen

2

- 7.880

- 7.880

-

-

-7.880

Debiteuren

nvt

- 87.246

-

-

- 87.246

-87.246

Liquide middelen

nvt

- 238.691

-

-

- 238.691

-238.691

Activa

- 447.469

- 82.826

- 38.706

- 325.937

- 411.563

Totaal

1.766.334

1.944.088

- 34.908

- 142.846

2.070.565

  • Indien een instrument niet is gewaardeerd tegen rëele waarde is de waarderingsmethode opgenomen die is gehanteerd voor de rëele waarde toelichting.

(in EUR 1.000)

Level1

Totaal 2015

Geamortiseerde kostprijs

Reële waarde, waardemutaties in het totaalresultaat

Reële waarde, waardemutaties in de winst- en verliesrekening

Reële waarde toelichting

Leningen

2

2.096.824

2.096.824

-

-

2.355.537

Leningen

3

34.604

-

-

34.604

-

Financiële leaseverplichtingen

2

53.694

53.694

-

-

53.694

Derivaten verplichtingen

2

654

-

654

-

-

Schulden aan leveranciers

nvt

107.911

-

-

107.911

107.911

Te betalen interest

nvt

37.825

-

-

37.825

37.825

Passiva

2.331.512

2.150.518

654

180.340

2.554.966

Vorderingen op deelnemingen

2

- 66.596

- 66.596

-

-

-70.000

Leningen

2

- 883

- 883

-

-

-883

Derivaten vorderingen

2

- 13.895

-

- 13.895

-

Leningen deelnemingen

2

- 8.782

- 8.782

-

-

-8.782

Debiteuren

nvt

- 92.247

-

-

- 92.247

-92.247

Liquide middelen

nvt

- 394.045

-

-

- 394.045

-394.045

Activa

- 576.448

- 76.261

- 13.895

- 486.293

- 565.957

Totaal

1.755.064

2.074.257

- 13.241

- 305.952

1.989.009

  • Indien een instrument niet is gewaardeerd tegen rëele waarde is de waarderingsmethode opgenomen die is gehanteerd voor de rëele waarde toelichting.

In bovenstaande overzichten zijn de financiële instrumenten opgenomen die tegen reële waarde gewaardeerd
worden, onderverdeeld naar waarderingsmethode (level) en grondslag. Hierbij is er sprake van waarderingen die iedere rapporteringsperiode plaatsvinden.

  • Level 1: Onaangepaste genoteerde prijzen in actieve markten voor identieke activa en verplichtingen;
  • Level 2: Genoteerde prijzen voor soortgelijke activa en verplichtingen in actieve markten of gegevens die gebaseerd zijn op of ondersteund worden door waarneembare marktgegevens;
  • Level 3: Niet waarneembare gegevens voor het bepalen van de reële waarde van een actief of verplichting.

Er hebben zich geen verschuivingen voorgedaan tussen Level 1- en Level 2-waarderingen. Level 2-waarderingen worden bepaald door verschillende methodes en veronderstellingen gebaseerd op de marktomstandigheden per balansdatum. De reële waarde van deze financiële instrumenten wordt bepaald op basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen omgerekend naar euro, op basis van de relevante koersen en de op dat moment door Schiphol Group gehanteerde marktrente per balansdatum.

De Level 3-waardering ziet op één winstdelende lening gekoppeld aan de periodiek en het eindrendement van een specifieke vastgoedportefeuille. De kasstromen zijn hierbij ingeschat op basis van de verwachte eindwaarde van de portefeuille op aflossingsdatum. Deze waarde is gebaseerd op taxatierapporten van onafhankelijke taxateurs. Voor deze veronderstellingen verwijzen wij naar de paragraaf Vastgoedbeleggingen. Als gevolg van de positieve reële waarde ontwikkelingen op de vastgoedportefeuille vertoont de reële waarde van de lening een soortgelijk (tegenovergesteld) effect.

Met betrekking tot de vordering op deelnemingen, debiteuren, liquide middelen en schulden aan leveranciers wordt verondersteld dat de nominale waarde de reële waarde benadert.

Voor de informatieverschaffing wordt de reële waarde van de financiële activa en passiva geschat door de toekomstige contractuele kasstromen te disconteren tegen de op dat moment gangbare marktrente die voor Schiphol Group voor vergelijkbare financiële instrumenten geldt.

