Jaarverslag 2016

Algemeen

Het bij Schiphol gevoerde beloningsbeleid heeft primair tot doel dat de beloning van de statutaire directie zowel qua hoogte als structuur zodanig is vormgegeven dat gekwalificeerde en deskundige bestuurders kunnen worden aangetrokken en behouden (met inbegrip van doorstromend intern talent). Het beloningsbeleid – en in het bijzonder de variabele beloning - is er op gericht op een juiste manier sturing te geven aan de te realiseren (Schiphol)doelstellingen, zoals die jaarlijks door de Raad van Commissarissen worden vastgesteld mede gebaseerd op het goedgekeurde budget en de managementagenda. Behalve financiële, zijn ook strategische en publieke doelstellingen voor Schiphol als internationale mainport belangrijke prestatie indicatoren.

Het gehanteerde beloningsbeleid voldoet aan de best practice bepalingen over bezoldiging uit de Corporate Governance code. Omdat het merendeel van de aandelen in N.V. Luchthaven Schiphol in handen is van de Staat der Nederlanden, valt het gehanteerde beloningsbeleid (voor nadien aangestelde of herbenoemde bestuurders) binnen de kaders van het (gewijzigde) deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2013, met inbegrip van de het beloningskader zoals gehanteerd door het ministerie van Financiën bij de herijking van het beloningsbeleid bij staatsdeelnemingen. Dat deelnemingenbeleid en de uitgangspunten beloningsbeleid kennen strikte normen, bijvoorbeeld op het gebied van variabele beloning. Zo mag de maximale variabele beloning niet hoger zijn dan 20 procent van het jaarsalaris en moet er (in lijn met de Corporate Governance code) een nadrukkelijke mogelijkheid bestaan voor de Raad van Commissarissen om de variabele beloning middels een claw back regeling, bij te stellen indien achteraf blijkt dat de beloning is verstrekt op basis van onjuiste data. Arbeidsovereenkomsten worden met ingang van 2017 in principe aangegaan voor bepaalde tijd. Bij interne benoemingen is dit niet van toepassing. Bij (tussentijdse) beëindiging van het dienstverband betaalt Schiphol maximaal één jaarsalaris als beëindigingsvergoeding, tenzij de bestuurder zelf opzegt, of de beëindiging het gevolg is van zijn handelen. Als een bestuurder gedurende de opzegtermijn niet werkt, wordt het in deze periode betaalde salaris in mindering gebracht op de te betalen vergoeding. Een eventuele transitievergoeding wordt geacht te zijn inbegrepen in de beëindigingsvergoeding. De regelingen met betrekking tot de mogelijkheid van bijstelling van de variabele beloning en de beëindigingsvergoeding gelden voor alle bestuurders, ongeacht het jaar van aanstelling of (her-)benoeming.

Lees verder: Opbouw beloningspakket