Kapitaalbeheer

De kapitaalstrategie en het dividendbeleid van Schiphol Group voor de lange termijn zijn gericht op verbetering van de aandeelhouderswaarde, bevordering van duurzame groei en behoud van een passende financiële structuur en gedegen kredietwaardigheid. Gegeven de aandeelhoudersstructuur heeft Schiphol Group in de kapitaalmarkt uitsluitend toegang tot schuldpapier.

Schiphol Group hanteert enkele financieringsratio’s, waaronder kasstroomcijfers, om inzicht te houden in de dynamiek van kapitaalstructuur, dividendbeleid en kasstroomgeneratie en om in het toezicht op de kapitaalstructuur aan te sluiten bij ratinginstituten en vergelijkbare best practices. De belangrijke financieringsratio’s zijn in dit verband onder meer:

  • Funds From Operations (FFO)/totale schuld;
  • Leverage, dit betreft rentedragend vreemd vermogen gedeeld door het eigen vermogen plus het rentedragend vreemd vermogen;
  • Funds From Operations (FFO) interest dekkingsratio, dit betreft de FFO plus rentelasten gedeeld door de rentelasten.
Funds From Operations

(in EUR 1.000)

2016

2015

Exploitatieresultaat

420.317

504.946

Afschrijvingen

236.520

222.796

Bijzondere waardeveranderingen

1.595

7.510

Resultaat uit verkoop materiële vaste activa

-207

-181

Resultaat uit verkoop joint ventures

-

-49.847

Overige resultaten uit vastgoed

-71.390

-66.687

Niet kasmutaties langlopende vorderingen en verplichtingen

-391

-4.504

Mutatie overige voorzieningen en personeelsbeloningen

1.489

-1.276

Betaalde winstbelasting

-64.966

-79.270

Betaalde interest

-82.435

-78.800

Ontvangen interest

1.580

1.438

Ontvangen dividend

28.472

25.646

Funds From Operations

470.584

481.771

Bovenstaande Funds From Operations wordt berekend specifiek ten behoeve van de financieringsratio’s en wijkt af van de kasstroom uit operationele activiteiten zoals berekend, in overeenstemming met onze grondslagen voor verslaggeving, in het Geconsolideerd kasstroomoverzicht 2016. Funds From Operations (FFO) is de operationele kasstroom gecorrigeerd voor het werkkapitaal. De FFO is in 2016 gedaald van 482 miljoen euro naar 471 miljoen euro.

(in EUR 1.000)

2016

2015

Leningen

2.010.773

1.847.520

Leaseverplichtingen

49.223

51.358

Langlopende verplichtingen

2.059.996

1.898.878

Leningen

4.927

283.909

Leaseverplichtingen

2.014

2.336

Kortlopende verplichtingen

6.941

286.245

Totale schuld

2.066.937

2.185.123

Vreemd vermogen bestaat, in het kader van kapitaalbeheer, uit de langlopende en kortlopende verplichtingen zoals opgenomen in de totale schuld. Eigen vermogen is, in het kader van kapitaalbeheer, gelijk aan het eigen vermogen in de geconsolideerde balans. Per 31 december 2016 bedroeg het eigen vermogen 3.860 miljoen euro (3.716 miljoen euro per 31 december 2015).

De FFO/totale schuld en leverage ratio's bedroegen per 31 december:

2016

2015

FFO/totale schuld

22,8%

22,0%

Leverage

34,9%

37,0%

FFO interest dekkingsratio

6.8x

6.7x

De FFO interest dekkingsratio wordt berekend door de FFO vermeerderd met de rentelasten uit hoofde van leningen en leaseverplichtingen van 80,8 miljoen euro in 2016 (83,9 miljoen euro in 2015) te delen door de rentelasten. Zodoende bedroeg de FFO interest dekkingsratio over 2016 6.8x (over 2015 6,7x). De ratio’s per 31 december 2016 passen in het beleid van Schiphol Group om minimaal een single A- credit rating (S&P’s) te handhaven.

Gerelateerde partijen

Gerelateerde verbonden partijen

Verbonden partijen

Aard van de relatie en relevante transacties

Relevante toelichting

Directieleden

Bestuurdersbeloningen

Bezoldiging bestuurders

Raad van Commissarissen

Commissarisbeloningen

Bezoldiging Raad van Commissarissen

Schiphol Airport Retail B.V.

Concessievergoeding

Geassocieerde deelnemingen en joint ventures

ABP

Pensioenpremies

Personeelsbeloningen

Groupe ADP

Geassocieerde deelneming/dividenden

Geassocieerde deelnemingen en joint ventures

Brisbane Airport Corporation Holdings

Geassocieerde deelneming/dividenden en opbrengsten uit hoofde van vordering

Geassocieerde deelnemingen en joint ventures en Vorderingen op geassocieerde deelnemingen

Ministerie van Financiën

Aandeelhouder/dividenden

Ingehouden winst

Schiphol Group heeft belangen in diverse deelnemingen en joint ventures, waarin ze ofwel invloed van betekenis heeft, maar geen beslissende zeggenschap, ofwel gezamenlijke zeggenschap uitoefent in bedrijfsvoering en financieel beleid. Op grond hiervan worden deze deelnemingen en joint ventures aangemerkt als verbonden partijen.

In bovenstaande tabel is een overzicht opgenomen van de belangrijkste relaties met verbonden partijen.

Exploitatie van de luchthaven

De overheid (Staat der Nederlanden) is als wetgever verantwoordelijk voor de wetgeving met betrekking tot de exploitatie van de luchthaven Schiphol. Deze exploitatie is voor onbepaalde tijd geregeld bij wet in onder meer Hoofdstuk 8 titel 4 van de Wet luchtvaart.

De Wet luchtvaart beschrijft in de artikelen 8.7 en 8.17 de randvoorwaarden voor de inrichting en het gebruik van de luchthaven Schiphol. In het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) zijn regels voor het gebruik en grenswaarden voor de geluidsbelasting, de luchtverontreiniging en de externe risico’s vastgelegd. Het Luchthavenindelingbesluit (LIB) beschrijft het luchthavengebied en beperkingen voor het gebruik van de omgeving van de luchthaven. De Regeling Toezicht Luchtvaart beschrijft de regels met betrekking tot de veiligheid van het luchtvaartterrein.

Op de exploitatie van de luchthaven Schiphol wordt langs twee lijnen toezicht gehouden:

Het toezicht langs de ene lijn houdt verband met het voorkomen van misbruik van economische machtspositie door de exploitant. Met dit toezicht is de ACM belast. Het toezicht langs deze lijn heeft betrekking op de tarieven en voorwaarden die de exploitant op grond van artikel 8.25d van de Wet luchtvaart vaststelt voor het eerst komende boekjaar en in rekening brengt aan de gebruikers.

Het toezicht langs de andere lijn wordt uitgevoerd door de minister van Infrastructuur en Milieu en heeft betrekking op de exploitatie van de luchthaven Schiphol waarvoor op grond van artikel 8.25 van de Wet luchtvaart een vergunning is verleend. De exploitant brengt ten minste eens per drie jaar verslag uit aan de minister over de exploitatie van de luchthaven, in het bijzonder met betrekking tot investeringen die van belang zijn voor de ontwikkeling van de luchthaven. De behartiging van het mainportbelang, voor zover de exploitant daarop invloed heeft, is met name afhankelijk van de ontwikkeling van de infrastructuur op de luchthaven op de middellange en lange termijn.

Bezoldiging Raad van Commissarissen

(x EUR 1)

Remuneratie

Commissies

Totaal 2016

Audit

Remuneratie

Selectie en benoeming

Public Affairs en CR

prof. dr. L.J. Gunning-Schepers

37.399

-

-

5.123

5.123

47.645

H.J. Hazewinkel RA

24.591

3.066

5.123

5.123

-

37.903

E. Arkwright1

-

-

-

-

-

-

C. Clarke

24.591

-

-

5.123

-

29.714

P. Jeantet2

-

-

-

-

-

-

R.J. van de Kraats RA

24.591

6.148

-

-

-

30.739

A.B.M. Olsson

24.591

-

5.123

-

5.123

34.837

drs. M.A. Scheltema

24.591

3.082

5.123

-

5.123

37.919

mr. drs. J.G. Wijn

24.591

6.148

-

5.123

-

35.862

Totaal

184.945

18.444

15.369

20.492

15.369

254.619

  • vanaf 25 augustus 2016
  • tot 1 juni 2016

(x EUR 1)

Remuneratie

Commissies

Totaal 2015

Audit

Remuneratie

Selectie en benoeming

Public Affairs en CR

prof. dr. L.J. Gunning-Schepers

26.582

-

-

5.000

5.000

36.582

H.J. Hazewinkel RA

30.519

6.000

5.000

3.640

-

45.159

C. Clarke

17.473

3.640

-

21.113

L. Galzy

-

-

-

-

-

-

R.J. van de Kraats RA

18.000

4.500

-

-

-

22.500

A.B.M. Olsson1

17.473

-

3.640

-

3.640

24.753

drs. M.A. Scheltema

24.000

-

5.000

-

5.000

34.000

mr. drs. J.G. Wijn

24.000

4.368

-

5.000

1.360

34.728

-

Afgetreden per 8 april 2015

-

mr. A. Ruys

9.927

-

-

1.360

-

11.287

dr. F.J.G.M. Cremers

6.527

1.632

-

1.360

-

9.519

drs. J.G.B. Brouwer

6.527

1.632

1.360

-

-

9.519

Totaal

181.028

18.132

15.000

20.000

15.000

249.160

  • vanaf 8 april 2015

Alle leden van de Raad van Commissarissen ontvangen tevens een onkostenvergoeding van 1.639 euro per jaar, die niet is begrepen in bovenstaande bezoldiging van commissarissen. De heren Jeantet, Arkwright en Galzy hebben aangegeven geen beloning en onkostenvergoeding te willen ontvangen terzake van het lidmaatschap van de Raad van Commissarissen en haar commissies. Er zijn en worden geen aandelen, opties, leningen, voorschotten of garanties verstrekt aan leden van de Raad van Commissarissen.

Bezoldiging bestuurders

(x EUR 1)

Periodiek betaalde beloningen

Variabele beloning (korte termijn)

Variabele beloning (lange termijn)

Pensioenkosten (reguliere premies)

Pensioenkosten (aanvullende stortingen)

Overige vergoedingen

Totaal 2016

J.A. Nijhuis RA

397.120

51.626

263.657

27.686

110.940

11.597

862.626

drs. A. van den Berg1

263.225

34.219

-

15.800

29.840

8.698

351.782

drs. M.M. de Groof2

77.551

27.143

58.126

6.116

22.860

2.899

194.695

drs. E.A. de Groot

350.967

45.626

-

20.662

36.245

11.597

465.097

drs. B.I. Otto

350.967

45.626

-

20.715

38.565

11.597

467.470

Totaal

1.439.830

204.240

321.783

90.979

238.450

46.388

2.341.670

  • vanaf 1 april 2016
  • tot 1 april 2016

(x EUR 1)

Periodiek betaalde beloningen

Variabele beloning (korte termijn)

Variabele beloning (lange termijn)

Pensioenkosten (reguliere premies)

Pensioenkosten (aanvullende stortingen)

Overige vergoedingen

Totaal 2015

J.A. Nijhuis RA

395.461

59.319

203.732

29.707

107.253

13.153

808.625

drs. M.M. de Groof

308.909

101.940

158.141

26.994

88.983

337.7251

1.022.692

drs. E.A. de Groot

349.500

52.425

-

22.593

34.399

13.153

472.070

drs. B.I. Otto

349.500

38.445

-

22.593

36.622

13.153

460.313

Totaal

1.403.370

252.129

361.873

101.887

267.257

377.184

2.763.700

  • Onderdeel van de overige vergoeding is een contractuele beëindigingsvergoeding die is uitbetaald bij het einde van het dienstverband per april 2016.

De bezoldigingen van bestuurders wordt conform art 2:383c BW toegelicht. De periodiek betaalde beloningen betreft het totaal van het bruto salaris en vakantiegeld.

Op basis van de uitkomsten van de beoordeling door de Raad van Commissarissen van de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd is wat betreft de variabele beloning (korte termijn) over 2016 de bovenstaande beloning ten laste van het resultaat over 2016 gebracht. Mevrouw De Groot, mevrouw Otto en de heer Van den Berg vallen onder het nieuwe beloningsbeleid. De variabele beloning is vastgesteld op 13% van het vaste inkomen voor mevrouw De Groot, mevrouw Otto en de heer Van den Berg. De variabele beloning (korte termijn) voor de heer Nijhuis is eveneens vastgesteld op 13% van het vaste inkomen. De heer Nijhuis heeft, evenals in 2015, vrijwillig afgezien van het verschil in (korte termijn) variabele beloning tussen het oude- en nieuwe beloningsbeleid. Hierdoor is de variabele beloning van De heer Nijhuis in lijn met de overige directieleden.

Voor de heer Nijhuis geldt, tot en met 2016, ook een variabele beloningsregeling die ziet op de bedrijfsresultaten gemeten over een langere termijn (Long Term Incentive, hierna: 'LTI') zoals opgenomen in het oude beloningsbeleid. De LTI wordt gemeten over een referentieperiode van drie jaar en kent een ‘on target’ uitkeringsniveau van 35% van het vaste inkomen.

Op basis van de beoordeling door de Raad van Commissarissen van de ontwikkeling in de Economic Profit, worden de tot en met 2016 opgebouwde LTI rechten uitgekeerd in 2017 :

  • de LTI 2014 (referentieperiode 2014-2016) met een swing factor van 1,5;
  • tweederde van de LTI 2015 (referentieperiode 2015-2017) met een swing factor van 1,5;
  • eenderde van de LTI 2016 (referentieperiode 2016-2018) met een swing factor van 1,25.

Bovenstaande afrekening zorgt voor een eenmalige verhoging van de LTI in 2016. Vanaf 2017 valt de heer Nijhuis onder het in 2014 vastgestelde beloningsbeleid. Naast het vervallen van de LTI-regeling betekent dit dat ook zijn pensioenbijdrage in lijn gebracht wordt met dit beleid.

Bovenstaande verschuldigde LTI rechten zijn onder de kortlopende verplichtingen opgenomen.

De overige vergoedingen betreffen representatiekosten en het werkgeversdeel van de sociale lasten. Onderdeel van de overige vergoedingen in 2015 bij de heer De Groof is de beëindigingsvergoeding van 324.452 euro.

Voor meer informatie wordt verwezen naar de paragraaf Beloning van de directie over 2016 in het jaarverslag.

Dochterondernemingen

Plaats van vestiging

Direct / indirect
belang in %

Schiphol Nederland B.V.1

Schiphol

100,00

Schiphol Australia Pty Ltd

Schiphol

100,00

Schiphol North America Holding Inc.

Delaware

100,00

Eindhoven Airport N.V.

Eindhoven

51,00

N.V. Luchthaven Lelystad1

Lelystad

100,00

Luchthaven Lelystad Vastgoed B.V.1

Lelystad

100,00

Schiphol USA Inc.

New York

100,00

Rotterdam Airport B.V.1

Rotterdam

100,00

Rotterdam Airport Holding B.V.1

Rotterdam

100,00

Rotterdam Airport Vastgoed B.V.1

Rotterdam

100,00

Schiphol International B.V.

Schiphol

100,00

Schiphol Real Estate B.V.1

Schiphol

100,00

Airport Real Estate Management B.V.1

Schiphol

100,00

Avioport Srl

Lonate Pozzolo

100,00

Schiphol Telematics B.V.1

Schiphol

100,00

  • Toegepast is artikel 2:403 BW

De hiervoor vermelde belangrijkste dochterondernemingen worden integraal geconsolideerd. De volledige lijst is gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam.

Onderstaand is een verkorte balans en winst- en verliesrekening weergegeven voor het minderheidsbelang in Eindhoven Airport N.V.

(in EUR 1.000)

2016

2015

Activa

Vaste activa

45.463

38.973

Vlottende activa

5.781

6.046

51.244

45.019

Passiva

Eigen vermogen

36.340

31.584

Langlopende verplichtingen

11.231

9.397

Kortlopende verplichtingen

3.673

4.038

51.244

45.019


Verkorte winst-en-verliesrekening voor deze vennootschap:

(in EUR 1.000)

2016

2015

Netto-omzet

25.525

23.700

Overige resultaten uit hoofde van vastgoed

60

- 86

25.585

23.614

Totaal bedrijfslasten

18.849

17.577

Exploitatieresultaat

6.736

6.037

Financiële baten en -lasten

- 139

- 453

Resultaat voor belastingen

6.597

5.584

Winstbelasting

1.619

1.391

Resultaat

4.978

4.193

Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum.

Lees verder: Enkelvoudige jaarrekening